Jan Vlemmix (1935) arriveert ruim op tijd voor zijn interview op basisschool de Klimboom in Eindhoven. Hij wordt ontvangen door zijn interviewers: Jorja, Milan, Chaitely en Sara. Ze hebben zelf vragen voorbereid en meneer Vlemmix heeft zijn memoires meegebracht om zijn verhaal kracht bij te zetten.
Konden jullie naar school?
‘Aan het begin van de oorlog moesten wij gewoon naar school, maar op een gegeven ogenblik kwamen er Duitsers in de school te liggen. Toen moesten wij ergens anders naartoe, naar andere scholen of andere plekken. Ik heb wel eens met de hele school in een groentewinkel gezeten of in een leeszaaltje van de bibliotheek. Soms hadden we gewoon geen school.
Ik heb nog een foto van een rapportje van voor de oorlog en tijdens de oorlog. In het rapportje tijdens de oorlog zijn we maar een keer een paar maanden naar school geweest en sommige vakken hebben we niet eens gehad. Toen de oorlog afgelopen was, hebben er ook nog Engelsen in de school gelegen, konden we weer niet naar school…’
Heeft u wel eens een bombardement meegemaakt?
‘Ik heb drie keer een echt bombardement meegemaakt. Een groot bombardement in de binnenstad en een paar kleinere. Bij ons in de tuin stond een schuur. Ik was eens met mijn broer en een buurjongen aan het spelen, toen er twee deuren verder een bom viel. De man die daar woonde was dood. De scherven van de bom vlogen achter de schuur langs. Door de schuur zijn we dus goed weggekomen.
De grote bombardementen, zoals op de binnenstad en later na de bevrijding, dat was zware munitie waarmee je hele gebouwen kapot kon maken. Er waren ook kleine bommetjes. Daar zaten veel los ijzer, spijkers en schroeven in, dat waait alle kanten uit als zo’n bom valt. Wij noemden ze destijds splinterbommen, die waren heel gevaarlijk.
Een van onze buren had zelf een schuilkelder gemaakt, waar ze in konden kruipen als er een bombardement was. Hij had het heel mooi aangelegd en daarnaast had hij een vijvertje gemaakt met twee rode goudvissen er in. Op een dag is er op het huis en de schuur een bom gevallen. De mensen zijn gelukkig levend uit de schuilkelder gekomen, maar het vijvertje was weg. Ik ben gaan kijken, op zoek naar die goudvissen, en vond ze op een schuur een eindje verderop. Ze lagen allebei op het dak.’
Hoe waren de grote bombardementen?
‘Ik heb ook het Sinterklaasbombardement meegemaakt. Het was 6 december, 1942, Sinterklaas. Toen hadden de Engelsen verzonnen dat ze maar eens een bombardement moesten doen op de Philipsfabriek. Op de plek waar de lichttoren is, werden spullen gemaakt die de Duitsers konden gebruiken voor oorlogvoering. De Engelsen voerden hun bombardement midden op de dag uit. Heel de Demer hebben ze vernield. Ze gooiden deels raak, maar er kwam ook heel veel op de stad zelf.
Op die dag was ik met mijn twee broers naar mijn peettante gegaan in de stad om te kijken wat Sinterklaas daar had gebracht. Vlakbij het huis van mijn tante viel een bom. Ik liep de kamer uit, de gang in, en de hele pui van de keuken en de voordeur viel de gang in, net als de ramen en de deuren…
Ik ben eroverheen geklommen en naar buiten gelopen. We zijn door de tuin, over het puin heen, naar de Amsterdamse bank gelopen. Daar hebben we in de kelder gewacht tot het voorbij was. Op de markt stond van alles in brand en er lag puin, troep en scherven van bommen. Wij hebben het er gelukkig goed vanaf gebracht.’
Wat is er gebeurd met uw vader?
‘Volwassen mannen werden opgepikt om in Duitsland te gaan werken. Daar kon je onderuit komen door onder te duiken als je dat durfde. Mijn vader had er schrik voor. Hij was er wel in geslaagd om een baantje te krijgen bij de PTT, want hij had begrepen dat als je een overheidsbaan had, je dan niet naar Duitsland hoefde. Hij had die baan amper, toen hij een brief kreeg dat hij zich moest melden als arbeider in Duitsland. Ik zie hem nog lopen, met zijn kartonnen koffertje.
Hij is postbode geworden in Nuremberg, terwijl hij niet eens Duits kon… Toen wij in september waren bevrijd, hoorden we niets meer van hem, daarvoor schreef hij nog weleens een brief. Wij wisten dus niet of hij er nog was. Toen was het mei 1945, heel Nederland was nu bevrijd. We kregen het bericht dat hij onderweg was naar huis. Ik weet niet hoe hij het gedaan heeft, lopen of liften of stukjes met de trein. Ik heb buiten staan te wachten en toen kwam hij aan…’





























