Archieven: Verhalen

‘Voor ons huis lagen twee slangen, en als er bezoek kwam gingen ze rechtop staan’

Jonas, Noah en Angelina vinden het best spannend om aan te bellen bij het huis van de 70-jarige Hedy Forbs. Maar de leerlingen van Het Karregat in Eindhoven worden warm ontvangen met gevulde speculaas en Lotusthee. Al snel starten ze het interview. Mevrouw Forbs vertelt honderduit. Ze werd in 1945 geboren in Bogor en groeide op in Jakarta. Ze maakte een lange reis op de ‘Oldenbarnevelt’ naar Nederland.

Hoe was uw leven in Indonesië?
‘Ik groeide op in Jakarta, waar mijn vader bij een persbureau werkte. Thuis hadden we een fijne jeugd: lieve ouders, een groot gezin, en een huis met een tuin en een mangoboom waar ik vaak in klom.

Ik ging naar een privéschool met nonnen. Ik vond het daar helemaal niks, vooral omdat ik elke dag melk moest drinken waar ik allergisch voor was. Gelukkig kwam mijn moeder voor me op en mocht ik ermee stoppen.

We hadden baboes die hielpen in huis, en een buurmeisje, Veronica, met wie ik graag speelde. Ik mocht eigenlijk nooit naar haar huis, dus klom ik stiekem over de muur via de mangoboom.

Voor ons huis lagen altijd twee zwarte slangen. Als er bezoek kwam gingen ze rechtop staan als iemand niet te vertrouwen was. Mijn moeder was dan extra op haar hoede. Ze waren onze ‘waakhonden’ ofwel ‘waakslangen’. Ze kwamen nooit van hun plaats af.

Ik maakte in Indonesië ook grote feesten mee, zoals de allereerste Pasar Malam (avondmarkt). Ik zag dansers, muziek, slangen, en overal kraampjes. Mijn jeugd in Indonesië was avontuurlijk en vrolijk. Ik kijk er nog steeds met heel veel liefde op terug.’

Hoe was het afscheid en de reis naar Nederland?
‘Toen ik tien jaar was, veranderde alles. Indonesië werd onafhankelijk en de nieuwe leider, Soekarno, vond dat Nederlanders moesten vertrekken. Mijn vader moest kiezen: Indonesisch staatsburger worden of weggaan. Hij koos ervoor om te vertrekken.

Op 4 november vertrokken we met de grote boot ‘Johan van Oldenbarnevelt’. We mochten bijna niks meenemen. De reis begon leuk. Er waren zwembaden en we speelden spelletjes. Maar later kregen we een enorme storm op de Golf van Biskaje. Alles schoof over het dek en vloog overboord, zelfs meubels en een piano. Ik kon niet zwemmen, dus ik was doodsbang. Ik en mijn vriendin klommen in de mast. Er zijn zelfs mensen overleden en op zee begraven. Dat vond ik heel heftig om te zien.

Na bijna vier weken kwamen we aan in Rotterdam. Het vroor 12 graden en alle bomen waren kaal. Ik had zoiets nog nooit gezien. Stichting Pelita gaf ons warme jassen, schoenen en kousen. Dat voelde heel veilig na zo’n spannende reis.’

Hoe was uw aankomst in Nederland?
‘Toen we van de boot kwamen, was alles anders dan in Indonesië. Het was koud, kaal en stil. We gingen eerst naar Elshout, een heel klein dorp. Daar woonden we drie maanden in een oud klooster samen met andere families. Voor ons als kinderen voelde het als één groot spookhuis, maar we speelden er heerlijk.

Daarna verhuisden we naar Eindhoven. Het nieuwe huis was nog niet klaar, dus woonden we eerst een paar maanden in de Bouterslaan. Uiteindelijk kregen we een huis in Valkenswaard. In Valkenswaard voelde ik me al snel thuis. Ik had meteen veel nieuwe vriendinnetjes, en bij ons thuis kwam altijd iedereen eten. Mijn moeder hielp iedereen die het nodig had.

Nederland was heel anders dan Indonesië, maar door alle lieve mensen om mij heen voelde het al snel als een nieuw begin.’

Archieven: Verhalen

‘Ik ging helemaal alleen op reis en liet al mijn familie achter in Turkije’

Op maandagmorgen worden Pleun, Finn, Jessica en Femke hartelijk ontvangen door Bingül Eren (1967) en haar twee dochters. De mooie Turkse kachel brandt en Finn mag er nog wat extra hout op gooien. Mevrouw Eren heeft een hele grote schaal Turkse oliebolletjes voor de leerlingen van Het Karregat in Eindhoven gebakken en er staan lolly’s op tafel. Ook mogen ze Turkse thee proeven, terwijl ze hen leert hoe je ‘hallo’ zegt in het Turks: mehraba. Mevrouw Eren is geboren in Turkije en kwam op 18-jarige leeftijd naar Nederland.

Hoe was het leven in Turkije voordat u naar Nederland verhuisde?
‘Ik ben geboren in Posof en woonde daar tot mijn zevende jaar, samen met al mijn broertjes, zusjes, opa’s, oma’s en nog veel meer familie. Iedereen woonde dicht bij elkaar, en het was heel gezellig. Maar in het dorp was bijna geen werk. Daarom vertrokken veel mensen, ook mijn eigen familie.

Toen ik 7 jaar oud was, verhuisde ik met mijn gezin naar de stad Zonguldak, omdat mijn vader daar werk had gevonden. Dat vond ik spannend en verdrietig, want ik moest afscheid nemen van mijn opa’s, oma’s en van de familie die in het dorp bleef. In de stad was alles veel groter en drukker dan in het dorp, en niet alle familie woonde meer dichtbij.

In Zonguldak ging ik vijf jaar naar de basisschool. Toen ik 13 jaar was, was ik klaar met school. De middelbare school was heel ver weg, dus ik bleef thuis. Ik was de oudste van zeven kinderen, dus ik hielp mijn moeder veel met zorgen voor mijn broertjes en zusjes. Ook maakte ik veel handwerk. In Turkije maakten meisjes dat vroeger voor hun bruidsschat: pannen, borden, lakens, en ook mooie geborduurde randjes langs tafelkleden, hoofddoeken en gordijnen.’

Hoe was het om naar Nederland te emigreren en alles achter te laten?
‘Toen ik 18 jaar was, ben ik getrouwd. Ik was al een jaar verloofd met mijn man. Hij woonde al in Nederland en werkte in een metaalfabriek, Zwegers. Toen we trouwden, ben ik met hem mee naar Nederland verhuisd. Ik ging helemaal alleen op reis en liet al mijn familie achter in Turkije. Dat vond ik heel verdrietig. Ik had alleen mijn kleren bij me, want al mijn spullen liet ik daar achter. Alles was nieuw voor mij: het land, het weer, de taal en de mensen.’

Hoe was het om in Nederland aan te komen?
‘Toen ik in Nederland aankwam, vond ik het erg koud en heel anders dan in Turkije. Ik sprak de taal niet, dus ik moest eerst taalles volgen. Later heb ik de taal vooral geleerd door met mijn kinderen mee te lezen toen zij naar de basisschool gingen. Dat hielp enorm. Ik kreeg mijn eerste kind toen ik 19 was, en dat maakte mij blij en minder alleen. Ook woonde de familie van mijn man in Nederland, dat voelde vertrouwd. Ik deed heel veel samen met mijn schoonzus. Langzaam begon Nederland als een tweede thuis te voelen.’

Hoe leeft u nu?
‘Nu gaat het goed met mij. Ik werk op dit moment niet meer, maar vroeger heb ik hard gewerkt, bijvoorbeeld bij Philips. Ik maak nog steeds veel handwerk, zoals dekentjes en tafelkleden. Dat heb ik vroeger van mijn moeder geleerd. Ik heb drie kinderen en zelfs kleinkinderen. Ik geniet ervan dat mijn familie dicht bij mij is. Ik wil niet meer terug naar Turkije om daar te wonen. Mijn leven is hier, met mijn kinderen en kleinkinderen, en met de dingen die ik met mijn handen maak.’

Archieven: Verhalen

‘De geur van zoveel pubers in een warm klaslokaal in Mexico is me bijgebleven’

De ontvangst bij Angelica Goyenechea-Jaramillo is hartelijk. Antonia, Emilie en Floris van basisschool Het Karregat in Eindhoven moeten nog een beetje wennen aan hun rol als interviewer, maar bij haar voelen ze zich snel op hun gemak. Ze durven zelfs de moeilijkste vragen te stellen die ze van tevoren hebben voorbereid.

Mevrouw Goyenechea-Jaramillo is in 1972 geboren in Mexico-Stad. Haar familie heeft een migratieachtergrond: veel familieleden kwamen uit Spaans Baskenland. Ze vertelt de kinderen dat ze deel uitmaakt van de Baskische diaspora, een groep mensen van wie de voorouders van Baskenland naar allerlei plekken in de wereld verhuisden.

Hoe was het voor u toen u naar Nederland emigreerde voor de liefde?
‘Ik emigreerde in 1997 naar Nederland, toen ik 25 was. Mijn zus was eerder al verliefd geworden op een Nederlandse man die in Eindhoven woonde, hij ontmoette haar tijdens een vakantie in Mexico. Tijdens hun bruiloft in Mexico was een vriend van hem aanwezig, en met hém kreeg ik verkering. Voor hem verhuisde ik naar Nederland.

In het begin was het niet gemakkelijk. Mijn toenmalige schoonfamilie behandelde me niet goed en had veel vooroordelen omdat ik uit Mexico kwam. Gelukkig zijn zij nu niet meer in mijn leven, en heb ik een liefdevolle nieuwe familie.

Het was ook pijnlijk om het grootste deel van mijn eigen familie niet meer te zien na mijn verhuizing naar Nederland. Mijn zus hoefde ik niet te missen, want die was ook voor de liefde naar Nederland gekomen. Maar bellen met de achtergebleven van familie en vrienden was toen nog erg duur en WhatsApp was er nog niet. Ik heb veel geleerd door die periode en ik wil jullie op het hart drukken dat niemand je klein mag maken. Je moet altijd sterk ‘op je poten’ staan.

Inmiddels zijn ook mijn moeder en een andere zus naar Nederland geëmigreerd.’

Heeft u ooit overwogen terug te verhuizen naar Mexico?
‘Nee, ik heb een prima leven hier. Ik zou me niet meer kunnen aanpassen in Mexico. Mijn thuis is hier bij mijn dochter, man en ik heb ook mijn werk. Toen ik ooit opperde om terug te gaan naar Mexico keek mijn man me aan en zei ‘je bent toch niet gek?’

Hoe was het eten in Mexico?
‘Heerlijk. Hier heb ik een kookboek met Mexicaanse recepten. Dit is een recept uit de staat Yucatán waarin Goudse kaas verwerkt is. Waarschijnlijk namen de handelaren zo’n kaas mee op hun schepen vanuit Nederland. De Mexicanen dachten ‘wat moeten we daar nou mee?’ en toen hebben ze er dit gerecht mee bedacht.’

Wat is het mooiste dat u meebracht uit uw geboorteland?
‘Dat is mijn poppenhuis. Een prachtige poppenhuis dat ik op 8-jarige leeftijd heb gekregen van mijn vader en in de loop der jaren zelf heb ingericht. In de kast staat een suikerschedeltje, die de Día de los Muertos symboliseert. Ik hou veel van die Latijns-Amerikaanse feestdag en toevallig valt mijn verjaardag op dezelfde dag. We vierden ook Advent-feestjes in mijn jeugd. Mijn beste herinnering is dat mijn tante zich verkleedde als de Kerstman en cadeautjes uitdeelde aan alle kinderen op het feest. Soms kwamen er wel vijftig mensen naar het huis!’

Wat was er anders in Mexico dan in Nederland?
‘De Mexicanen feesten op een andere manier dan de Nederlanders. Mensen dansen in Nederland niet op feesten. Ze kletsen hier alleen maar. Je moet bewegen en lekker dansen.

Wat ook heel anders was in Mexico waren de klassen op school. Ik zat op jullie leeftijd met veertig kinderen in de klas, en tienerjongens kunnen heel irritant zijn. Vooral de geur van zoveel pubers in een warm klaslokaal is me bijgebleven. De stank was verschrikkelijk.’

Archieven: Verhalen

‘Ouders zijn in Marokko heilig en kinderen luisteren naar hun ouders’

Oscar, Amelie, Cas en Tex mogen vandaag op bezoek bij iemand die niet in Nederland is geboren. Ze zijn welkom bij Souad Ber (de eerste vraag van Amelie is ‘hoe spreekt u uw naam uit?’), een lieve vrouw en moeder van 66 jaar die op 42-jarige leeftijd vanuit Marokko naar Nederland is gekomen om met haar man en dochter herenigd te worden. Haar huis laat haar liefde voor Vincent van Gogh zien.

Hoe heeft u uw man leren kennen?
‘Mijn man had in Nederland carrière gemaakt in de boekhouding. Toen hij naar Marokko ging om erachter te komen of hij daar zijn toekomst wilde opbouwen, kreeg hij Arabische les van mij. Zo leerden wij elkaar kennen. We hadden elkaar nog nooit eerder gezien, maar we bleken neef en nicht van elkaar te zijn.’

Was het een moeilijke keuze om naar Nederland te gaan?
‘Mijn man had wel werk, maar hij kon zijn beroep niet goed uitoefenen in Marokko en merkte dat hij heel graag naar Nederland terug wilde. Eigenlijk wilde ik helemaal niet naar Nederland. Maar mijn vader stond aan de kant van mijn man en wees me erop dat een huwelijk ‘in goede en slechte tijden’ was, en dat ik maar mee naar Nederland moest gaan. Af en toe ga ik nog terug naar Marokko, op visite.’

Wat is het grootste verschil tussen Marokko en Nederland?
‘Dat is dat kinderen hier in Nederland zelf fouten mogen maken in plaats van proberen helemaal geen fouten te maken. Ouders zijn in Marokko heilig en kinderen luisteren naar hun ouders. Hier krijgen de kinderen veel meer vrijheid en dus ook om fouten te maken. En ik vind het heel fijn dat de mensen in Nederland duidelijk zijn en zeggen wat ze bedoelen. In Marokko vinden ze dat een stuk lastiger. Je praat er altijd met respect.’

Archieven: Verhalen

‘Mijn man wou eigenlijk niet verhuizen, hij kon zijn leven in Spanje niet opgeven’

Het is een bijzondere ochtend. Na alle lessen over interviewen mogen Sjoerd, Sara en Oscar van basisschool Het Karregat in Eindhoven ein­delijk in het echt een interview houden. Dat doen ze met Hajar Adnane, 43 jaar en afkomstig uit Larache in Marokko. Zij is vanuit Spanje naar Nederland gekomen. De kinderen hebben er zin in, maar zijn ook een beetje gespannen.

Hoe kwam u in Spanje terecht?
‘Ik heb mijn man via een kennis leren kennen. Ik ben met hem getrouwd en moest nog wachten op mijn visum. Daarna zijn we naar Spanje verhuisd. Ik heb twee zoons, de oudste is 12 jaar en de jongste is 6 jaar.’

Waarom bent u uit Spanje weggegaan?
‘Ik kwam vaak op vakantie naar Nederland, meestal in mei. De natuur, de kleuren en de ruimte in Nederland vond ik mooi. Daarom besloot ik op mijn dertigste te proberen in Nederland te wonen. Mijn man wou eigenlijk niet mee verhuizen, hij kon zijn leven in Spanje niet opgeven. Hij mist nog steeds Spanje.’

Wanneer begon u zich echt thuis te voelen in Nederland?
‘Na ongeveer vier jaar. Dat komt omdat ik de taal beter beheers en met mensen kan communiceren. Daardoor voel ik me rustiger. Mijn kinderen hebben nu ook meer stabiliteit in Nederland. Taal is het sleutel naar meer zelfvertrouwen in een onbekend land. Je voelt je begrepen en je kunt je beter uitten.’

Zou u ooit terug willen naar Marokko?
‘Ja, zeker. Ik mis mijn familie, het weer, het klimaat, het eten en mijn vriendinnen. Daar ben ik geboren en opgeroeid. Ik heb daar nog steeds mijn moeder, familie en vrienden. Maar ook mijn mooie herinneringen van mijn jeugd.

Nu is het moeilijk. Mijn kinderen hebben hier hun leven, school en vrienden. De taal zou ook lastig zijn voor hen, want ze moeten daar Arabisch leren. Dat zou voor hen net zo moeilijk zijn als Nederlands voor mij was. Ik wil dat zij later zelf de keuze maken als ze ouder zijn.’

Archieven: Verhalen

‘De openheid in Nederland vind ik heel mooi, ook tussen jongens meisjes’

Lasse, Thomas en Halima luisteren naar het verhaal van Batoul Zouhair. Zij is geboren in 1965 in Agadir, een stad in Marokko. Later kwam zij naar Nederland, omdat haar vader hier als gastarbeider kwam werken. Mevrouw Zouhair vertelt over haar leven in Marokko en over hoe het was om in Nederland te wonen. De kinderen vinden het een bijzonder verhaal.

Uw vader ging eerst naar België en Frankrijk, waarom wilde hij daar niet blijven?
‘Het werk was hem niet goed bevallen en zijn broer en andere familie kwamen allemaal naar Nederland. Ze hadden contact met elkaar en zij zeiden dat het hier veel beter was. Daardoor is hij hiernaartoe gereisd. Als gastarbeider is hij hier komen werken. Daarna zijn wij gekomen.’

Was de buurt fijn toen u op uw tiende naar Nederland verhuisde?
‘De buurt waar ik kwam te wonen? Die was zeker fijn. Ik weet nog dat wij hier aankwamen en dat het donker was en dat er overal lichtjes aan waren. Het was in de winterperiode dat we naar Nederland kwamen, zo rond kerst. De mensen in de buurt waren heel erg lief. Zij zorgden goed voor ons. Wij kregen ook van hen spullen, omdat wij de kou niet gewend waren in Marokko. Ik heb in deze buurt gewoond tot mijn negentiende, daarna ben ik op mijzelf gaan wonen.’

Wat was een culturele shock voor u?
‘De manier waarop de mensen feestvieren, en ook hoe ze met elkaar omgaan. De school vond ik ook heel anders dan mijn school in Marokko. Ook de kleding natuurlijk. Mijn moeder had een hoofddoek. In die tijd waren er niet zoveel mensen die een hoofddoek droegen.

Nu vind ik het heel triest, maar ik schaamde me toen voor mijn moeder. Ze mocht me niet komen ophalen, omdat ik me schaamde voor haar hoofddoek. Ze had lange kleding aan. Daar keken mensen toch wel raar tegenaan in die tijd.’

Wat voor eten aten jullie in Marokko?
‘We hadden vaak een eenpansgerecht, dat is dus vlees met groente, en we aten couscous, dat vind ik ook heel lekker. Met brood. We aten met onze handen. We zeggen: onze handen zijn vorken en lepels. Alles heb je dan bij de hand.’

Ook als u yoghurt at?
‘Nee, geen yoghurt. Daar hebben we lepels voor. Een eenpansgerecht vind ik altijd heel lekker. Toevallig gisteren nog gemaakt. We hadden een bijeenkomst van verschillende culturen. We eten het gerecht met brood. Dat heb je met Somaliërs ook, die maken het met pannenkoeken. En ook Syriërs, zij eten het samen met brood en groenten, dat kan je heel netjes eten.’

Wat is uw favoriete muziek uit Nederland?
‘Onze buurvrouw was een fan van Elvis, dat hoorde ik vaak en vond ik prachtig. Maar ja, dat is geen Nederlands. Corrie Konings en Andre Hazes vond ik ook altijd fijn om te horen. Dat hoorde ik niet via mijn ouders, daar vonden ze niet zo veel aan, maar via die buurvrouw. Zo kreeg ik dat mee. Ik vind het wel gezellige muziek.’

Wat vindt u niet leuk en wat vindt u leuk aan de Nederlandse cultuur?
‘Te veel alcohol vind ik niet leuk, daar ben ik mee opgevoed. Maar de openheid vind ik heel mooi, de vrijheid, ook tussen jongens meisjes. Het maakt niet uit of je een jongen of een meisje bent. Ik neem eigenlijk veel van de Nederlandse cultuur en ook veel van de Marokkaanse cultuur over. Daar ben ik zelf uit gevormd.’

Archieven: Verhalen

‘Mijn kinderen zijn hier, en zij zijn mijn thuis’

Het is een spannende ochtend. Lucas, Jonas en Lana van Het Karregat in Eindhoven, mogen in de directeurskamer een interview houden met de 75-jarige Malika Hamdouni. Ze is geboren in Oujda, Marokko. De kinderen stellen zich voor aan haar en zijn eigenlijk wel klaar voor het interview. ‘Het was cool om hier te zitten’, zeggen ze na afloop.

Hoe was het in Marokko?
‘Het was gezellig in Marokko en het was heel druk met familie. We hadden elke dag bezoek en familie in de buurt. We leefden veel meer buiten dan binnen. We deden veel dingen samen met de familie in plaats van alleen.’

Waarom kwam uw man naar Nederland?
‘Hij kon hier als gastarbeider aan het werk. Door gezinshereniging kreeg ik een visum. Na ons huwelijk ben ik een jaar in Marokko gebleven om te wachten op het visum.Toen mijn visum klaar was, ben ik naar Nederland gekomen.

Het was moeilijk om mijn familie achter te laten, maar ik moest weggaan omdat ik trouwde met mijn man, die in Nederland woonde. We hadden gekozen om samen te wonen.

Toen u in Nederland kwam, waar moest u het meeste aan wennen?

‘Ik moest erg wennen aan de taal en aan de werkomgeving met de mensen. In mijn tijd, toen ik hier kwam, was het heel hard werken, terwijl ik ook nog kinderen moest opvoeden en het huishouden moest doen. Dat was niet makkelijk met acht kinderen, waardoor ik nu helemaal op ben.’

Vindt u het leuk in Nederland?
‘Ja, ik vind het nu wel leuk. Eerst was het erg wennen aan de taal, de cultuur en de kou. Ik voelde me hier niet helemaal gelukkig. Maar gelukkig voelde ik me thuis in Nederland door nieuwe contacten te maken met vrienden en door mijn kinderen. Zoals het nu is, zou ik hier ook niet meer weg kunnen gaan. Mijn kinderen zijn hier, en zij zijn mijn thuis.’

Hoe woont u nu?
‘Ik ben nu alleen na het overlijden van mijn man. Het is moeilijk om van een groot gezin naar alleen zijn in een huis te gaan. Ik voel me soms alleen.

Welke Marokkaans eten vindt u lekker en welk Nederlands eten?
‘Couscous, tajine, soep en verse vis, haha, eigenlijk al het eten, je hebt daar verse vlees en groenten. Hier in Nederland hou ik van stamppot en de aparte gestoomde groente, zoals spuiten, die zijn wel heel lekker. Wij hebben dat vaak als een stoofpot, alles bij elkaar, hier in Nederland kook je het apart.’

Als u terug kon in de tijd, had u dan wat anders gedaan in het verleden?
‘Dan was ik in Marokko gebleven. Maar nu zou ik die keus niet kunnen maken vanwege mijn kinderen die nu hier leven en wonen.’

Archieven: Verhalen

‘Ik mis het weer en de warmte van Brazilië, de mensen zijn er vrolijker’

Op hun school, Het Karregat in Eindhoven, bereiden Jesse, Inez en Vera het interview voor. Gabi Lodewijks (45 jaar) komt zelf naar Het Karregat. In de koffiekamer halen de kinderen thee voor haar en daarna lopen ze samen naar de directeurskamer om haar te interviewen. Ze vertelt dat ze in 2010 van Brazilië naar Nederland is gekomen voor haar grote liefde.

Hoe was het in Brazilië?
‘Brazilië is een heel mooi en groot land. Ik had daar veel vriendinnen, familie en werk. Ik kende de weg en voelde me daar thuis. We leven daar heel veel buiten en voelen ons erg betrokken bij anderen.

In mijn jongere jaren heb ik het moeilijk gehad omdat mijn moeder overleed toen ik 9 jaar was. Zij was toen 44 jaar. We hadden een auto-ongeluk en daarna kreeg mijn moeder complicaties na een operatie en stierf. Daarna heb ik een moeilijke tijd gehad. Mijn vader was arts en werkte veel en daarom hadden we een oppas. Mensen in onze omgeving hebben ons veel gesteund, we waren met iedereen erg hecht. Mijn oudste zus was voor mij als een moeder en gaf mij veel steun en de liefde die ik nodig had.

Ik heb haar dood verwerkt door een jaar naar Japan te gaan om te studeren. Ik leerde hier hoe ik voor mezelf kon zorgen en het was voor mij ook een andere land, andere sfeer, andere cultuur en een nieuwe uitdaging waar ik mij mee bezig kon houden. Maar het verdriet heb ik nooit kunnen verwerken, het gemis van verlies van je moeder of ouder zal altijd blijven.

Op mijn dertigste besloot ik naar Nederland te komen vanwege de liefde. Dat is nu ongeveer 15 jaar geleden.’

Hoe leerde u uw man kennen?
‘Ik leerde mijn man kennen in 2006 op een feestje. Hij droeg een hele lelijke blouse met oranje bloemen. We maakten grapjes en raakten aan de praat. Uiteindelijk werd hij mijn man.

In 2010 besloten we samen naar Nederland te verhuizen. Voor mijn man was het moeilijk om in Brazilië te wonen, omdat de cultuur anders is en mensen zich niet altijd aan de afspraken houden. In Brazilië gebeurt het vaak dat je lang moet wachten op een afspraak. Soms bestaat een afspraak daar bijna niet, bijvoorbeeld bij de dokter.

We hadden een restaurant, maar daar werd veel gestolen. We werden meerdere keren bestolen en mijn man wilde zo niet verder. Daarom zijn we naar Nederland gekomen. Ik moest in Brazilië een inburgeringscursus voor de Nederlandse taal doen.

Tijdens het examen zei ik losse Nederlandse woorden, terwijl ik eigenlijk geen Nederlands sprak. Ik was verbaasd dat ik toch werd toegelaten.’

Hoe heeft u Nederlands geleerd?
‘Dat ging op een bijzondere manier. Mijn dochter ging naar een Wereldwijzer-school om Nederlands te leren. Toen kreeg ik de kans om daar ook Nederlands te leren. Ik leerde de taal samen met kinderen van 6 tot 9 jaar uit andere landen. Dat hielp mij heel erg.’

Denkt u nog veel aan uw land?
‘Ja, heel veel. Ik werk ook veel met Braziliaanse vrouwen en thuis kook ik Braziliaans eten. Dat zorgt ervoor dat ik me verbonden blijf voelen met mijn land. Ik mis het weer en de warmte. In Brazilië leef je veel buiten: ontbijten, lunchen en samen zijn. Mensen zijn daar vrolijker.’

Archieven: Verhalen

‘Mijn kindertijd in Somalië was de mooiste periode in mijn leven’

Ben en Milou hebben in hun school, Het Karregat in Eindhoven, een interview met Qabul Salah. Ze is 53 jaar en geboren in Somalië. De kinderen hadden haar verhaal al gehoord tijdens een gastles op hun school, waardoor het ze moeilijk leek om nieuwe vragen te bedenken voor het interview. Toch is het gelukt! Ze vinden het leuk om in de directeurskamer te zitten als echte journalisten.

Wat is uw mooiste herinnering aan Somalië?
‘Als kind heb je een zorgeloos leven. We speelden als kleine kinderen met stenen, touw en knikkers in plaats van met speelgoed. De feestdagen, zoals het Suikerfeest, waren erg leuk in Somalië. Ik kreeg nieuwe kleren en kon niet wachten tot het feest begon.

Ik ging naar school en in het weekend gingen we met familie naar zee, op vakantie of naar het theater. Soms bezochten we andere familieleden. Het was een warme en gezellige tijd. Somalië was een prachtig land. Mijn kindertijd was de mooiste periode in mijn leven.’

Waardoor kwam de oorlog?
‘Mensen waren ontevreden over het systeem en wilden verandering. Hierdoor ontstond er onrust en een verlangen naar een nieuwe president.’

Hoe vond u het om te vluchten naar Jemen?
‘Het is spannend om je land te verlaten en naar een land te gaan dat je niet kent. Maar uiteindelijk wist ik dat het moest. Ik wist dat dit goed zou zijn voor mijn toekomst. Blijven was geen optie want Somalië was niet meer veilig. Het was een oorlogsgebied, waar mensen werden vermoord of meisjes zomaar verdwenen.’

Hoe bent u naar Jemen gevlucht?
‘Eerst met de bus, en daarna stapte ik op een kleine boot, samen met zo’n veertig mensen. De boot was 5 bij 6 meter. Drie dagen zaten we op zee en dronken we alleen water en aten droog voedsel. We zaten erg krap op elkaar. Het was niet fijn en ik kon niet slapen, ik leefde in angst die dagen.’

Waarom nam u uw familie niet mee?
‘Het was moeilijk. Ik was alleen naar Jemen gegaan omdat ik mijn ouders en broer in de oorlog had verloren. Vluchten met familie was onmogelijk, zelfs alleen het land uitkomen was al een enorme uitdaging. Ik moest voor mezelf kiezen en vertrekken.’

U kwam uiteindelijk naar Nederland. Had u ooit over Nederland gehoord toen u klein was?
‘Nee, ik had nooit van Nederland gehoord, wel van andere buurlanden. Ik koos voor Nederland omdat ik een neef hier heb wonen. Ik wilde naar een land waar ik al mensen kende.’

Wanneer voelde u zich thuis in Nederland?
‘In het begin was het moeilijk, het was vooral wennen in het asielzoekerscentrum. Het zijn grote gebouwen. Je hebt een kleine kamer die je moet delen met vijf mensen, een bed en een metalen kast voor je kleren. Je krijgt drie maaltijden per dag. Na zes maanden mag je naar een ander centrum en krijg je wat zakgeld. Per week kregen we een klein bedrag waarmee we zelf maaltijden konden koken of kopen. Het was niet makkelijk om in een azc te wonen, je bent constant binnen en er is weinig te doen. Ik verveelde me vaak, dus ging ik actief op zoek naar wie ik kon helpen. Zo heb ik mensen geholpen met tolken en heb ik veel geleerd.

Nu, na jaren in Nederland en met een eigen huis, voel ik me hier echt thuis.’

Archieven: Verhalen

Ik ging naar Nederland om te werken, zodat ik mijn moeder en kleine zusje geld kon sturen’

Nouhayla, Ellie en Soulayman van IKC Het Talent in Amsterdam-Nieuw West interviewen Manuel Freiría (1945) die uit Spanje uit de provincie Galicië afkomstig is. In 1965 was de overgang van een klein dorp naar het drukke Amsterdam wel groot, maar zijn ‘jonge jaren’ waren prachtig vertelt meneer Freira.

Waarom bent u naar Nederland gekomen?
‘In Spanje was toen weinig werk. Wat misschien het ergste was: had je wel werk, dan kreeg je weinig betaald. Mijn zus en zwager waren al een jaar in Nederland en toen ben ik met hun meegereisd per trein. Ik was toen 20 jaar oud. Het was niet leuk om mijn familie achter te laten. Mijn vader was al overleden en mijn moeder was ziek en had het niet zo breed. Ik ging dus ook om te werken en sparen zodat ik mijn moeder en kleine zusje geld kon sturen. Ik had nog nooit gehoord van Amsterdam, maar ik dacht: ik ga eens kijken hoe het er is.’

Wat was uw eerste impressie van Nederland?
‘Ik kwam uit een klein dorp in Spanje in de regio Galicië, daar woonden toen 200 mensen. Dat was dus een groot verschil met Amsterdam! Ik vond Amsterdam zo vrij en de mensen waren heel aardig en sociaal. Mijn zus en zwager zijn na anderhalf jaar terug naar Spanje gegaan, maar ik dacht: ik blijf! Ik was nog jong en ik vond het mooi in Amsterdam. Er waren leuke meisjes en ik maakte Spaanse vrienden en er waren Spaanse cafés. Ik heb genoten van mijn jonge jaren in Amsterdam!’

Wat heeft u als eerste gedaan toen u aankwam in Nederland?
‘Ik ben op een zondag gekomen in Amsterdam en die donderdag, 12 januari, ben ik begonnen met werken. Vanaf toen heb ik achter elkaar gewerkt. Ik werkte eerst in vier jaar in een sigarettenfabriek, American Tabak, in Amsterdam-Noord. Toen moest ik elke dag met de pont over het IJ: dat vond ik prachtig! Daarna ging ik naar de NS in Haarlem tot mijn pensionering. Vroeger had ik maar een paar weken per jaar vakantie, dan ging ik altijd naar mijn moeder in Spanje. Nu hoef ik niet meer naar het werk en kan ik naar Spanje wanneer wil. Ik was er een paar weken geleden nog.’

Hoe was het voor u om Nederlands te leren?
‘Ik spreek niet vloeiend Nederlands, maar ik heb het geleerd op straat via vrienden, vriendinnen en mensen op werk. Tijdens het werk had ik goede jongens die mij de eerste woorden geleerd hebben. Ik heb vaak de krant gelezen, meestal de sportkrant, de Telegraaf, want die was makkelijk te lezen toen. Ik ben niet naar een school geweest. Het had gekund alleen toen dachten wij: Nederlands is niet zo’n belangrijke taal en we gaan toch terug naar Spanje. Het was toen niet onze prioriteit om de Nederlandse taal te leren en dat vind ik nu jammer. Toen was er de mogelijkheid om s’ avonds op school te leren, maar wij wilden liever uitgaan toen.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892