‘Op 4 en 5 mei ging ik niet naar school want dan was er iets geheims’


Fleur, Isa-Sofie en Milan vertellen het verhaal van Geertje Kingma
Sint Annaparochie

Fleur, Isa-Sofie en Milan van ’t Fonnemint in Sint Annaparochie interviewen Geertje Kingma die vertelt hoe de oorlog een schaduw wierp op haar familie. De kinderen luisteren geboeid naar het verhaal over haar vader die bij de NSB zat en na de oorlog drie jaar in de Blokhuispoort en Westerbork vastzat. Mevrouw Kingma vertelt eerlijk over de eenzaamheid, het gepest op school en de pijn van het niet mogen praten thuis

Wat heeft uw familie gedaan in de oorlog?
Toen ik drie maanden in de buik van mijn moeder zat, was de oorlog voorbij. Maar mijn vader was al gevangengenomen op 16 april en naar de Blokhuispoort gebracht. Hij zat in de oorlog bij de NSB. Dat werd hem heel zwaar aangerekend.

Toen hij drie jaar later vrijkwam, was de sfeer in huis veranderd. Mijn broer en zus waren toen 14 en 13 jaar. Er was veel ruzie en iedereen moest zijn plek weer vinden. Er hing een groot geheim over ons gezin. Ik wist niet wat het was, maar ik wist dat er iets met mijn vader was. We mochten thuis niet over de oorlog praten.

Toen ik een jaar of negen was, speelde ik op een dag met een vriendin. Ze vroeg of mijn vader in de gevangenis had gezeten. Ik had een scherp geheugen en ineens kwamen alle herinneringen naar boven. Ik vroeg mijn ouders wat er precies was gebeurd, maar ze zeiden: ‘Als je wat ouder bent, vertellen we het wel’.

Maar ze vertelden het nooit. Ik werd een eenzaam kind, kon niet met anderen praten en had een hekel aan school. Ik wou niet eten en ik ging niet naar school op 4 en 5 mei, want ik voelde dat dat geheim daarmee te maken had. Het geheim is pas opgelost toen ik in 1985, ik was toen 30 jaar, het dossier van mijn vader in Den Haag las.”

Wat heeft uw vader gedaan bij de NSB?
Mijn vader was timmerman en had een aannemersbedrijf. In de crisisjaren, eind jaren dertig, was er weinig werk en hij koos voor de NSB om geld te verdienen. In de laatste oorlogsjaren, in maart of april, werd hij op de Spanjaardslaan in Leeuwarden door een auto aangehouden. Hij wist niet waar ze heen gingen. Ze reden naar Dokkum om een zekere ‘Maarten’ te bevrijden, die door het verzet was vastgehouden.

Het was een domme actie van de NSB’ers want de Canadezen stonden op twee kilometer afstand. Toen de auto met vijf NSB’ers aankwam, werden twee mannen uit het publiek gegrepen en op de spatborden gedwongen. Ze werden doodgeschoten. Mijn vader zag dit niet, hij kwam eerst niet uit de auto. Hij zag ergens een fiets, jatte die en fietste naar Vrouwenparochie. Dagen later werd hij gearresteerd en vastgezet in de Blokhuispoort en in Westerbork. In Westerbork had hij een ontsteking die niemand wilde behandelen, totdat een andere gevangene hem hielp. Hij hield er littekens van over. Hij zat drie jaar gevangen. Dat was het geheim. Als je het weet, moet je erover praten. Het gaat over mijn vader, niet over mij. Ik ben niet schuldig.’

Hoe was het voor u als kind?
‘Ik was een heel verlegen, bang kind. Ik durfde niet met andere kinderen te spelen. Ik werd heel erg gepest op school, ook op de christelijke ulo. De leraren wisten wel wat er gaande was. Een vriend van mijn vader, die oppasser was in de Blokhuispoort, vertelde later aan mijn vriendinnetje dat ik ‘een meisje uit een verkeerd nest’ was. Dat deed pijn. Toen mijn vriendje overleed aan een ongeluk, kwam die oom niet op zijn begrafenis.

Later, toen ik met mijn huidige man trouwde, zeiden zijn ouders: ‘Waarom nou een meisje van die mensen?’ Dat was triest. Maar ik ben later zelfverzekerder geworden door mijn talenten: pianospelen, teksten schrijven, muziek maken. Ik heb tien jaar in een cabaret gezeten en nu vertaal ik popliedjes in het Fries. Maar het geheim bleef er hangen. Pas toen ik het dossier las, wist ik de waarheid. Ik moest leren dat ik geen schuld had.’

Is er ook iets met uw moeder gebeurd?
Mijn moeder was een pittige vrouw, een sterke moeder. Omdat mijn vader gevangen zat en er geen kostwinner was, kreeg ze geld van buren en haar ouders. De regering gaf een regeling: alleenstaande vrouwen van NSB’ers met kinderen moesten openbare gebouwen schoonmaken als straf in ruil voor geld. Mijn moeder kreeg de opdracht om de openbare school in Vrouwenparochie schoon te maken. Voor het eerst zat ik toen op een wc met doorspoeling, wat ik heel eng vond. Mijn 15-jarige zus hielp ook mee.

Mijn moeder is de dans ontsprongen om opgepakt te worden, waarschijnlijk omdat ze zwanger was van mij. Er zijn veel kinderen van ‘foute Nederlanders’ naar andere gezinnen gestuurd voor heropvoeding, waar ze mishandeld werden. Het is een gigantisch probleem wat hier achter deze geschiedenis zit.’

Heeft u de bevrijding gevierd?
‘Ik heb nooit een 5 mei-feestje gevierd. 4 mei wel, maar dan ging ik ook niet naar school. Het was allemaal taboe. Ik heb mijn vader ontzettend lief, maar ik moet in mijn hoofd de keuze die hij maakte verzoenen met de liefde die ik voor hem heb. Het is moeilijk. Ik hoop dat de wereld leert van deze geschiedenis. Het herhaalt zich, zie je in Rusland en Oekraïne, en bij Israël en Palestina. Kinderen lopen gigantische trauma’s op. Maar ik ben blij dat we nu kunnen praten over de waarheid, ook al was het moeilijk.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892