‘Ineens zaten er drie Italianen in onze schuur’


Liam, Nils, Nine en Rosalynn vertellen het verhaal van Cees Nieuwenhuize
Kapelle

Over dit verhaal

Verteld door
Cees Nieuwenhuize
Opgetekend door
Liam, Nils, Nine, Rosalynn
School
't Honk
Gepubliceerd
23 juni 2026

Ontdek meer

Deel dit verhaal

Liam, Nils, Nine en Rosalynn hebben van tevoren flink vragen voorbereid en zijn helemaal klaar om Cees Nieuwenhuize het hemd van het lijf te vragen. Hij ontvangt de leerlingen van ’t Honk in Kapelle hartelijk in zijn woonkamer en biedt ze paaseitjes aan. Tijdens het interview komen ze erachter dat zijn neef de achterbuurman is van Rosalynn, dat is toevallig! Meneer Nieuwenhuize was bijna 5 jaar toen de oorlog begon.

Hadden jullie veel honger tijdens de oorlog?
‘Bij ons op het dorp was er gelukkig geen gebrek aan eten. Er was overal landbouw, tuinbouw en iedereen had een eigen tuintje. We hadden zelf een varken voor het vlees, drie geiten voor de melk en kippen voor de eieren. We hadden wel een gebrek aan kolen, het was moeilijk om daaraan te komen, dus moesten we altijd hout stoken in plaats van kolen. Hout ging natuurlijk wel veel sneller dan kolen, maar gelukkig hadden we hout genoeg op de boerderij.’

Moest u gewoon naar school?
‘Ik was natuurlijk nog te jong om naar de lagere school te gaan, maar ik ging naar de kleuterschool, die was op het dorp, die is er nu nog. De Duitsers hadden de school afgepakt, want ze moesten ergens verblijven. Dus wij werden tijdens de oorlog ondergebracht in de consistorie van de kerk. We waren daar ook niet met heel veel leerlingen en we hadden altijd les van dezelfde juf, juffrouw Minderhout.

We gingen ook maar weinig naar school, twee dagen en dan ook niet meer dan een uur of drie. Verder was je vrij, maar dat betekende ook dat je niet zoveel kon leren. Buiten schooltijd speelden we allemaal buiten, bijvoorbeeld op de markt.’

Hoe werden jullie bevrijd?
‘De Duitsers hadden een aantal Italianen gevangengenomen. Op 3 september begon de bevrijding en trokken de Duitsers weg richting Brabant en toen zijn de Italianen gevlucht. Zij waren natuurlijk op zoek naar onderdak. Mijn vader moest in de avond nog wat werk doen en ineens zaten er drie Italianen in de schuur, die vroegen of ze daar een tijd mochten verblijven. Mijn vader heeft dat aangedurfd en uiteindelijk zijn ze 53 dagen op de zolder in de schuur gebleven!

Mijn vader, moeder en de buren hebben geholpen om ze eten te geven, drie keer per dag. Eén dag stonden de Duitsers aan de overkant van de weg met allemaal auto’s en durfde mijn vader het niet aan om ze eten te geven, bang om gepakt te worden. Toen hebben ze het een paar dagen zonder eten moeten doen. Gelukkig duurde dit maar twee dagen.’

Hoe ging het verder?
‘Als er geen school was, dan werkten wij altijd in de schuur van meneer Mol. Op een vrijdagmorgen gingen we naar de schuur, maar ineens stonden de Duitsers er. We zijn maar snel weer naar huis gegaan.

Ineens begonnen ook hier gevechten. De Canadezen schoten granaten vanaf Zeeuws-Vlaanderen richting Kapelle. Een granaat kwam op de Kerkstraat terecht en een bij ons. De hele nacht werd er geschoten en ook veel vernield in ons dorp.

Op zaterdag 20 oktober zijn we bevrijd. In de middag stond er op het marktplein ook een Canadese tank en gingen we met z’n allen naar de markt toe om naar de tank te gaan kijken, met de Canadezen erin.’