‘Met een theelepeltje suikerwater, bietenwater, hebben ze me grootgebracht’


Viggo, Jesse en Saar, vertellen het verhaal van Ton Baardwijk
Amsterdam-Noord

Viggo, Jesse en Saar, leerlingen van de Twiskeschool in Amsterdam-Noord, gaan op bezoek bij Ton Baardwijk. Meneer Baardwijk is geboren in 1945 en heeft de oorlog zelf niet bewust meegemaakt, maar hij kan wel veel vertellen over wat zijn familie heeft meegemaakt. Ze bekijken de prachtige verzameling postzegels, waarvan ze er alledrie één krijgen met een afbeelding van Hitler erop. ‘Een boosaardige man met een poppensnorretje’ aldus meneer Baardwijk. Ook neemt hij ze mee naar de Museumwoning, een klein museum in Amsterdam-Noord, waar ze heel mooi konden zien hoe mensen vroeger leefden.

Welke spullen zijn er die direct met de oorlog te maken hebben?
‘In het museum staat een verduisteringsluik. In de oorlog moesten de ramen verduisterd worden, want er mocht geen licht van binnen naar buiten komen. Het is papier, zwart papier dat je in een hor deed. En die moest voor de ramen komen. De Duitsers reden dan op de motor langs en als ze dan ergens licht zagen, schoten ze zo op het raam, of er nou mensen achter waren of niet. Dus je zorgde wel dat je de zaak goed verduisterde.
En ook een heel uniek, we hebben kakies uit de oorlog. Dat kwam uit Zweden aan het einde van de oorlog. En dat is een blik dat helemaal dicht gesoldeerd is.’

Heeft u de Hongerwinter meegemaakt?
‘Ik ben geboren in maart 1945. En de eerste melk die ik kreeg was in mei. Dat was melkpoeder die we kregen uit Zweden. En dat was de eerste keer dat ik melk kreeg. Mijn moeder had geen borst met voeding, dat was allemaal blauw water. Met een theelepeltje suikerwater, bietenwater, hebben ze me grootgebracht.’

Hoe kwam uw familie aan eten tijdens de Hongerwinter?
‘Het voedsel was op, en mensen moesten naar de boeren om voedsel te krijgen. En ik weet wel, mijn vader heeft een keer van mijn oom een half varken gekregen. Maar dat moest hij wel ophalen. Maar mijn oom durfde niet. Als je terugkwam van het boerenland werd je gecontroleerd door Nederlandse politiemensen. En het voedsel werd altijd in beslag genomen. Dat werd dan afgepikt. Maar mijn vader die heeft gedacht: ik moet er toch met dat halve varken doorheen zien te komen. Dat heeft hij gedaan. Hij heeft het op zijn rug gebonden, zijn jas er overheen, en ging zo gebogen, alsof hij een bochel had. En toen mocht hij zo doorlopen. Hij heeft geluk gehad, want als hij aangehouden was, had hij misschien de kogel gelegen. Want dat voedsel moest je inleveren. Dus dat waren wel spannende dagen.

En hij ging ook vaak naar de boer toe. Hij heeft een keer een kruiwagen vol met aardappels gekocht. Hij heeft er misschien wel 80 gulden voor betaald, voor een kruiwagen vol met aardappels. En wat gebeurt er nou; daar ziet hij ineens in de verte Duitse wagens. Er kwam een patrouille aan. Toen is hij gauw van de dijk afgegaan, maar toen rolde die kar om. Hij heeft de hele nacht op zijn knieën alle aardappels lopen zoeken. Die lagen allemaal over de dijk verspreid. Hij was bekaf toen hij thuis kwam. En mijn vader is met de handkar de deur in gereden. Voordeur open, hup, zo naar binnen, en in de gang omgekiept. En toen hadden wij weer een tijdje aardappels.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892