Koloniale sporen in mijn buurt
‘Mijn moeder was een trotse vrouw en die wilde niet buigen’
Floor, Moos, Neme, Nina ontmoeten Ab Alexandre
Romaisa, Nour en Inaya uit groep 7 van Elif Noord ontmoeten Norwin en zijn vrouw Ria in de Oba Banne. Dat is de bieb naast de school. Romaisa, Nour en Inaya hebben veel vragen over de slavernij gesteld want ze hebben nog nooit eerder iemand ontmoet uit Curaçao. Ze hebben ook een paar woorden Papiaments geleerd; Toe koste bijbong. Dat betekent; het was gezellig!
Wilt u wat vertellen over uw familiegeschiedenis?
‘Mijn vader is een zoon van een timmerman en die is zelf timmerman geworden. En mijn moeder is altijd huisvrouw geweest, altijd moeder geweest voor ons allemaal. We waren met z’n zevenen thuis. Vier broertjes en drie zusters. Ik heb een fijne jeugd gehad.
Hoe waren de scholen in Curaçao?
‘Hetzelfde als hier in Nederland want Curaçao is eigenlijk een stukje Nederland in het Caribisch gebied. We spraken allemaal Nederlands en leerden veel over Nederland. Maar ook wel over ons eigen land . Er waren schoolmeesters die kwamen uit Holland en we hadden Curaçaose schoolmeesters.’
Hoe vond u het als kind toen u de verhalen hoorde van uw voorouders?
‘Over de slavernij vertelde mijn opa wel eens verhalen. Om een voorbeeld te geven; mijn opa moest altijd hard werken. Hij werkte op het land. Die slavendrijvers, waren bazen en gingen met hun handen over elkaar staan. Soms gingen ze boos naar bed. Als ze niet hard genoeg gewerkt hadden kregen ze ook geen eten en dan moesten ze zonder eten naar bed. Je werd uitbetaald met eten. Je kreeg geen geld.
Ik kon me niet voorstellen toen ik jong was, dat zoiets gebeurde. Ik kon niet begrijpen dat het zo is gegaan. We leerden op school het verhaal over Tula. Hij was een belangrijke tot slaaf gemaakte verzetsstrijder die in 1795 in opstand kwam tegen de plantagehouders. Nog altijd is 17 augustus in Curaçao de dag van de Vrijheidsstrijd als eerbetoon aan Tula.’
Hoe was de reis naar Nederland?
‘Twee maanden voordat ik 18 werd vertrok ik per schip naar Nederland. Ik had net mijn opleiding afgerond en wilde graag gaan werken. Bij de Ford fabrieken in Amsterdam zochten ze arbeiders en ik ben door de selectie heen gekomen! Ik had er heel veel zin in want ik wilde graag autospuiter worden. Met een groep van 25 à 30 andere jongen mannen vertrokken we naar Nederland. De reis duurde 14 dagen lang. Het was op een cruiseschip. Eenmaal in Nederland werd ik ondergebracht in hotel Kools op de Weesperzijde. Ik heb 43 jaar lang bij Ford gewerkt.’
Bent u wel eens gediscrimineerd?
‘Vroeger veel ja, maar dan ging ik er ook tegen in. Ik zei gewoon gelijk wat terug. En dan was het meteen over. Als iemand tegen jou tekeer gaat moet je niet stapje achteruit nemen maar je moet altijd een stapje vooruit doen en tegen die persoon zeggen; hee stop! Je moet meteen laten merken dat je daar niet van gediend bent. Dan gaat het vaak meteen over. Dat deed ik vroeger altijd. Toen was ik sterk. Ik vind discriminatie niet goed. Het betekent dat iemand voortdurend gekwetst wordt omdat diegene een andere kleur heeft of uit een ander land komt. Eigenlijk moet de hele samenleving met z’n allen goed met elkaar kunnen opschieten. Zoals ik hier met jullie praat; het interesseert me niet dat jullie misschien een ander geloof hebben. Voor mij is iedereen hetzelfde.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.