‘We waren zo mager als een lat, onze ribben waren te zien’


Lucas, Fos en Cole vertellen het verhaal van Anton Stephan
Indonesië

De vader van Anton Stephan (1933) was officier bij de luchtmacht van het KNIL en had veel aanzien. Ze woonden dan ook in een luxe huis met een baboe voor elk kind, een kok en een tuinman. Toen de oorlog uitbrak veranderde alles en bracht meneer Staphan jaren met zijn moeder, inmiddels weduwe, door in verschillende kampen. Lucas, Fos en Cole van de Talisman in Eindhoven hebben zijn voorgeschiedenis gelezen en willen hem graag nog allerlei vragen stellen.

Hoe werd u behandeld in de kampen?
‘Dat hing af van de omstandigheden van het kamp zelf, in het ene kamp waren de kampcommandanten vriendelijker dan in het andere kamp. Maar ze waren allemaal heel streng en iedereen moest werken hoe klein je ook was. Ik was negen jaar en moest schoonmaken en wieden. Je kreeg heel weinig eten en als je ziek was, waren er geen medicijnen of soms ook geen dokter, dus dat was niet best.

Naarmate de oorlog vorderde, kregen we steeds minder eten en werden we strenger behandeld. Het eten dat we kregen in de ochtend en avond was een bord pap. Een soort stijfsel, gekookt van meel. En daar kreeg je een lepel van, gekookt in water, zonder suiker… het smaakte vies, maar je at alles op want je had honger. We kregen zo’n 100 gram en dat is eigenlijk te weinig, zelfs voor een kind. In de middag kregen we wat rijst met wat groenten, er was geen vlees. We waren zo mager als een lat; onze ribben waren te zien, echt vel over been.’

Wat is het ergste dat u heeft meegemaakt?
‘Ik heb daar geen rangorde in, maar wat indruk op me gemaakt heeft is wat er met mijn oma gebeurde. Zij woonde bij ons voordat er oorlog uitbrak en zij is met ons in die kampen gegaan. Ze was toen 72 jaar en een heel gezonde vrouw, vrij fors ook.

Als we ‘s avonds eten kregen dan was dat nooit lekker, echt viezig, maar we aten het wel op. Zij zei dan altijd: ‘Ik vind het niet lekker, eten jullie het maar op’, en dan gaf ze mijn zusje en mij wat van haar eten. Wij wisten echter niet dat zij veel te weinig eten kreeg als volwassen vrouw. Ze is van hongersnood gestorven waar wij bij waren. Dat heb ik me pas later gerealiseerd en toen vond ik dat heel erg.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892