‘Woest waren de Duitsers, maar het zingen gaf de vrouwen kracht’


Hosaena, Shivika, Ansu, Jair en Zeynep vertellen het verhaal van Dorothy Burghardt
Amsterdam-Noord

Hosaena, Shivika, Ansu, Jair en Zeynep van Basischool de Botteloef bekijken de voorpagina van Het Parool, de eerste krant die uitkwam een dag na de Bevrijding. Gedrukt op een stuk stof. De krant was in de oorlog verboden. Dorothy Borghardt (1954) beantwoordt hun vragen over haar oma Johanna Christina Belkmeer (1893). ‘Ik ben mij pas later echt gaan verdiepen in het verhaal van mijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat ik ontdekte, heeft diepe indruk op mij gemaakt.’

Hoe was het voor uw oma in de oorlog?
‘Het was in 1942 dat Joodse mensen werden opgeroepen door de Duitsers om te komen werken in werkkampen. Mijn oma hielp tijdens de oorlog onderduikers. Dat was levensgevaarlijk, maar ze deed het toch. Ze zal best bang geweest zijn. Nu vertel ik het verhaal van de Joodse winkelier en zijn gezin dat bij mijn oma ondergedoken zat.

Er was een vader Emanuel Aalsvel. Zijn vrouw Clara en hijzelf hadden beiden kinderen uit eerdere huwelijken en kregen samen ook nog kinderen. Na drie dagen bij mijn oma ondergebracht te zijn, hebben ze zich toch aangemeld voor een werkkamp. Ze zijn met de trein naar Westerbork gebracht en al snel daarna naar Auschwitz. De moeder en de kinderen zijn direct naar de gaskamers gebracht. Maar er was een oudste dochter in de familie die niet mee was met haar ouders. Zij heeft bij de moeder van mijn oma ondergedoken gezeten. Wat een verhaal hè? Uiteindelijk is ze toch opgepakt. Wat er precies met haar gebeurd is, probeer ik nog steeds te achterhalen. Toen de Russen Auschwitz dreigden te bevrijden, moesten ze het kamp verlaten. Allemaal moesten ze weg. Mensen die niet meer konden lopen, werden gewoon langs de kant van de weg doodgeschoten. Dit noemden ze de ‘dodenmarsen’. Ook zij is tijdens zo’n mars overleden, ergens in Oost-Europa. We weten niet waar.

Sommige mensen die bij mijn oma ondergedoken zaten, hebben de oorlog overleefd. Anderen hadden minder geluk. In 1943 werd mijn oma meerdere keren opgepakt en verhoord door de politie. Soms mocht ze na een paar uur weer naar huis, maar één keer zat ze vijf dagen vast. Op dat moment waren er geen onderduikers. Toch ging ze door met helpen. Dat laat zien hoe moedig ze was.

Bleef uw oma mensen helpen?
‘Op 22 maart 1944 ging het mis. De politie viel binnen en vond onderduikers in haar huis. Mijn oma en drie onderduikers werden opgepakt. De onderduikers werden via kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Mijn oma werd bij de Amstelveense weg vastgezet en daarna naar kamp Vught gebracht. Nu is het een herinneringscentrum en  deels ook een gevangenis die extra zwaar bewaakt wordt. Later werd mijn oma gedeporteerd naar Ravensbrück in Noord-Duitsland.’

Hoe waren de omstandigheden voor uw oma ?
‘De reis daarheen was verschrikkelijk. Ze zat met zo’n tachtig mensen in een treinwagon, zonder ruimte om te zitten of liggen. Er was nauwelijks eten of water en geen toilet. Sommige mensen overleefden die reis niet. . Wat was nou zo bijzonder? Ze gingen met elkaar zingen, om de moed erin te houden. Zelfs toen ze aankwamen en naar het kamp moesten lopen, bleven ze zingen. Woest waren de Duitsers maar het gaf de vrouwen kracht. In Ravensbrück was het kamp overvol. Mijn oma moest zelfs een tijd buiten slapen, op een hoop kolengruis, in de regen.  Uiteindelijk werd ze met een groep van ongeveer 200 vrouwen overgebracht naar een kleiner kamp in de buurt van München, waar ze moest werken in een wapenfabriek. Er werkten daar ook Duitse vrouwen. Het werk was zwaar en heel precies ‘priegelwerk’. Ze moesten kleine onderdelen maken. 20 minuten lopen naar de fabriek in de kou met kapotte schoenen en dunne kleding. Er was weinig eten en de omstandigheden waren slecht. Ze waren het helemaal zat en besloten te gaan staken. Dat hielp uiteindelijk en ze kregen meer te eten.’

Hoe ging aan het eind van de oorlog met uw oma?
‘Aan het einde van de oorlog werden mijn oma en de andere vrouwen bevrijd door de Amerikanen. Na een lange reis ze uiteindelijk terug in Nederland. Ze woog nog maar 45 kilo. Voor een volwassen vrouw is dat extreem weinig. Ze moest langzaam herstellen en mocht niet ineens veel eten, omdat haar lichaam dat niet aankon. Wat mij het meest raakt, is haar moed. Ze hielp anderen, ondanks het gevaar. Zij is op 5 juni teruggekomen, dus ruim een maand nadat ze bevrijd was, is ze via Zwitserland, Frankrijk, België, zo naar Nederland teruggekomen.
Ik vind het belangrijk om dit verhaal te blijven vertellen. Zodat we niet vergeten wat er gebeurd is. En zodat we blijven beseffen hoe belangrijk vrijheid is. Zijn jullie niet blij dat je in vrijheid kunt leven? Want waarom zou je andere mensen om hun geloof, om hun huidskleur of om weet ik wat anders behandelen dan dat jij zelf behandeld wil worden?  Ik kan dat niet bedenken. Want we zijn allemaal gelijk, hè?’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892