Oorlog in mijn Buurt
‘Speelgoed in een kussensloop ’
Armin, Dina, Joris, Marlijne ontmoeten Max Arian, 0 jaar toen de oorlog begon
Sarah, Lana en Rutmer komen naar het huis van Marijke Ottema om haar te interviewen. Mevrouw Ottema was pas twee toen de oorlog begon maar vertelt met enthousiasme over de verhalen die haar familie haar heeft verteld. De kinderen luisteren geboeid naar het verhaal over die ene dag dat de Duitsers op de stoep stonden en er twee ooms werden meegenomen.
Wat deed uw familie tijdens de oorlog?
‘Mijn opa Jaap Boersma en oma Trijntje Boersma Bosscher woonden in Oudebildtzijl, op de Aerdenplaats. Het gezin bestond uit hen, twee meisjes en drie jongens: Boukje, Rins, Gerem, Dirk en Hendrik. Halverwege de oorlog, in 1943, was de familie heel vaak bij hen. Oma Bep had sigaretten, tabak, koffie en thee in huis en pake verkocht brood. Ze konden heel veel ruilen met de boer, bakker en slager voor eten. Dus er was altijd genoeg.
Mijn vader werkte tijdens de oorlog bij het distributiekantoor in Sint Annaparochie. Hij zat daar achter de balie. Hij gaf de bonnen uit en controleerde of mensen de juiste bonnen hadden. Er waren hele ploegen mensen aan het werk, maar hij vond het een geweldige tij want er werkten leuke vrouwen. Hij ging zelfs vaak met zijn vader schaatsen naar Franeker, waar ook een vrouw van het kantoor werkte. Ondanks de akelige omstandigheden, hadden ze een hele mooie ploeg.’
Wat gebeurde er toen de Duitsers voor de deur stonden?
‘De hele familie was bij elkaar, toen Duitse soldaten langskwamen voor een huiszoeking. Ze zochten mijn ooms Germ en Dirk om ze mee te nemen naar Assen. De soldaten gooiden het huis helemaal overhoop. Ze haalden zelfs mij, toen ik een jaar oud was, uit mijn bedje en gooide me op de grond omdat ze dachten dat er misschien nog iemand het bedje onder lag. Germ vonden ze, maar Dirk zat angstig verstopt op een zolder tussen de balken. Ze hebben uiteindelijk Germ en de jongste zoon Hendrik meegenomen naar Assen, waar de mannen in een pianofabriek moesten werken.
Mijn tante Mina, de vrouw van Germ, was niet van plan om ze daar te laten. Ze ging met een oude fiets en rubberen banden alleen naar Assen. Het verhaal gaat dat ze de mannen heeft geholpen te vluchten, met gevaar voor eigen leven. Ze zijn gelukkig weer thuisgekomen. Niemand durfde daar later over te praten, maar ik wil dat wel doen.’
Heeft er nog meer familie een oorlogsverhaal?
‘Mijn schoonvader had ook een verhaal, hij is in Duitsland te werk gesteld en moest er vreselijk hard werken. Na de bevrijding is hij van Duitsland naar Jellum gelopen, bij Leeuwarden in de buurt. Met een handkar en schamele bezittingen. Dat is wel 100 kilometer! Hij kwam vermagerd en vermoeid thuis en heeft daarna heel lang in het sanatorium in Appelscha gelegen met tuberculose, een ziekte aan je longen. Dat kwam vast door de kou en de honger. Het was een vreselijke tijd voor het gezin.
Bij Jellum is nog een treinbeschieting geweest, tussen Jellum en Dronrijp. De machinist is daarbij overleden. Er waren mannen uit het verzet die een stuk rails hadden weggehaald, waardoor de trein verongelukte. Dat was griezelig want wij woonden dichtbij. Het waren rare tijden.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.