Oorlog in mijn Buurt
‘Niet alle Duitsers waren slecht in de oorlog’
Adam, Elisa, Julia, Stan ontmoeten Marja Ruijterman
Olivia, Anna en Suze van de Twiskeschool in Amsterdam-Noord beklimmen een hele lange, rode trap. Helemaal bovenaan begroet Carolien van den Berg (geboren in 1953) hun enthousiast. Er staat veel lekkers op tafel: croissantjes, appels en chocolaatjes. Mevrouw van den Berg steekt van wal en ze hangen aan haar lippen. Ze vertelt een heel indrukwekkend verhaal over haar vader.
Wat kunt u over uw vader vertellen?
‘Kijk, op deze foto; dit is mijn vader. Hij werkte in de Hollandia Kattenburgfabriek in Amsterdam-Noord. Daar maakten ze eerst regenjassen. Maar in de oorlog moesten ze de uniformen voor de Duitse soldaten maken. Hierdoor kreeg mijn vader, net als de andere Joodse werknemers een speciaal stempel in zijn paspoort. Met zo’n sper-stempel zouden de Joden niet worden opgepakt.
Mijn vader wist echter, dat het niet goed kon gaan. Dat kwam omdat zijn moeder, die een weduwe was en geld moest verdienen, extra kamers in huis verhuurde aan gevluchte Joden uit Duitsland. Mijn vader had hun verhalen gehoord en de littekens op hun rug gezien.
Op 11 november 1942, mijn vader was toen 19 jaar, kwamen allemaal soldaten naar de fabriek: een razzia. Alle Joden tegelijk werden opgepakt. Ze werden naar het Centraal Station gebracht. Iedereen moest met de trein naar Kamp Westerbork.
Mijn vader dacht alleen maar: ‘hoe kan ik ontsnappen?’. Toen de trein wat langzamer reed is hij uit het raam gesprongen. Met zijn hoofd viel hij op de rails. Er stroomde allemaal bloed langs zijn gezicht. De trein kwam tot stilstand en soldaten begonnen te schieten. Mijn vader is gaan rennen, rennen, rennen. Met de hulp van een dokter is hij teruggekomen in Amsterdam. Daar heeft hij op verschillende adressen ondergedoken.’
Werden zijn moeder en zijn broer ook opgepakt?
‘Nee, maar zij hebben de oorlog uiteindelijk niet overleefd. Tijdens die razzia in de fabriek, heeft iemand mijn oma gewaarschuwd. Toen is zij ondergedoken. Zijn broer was al eerder ondergedoken. Mijn vader leek onderduiken te gevaarlijk en bedacht een idioot plan! Samen met de zoon van de fabrieksbaas, Hans Kattenburg, heeft hij zich vrijwillig aangemeld om in Duitsland te gaan werken. Hij deed of hij niet Joods was en veranderde zijn naam. Daar ging hij in een fabriek werken. Op een dag raakte hij gewond aan zijn hand en kreeg hij een bloedvergiftiging. Hij moest naar het ziekenhuis en kon daarna thuis blijven. Totdat er op een dag een politieman hem gebood mee te komen. Hij dacht: ze hebben ontdekt dat ik Joods ben. Hij zei: ‘ik moet mij nog melden in het ziekenhuis voor controle’. Hij kreeg toestemming om te gaan, maar is toen stiekem gevlucht.
Ik heb ontdekt waarom ze er achter zijn gekomen dat hij Joods was. Dat kwam waarschijnlijk omdat hij brieven schreef aan zijn moeder, die ondergedoken zat in Groningen. Maar zijn moeder is op een dag verraden…’
Hebben de Duitsers de brieven gevonden?
‘De Duitsers hebben de brieven gevonden en een maand later probeerden ze mijn vader op te pakken. In plaats van naar het ziekenhuis, is hij naar vrienden gegaan. Die hielpen hem aan een treinkaartje naar de stad Baden-Baden. Terwijl hij op het perron stond, zonder koffer, zonder paspoort, maar wel met een mitella om zijn arm, werd hij doodsbang. Ze konden hem controleren. En toen zag hij ook nog een SS’er, op het perron staan.
In plaats van weg te duiken, is mijn vader heel aardig met de Duitse soldaat gaan praten. Omdat hij ook naar Baden-Baden moest, gingen ze naast elkaar in de trein zitten. Toen er iemand in de coupé kwam om te controleren, strekte de soldaat zijn arm recht vooruit voor de Hitlergroet en mijn vader deed dat precies na. Hierdoor is hij niet gecontroleerd en kwam hij veilig aan in Baden-Baden. Hij is gaan werken, kreeg vriendinnetjes en heeft zelfs meegedaan met een voetbalwedstrijd Hollanders tegen de Duitsers. Niemand had door dat hij Joods was. Later heeft hij een boek geschreven over zijn oorlogsherinneringen en dat boek heet ‘Buitenspel’. Weten jullie wat dat betekent? Het heeft eigenlijk twee betekenissen.
Toen mijn vader na de oorlog weer terugkwam in Nederland was er nog maar één tante in leven. De rest van de familie leefde niet meer.
Ik vind het niet spannend, maar vooral mooi om dit verhaal te vertellen. Want elke keer dat ik het vertel, heb ik het gevoel dat mijn familie om mij heen staat, met een waxinelichtje op hun hand. En dat ze mij bedanken voor het vertellen van hun verhaal. Zodat zij niet vergeten worden.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.