Koloniale sporen in mijn buurt
‘Mijn moeder was een trotse vrouw en die wilde niet buigen’
Floor, Moos, Neme, Nina ontmoeten Ab Alexandre
Alma, Jayda, Suna en Imke van de Troubadour in Eindhoven interviewen Dee Eldik over haar jeugd in Indonesië. Dee Eldik werd geboren in 1935 in Salatiga, een stadje op het eiland Java. Ze waren Indo’s, wat betekende dat ze een gemengde achtergrond hadden. Bij de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog had haar familie het moeilijk.
Hoe was het in het Japanse kamp tijdens de oorlog?
‘Mijn moeder en ik zaten een jaar in het kamp. Toen dat jaar voorbij was, werden we opgehaald en op een vrachtwagen gezet. We werden naar een vliegtuig gebracht, dat ons naar het bevrijdingskamp bracht. Daar kregen we voor het eerst weer een grote portie eten. Onze magen waren zo veel eten niet meer gewend dus we werden er doodziek van. Vanuit dat kamp werden we verdeeld in eigen huisjes.’
Hoe ging het verder in het kamp?
‘Nadat Japan in de oorlog was verslagen, wilden de Indonesiërs hun land terug. De Nederlandse mensen hadden toen niks te zeggen. Het was een tweede akelige periode, voor de Nederlanders én voor de Indo-Europeanen, dus ook voor ons. Mijn vader moest eerst naar een kamp, ik bleef achter met mijn moeder. Uiteindelijk zat ik op mijn 10de ook in het kamp. Mijn moeder moest werken in het kamp, ik niet want ik was nog een kind. We kregen malaria en niet iedereen overleefde dit. In het kamp kreeg je maar heel weinig te eten dus was je ook niet zo sterk. Nu eet ik graag en veel, ik denk omdat ik al die tijd zo veel honger heb gehad.’
Ging u naar school in de oorlog?
‘Ik was thuis niet te houden, ik wilde heel graag naar school en daarom ben ik al jong naar school gegaan. In Indonesië zat ik op een Nederlandse school. Maar toen kwam de oorlog en had ik vijf jaar lang geen school meer. Thuis leerden mijn ouders mij schrijven en alle tafels tot en met tafel 19 uit mijn hoofd, ik ken ze nog steeds. Later toen ik weer naar school mocht, heb ik drie klassen overgeslagen omdat ik al zo veel wist.’
Waarom ging u naar Nederland?
‘Ons was gevraagd of we Nederlands wilden blijven of dat we Indonesisch wilden worden en mijn vader had gekozen voor Indonesisch. Maar later, toen we graag naar Nederland wilden gaan, mocht dat niet omdat wij de Nederlandse nationaliteit niet meer hadden. Mijn vader werd ziek en stierf. Toen kwamen we erachter dat een weduwe de Nederlandse nationaliteit kon krijgen. Zo werd mijn moeder Nederlands en ik uiteindelijk ook. Zo konden we samen naar Nederland. Onze spullen mochten we niet verkopen, dus we hadden geen geld, maar we namen alles mee wat we konden dragen.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.