Oorlog in mijn Buurt
‘‘We wisten niet wat we met kauwgom moesten doen’’
Imane, Jevainy, Kevin, Mohamed ontmoeten Ria Schifflers 4 jaar toen de oorlog begon
Els van Zalen-Hoogendoorn is geboren in 1935. Ze woonde met haar ouders, zus en drie broers op de Burgwal vlak naast de drukkerij van haar vader. In 1943 werden haar vader Joop en haar broer Ad opgepakt omdat er in de drukkerij verboden kranten werden gedrukt. Joop is in 1944 gefusilleerd, Ad is naar een concentratiekamp gestuurd. Mevrouw Van Zalen was nog jong maar heeft scherpe herinneringen aan die tijd. Later heeft ze van Ad nog veel meer gehoord. Dominique, Elin, Tufan en Louisa van de Hannie Schaftschool in Haarlem spreken haar in haar gezellige woonkamer in Haarlem-Noord. Ze bekijken ook het boek dat over de drukkerij van haar vader is geschreven.
Wist u dat uw vader illegale kranten drukte?
‘Nee. Ik was dol op mijn vader en zat graag in de drukkerij. Maar over het illegale werk werd niet gesproken. Wij wisten van niks en mijn moeder ook niet, al had zij waarschijnlijk wel een vermoeden. Ik denk dat mijn vader dacht: hoe minder ze weten, hoe minder risico dat iemand iets verklapt. Alleen mijn broer Ad die elf jaar ouder was dan ik, wist het. Hij hielp mijn vader. Ze drukten onder andere het verboden communistische blad De Vonk. Mijn vader was geen communist, maar hij was wel tegen de Duitsers en daarom hielp hij de communisten, want die waren ook tegen de Duitsers.’
Zag u dat uw vader werd opgepakt?
‘Ja. Ad heeft later verteld hoe dat precies is gegaan. Er kwam een man de drukkerij binnen. Hij vroeg naar mijn vader. Ad dacht dat het een klant was, misschien omdat hij Nederlands was. Mijn vader deed net thuis een dutje en toen is Ad hem gaan halen. En toen stonden er opeens een stuk of drie Duitsers binnen. Ad heeft nog met ze gevochten. Hij wilde m’n vader beschermen.
Ik hing toevallig uit het raam en zag dat m’n vader en m’n broer geboeid werden afgevoerd. Ik weet niet meer wat ik toen dacht, maar ik voelde wel dat het erg was. Het moet voor mijn moeder vreselijk zijn geweest. Zij was opeens midden in de oorlog alleen met vier kinderen. Gelukkig kreeg ze wel hulp van mensen in de buurt.’
Weet u door wie uw vader werd verraden?
‘Ja dat weten we bijna zeker. Hij deed dat stiekeme drukwerk niet alleen. Er moest papier komen, zetwerk, dat moest gehaald en gebracht worden, en verspreid. Daar was een flinke groep mensen mee bezig. Iemand van die groep is gepakt en die heeft waarschijnlijk gepraat. Je moet je voorstellen dat je tijdens zo’n verhoor door de Duitsers heel hard werd geslagen of gemarteld. Dus dan is het wel heel moeilijk om je mond te houden.’
Wat is er toen gebeurd?
‘Mijn vader en Ad zijn naar een gevangenis in Amsterdam gebracht. Ze hebben elkaar daar niet gezien maar Ad heeft verteld dat mijn vader een briefje naar hem heeft gesmokkeld, in een boek. Daar stond op: ‘Hou je mond, je weet van niets!’ Hij wilde Ad beschermen. Mijn vader werd al snel overgebracht naar het hoofdbureau van de SD. Daar werd hij met geweld verhoord, maar hij heeft volgehouden dat Ad nergens van wist.
Ad is ook verhoord en mishandeld. Ik heb de littekens op zijn rug gezien. Maar hij heeft volgehouden dat hij niks wist. Uiteindelijk hebben de Duitsers dat geloofd. Hij werd vrijgesproken van illegale activiteiten, maar omdat hij had gevochten met de Duitsers in de drukkerij werd hij toch naar een concentratiekamp gestuurd, waar hij moest werken.’
Heeft u uw vader nog gezien nadat hij was opgepakt?
‘Ja. Mijn vader is uiteindelijk veroordeeld voor illegale activiteiten. Hij kreeg de doodstraf. Toen is hij overgebracht naar het Oranje Hotel, dat was een gevangenis in Scheveningen.Ik ben daar een keer geweest met m’n moeder. Ik mocht niet mee naar binnen, maar omdat mijn moeder geen oppas had, mocht dat uiteindelijk toch.
Ik herinner me dat we aan een tafel zaten, mijn moeder en ik aan de ene kant en mijn vader aan de andere kant, met tralies ertussen. Mijn vader vroeg: ‘Mag mijn dochter bij mij zitten?’ Maar dat mocht niet. Toen we weggingen mochten we elkaar even omhelzen en toen gaf mijn vader mij stiekem een hele stapel briefjes, geschreven op kleine kladjes, sigarettenvloeitjes en stukjes stof. Ik wist niet wat het was, maar heb het in m’n zak gepropt. Ik heb die hele terugreis m’n hand stevig in die zak gehouden en niets gezegd. Pas thuis durfde ik te zeggen: ‘Mama, kijk eens wat papa mij heeft gegeven’. Het waren aardige briefjes aan allerlei mensen, en ook veel adviezen voor mijn moeder.
Vlak na dat bezoek is hij doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte. Zes dagen later kregen wij daar officieel bericht over, op de verjaardag van mijn jongste broer. Die heeft daarna nooit meer z’n verjaardag willen vieren. Mijn vader is in een massagraf gegooid. Na de oorlog hebben ze hem opgegraven. Uiteindelijk is hij herbegraven op de Erebegraafplaats in Overveen.’
Hoe was het toen de oorlog was afgelopen?
‘Mijn broer Ad kwam heel mager terug uit Duitsland. Het eerste dat hij vroeg was: ‘Waar is m’n vader?’ Het was een enorme schok voor hem dat mijn vader dood was. Hij heeft zich zijn hele leven schuldig gevoeld omdat hij mijn vader die dag van het verraad thuis is gaan halen. Terwijl hij daar natuurlijk niets aan kon doen!
Voor mijn moeder was het heel moeilijk, maar zij was geweldig. Ze was heel lief en heeft ons zo toch nog een fijne jeugd gegeven. Maar ik heb mijn vader wel mijn hele leven enorm gemist. Toen ik een jaar of 16 was, heb ik zelfs een tijdje gedacht dat hij misschien niet echt dood was. Ik keek de hele tijd om me heen en dan dacht ik vaak dat ik hem zag lopen. Ik heb ook weleens gedacht: misschien hebben ze hem wel naar Rusland gebracht. Mijn broer Ad is na de oorlog een beetje mijn vaderfiguur geworden.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.