‘In Suriname hadden alleen ziekenhuizen zoveel verdiepingen’


Dikra, Aya, Damin en Youssef vertellen het verhaal van Henk Bharos
Amsterdam-Noord

Dikra, Aya, Damin en Youssef van de Elifschool in Amsterdam-Noord interviewen Henk  Baros die vanuit Suriname naar Nederland verhuisde. In een kantoortje op school interviewen ze hem over zijn jeugd in Suriname en de reis naar Nederland.

 Hoe zag uw leven eruit in Suriname?
‘Ik woonde in een gezin met 10 kinderen, dat was altijd gezellig druk. Mijn vader had een pindakaas bedrijf wat het goed deed dus we hadden daar een goed leven. Mijn vader was heel slim, ook al kon hij niet lezen of schrijven. Hij nam bijvoorbeeld het afvalhout van de zagerijen uit de omgeving mee, om te stoken in zijn fabriek en bij ons thuis. Als kleine jongens hebben wij dus ook heel veel hout rondgesjouwd. Elke ochtend stonden we om vijf uur ’s ochtends op om te helpen, zelfs op zondag. Dat vond ik destijds helemaal niet leuk, maar achteraf zie ik ook de voordelen van het vroege opstaan.

Na het helpen gingen we naar school. Omdat we een kolonie van Nederland waren en de macht daar lag, is Nederlands mijn moedertaal. We spraken dat op school en hadden Nederlandse boeken. Ook als je buiten was, mochten we geen Surinaams praten.’

 Hoe was de reis naar Nederland?
‘Ik ben met het vliegtuig gekomen, geloof ik. Dat vond ik wel eng, want ik zag dat we over de zee moesten en ik was bang dat we neer zouden storten. En ik wist dat ik zou aankomen in een vreemd, heel ver land, dat vond ik ook spannend. Toen ik aankwam, was het september. Ik weet nog dat ik het raar vond dat alle bomen kaal waren. We reden in de auto langs allemaal flats. In Suriname hadden alleen ziekenhuizen zoveel verdiepingen, dus ik dacht: zijn er zulke zieke mensen in dit land?’

Ik was 21 toen ik naar Nederland kwam. Ik vond techniek heel leuk en Suriname was klein. Althans we hebben weinig mensen en we hadden alleen een lagere technische school. Mijn vader zei: ‘Daar heb je niets aan’. Toen heb ik besloten om in Nederland techniek te studeren en dat is waarom ik hierheen ben verhuisd. Ik was van plan na mijn studie terug te gaan, maar toen ik was afgestudeerd, kon ik niet terug. Het was onrustig en onveilig in Suriname, dus ben ik maar gebleven. Het werd wachten en wachten, tot ik oud begon te worden en besloot hier te blijven.’

Wat heeft u meegenomen?
‘Dat zijn kalebassen. Kijk, deze groeien overal in Suriname aan de bomen. Ze gebruiken de kalebassen voor van alles! Ze gebruiken het bijvoorbeeld als flessen om hun water in te doen, of voor de rituelen voor hun godsdienst.’

Heeft u een geloof?
‘Zelf ben ik opgevoed als moslim, maar ik heb les gekregen op een katholieke school. Mijn ooms waren namelijk katholiek geworden dus via hen kon ik regelen dat we daar op school mochten. Maar die pater vond het niet zo leuk dat we niet katholiek waren. Ik heb daar ook alle christelijke rituelen meegedaan maar ik voelde er nog niet zoveel voor om zelf katholiek te worden en dat hoefde ook niet van mijn moeder. Toen ik naar de katholieke middelbare school wilde, mocht dat niet dus toen kwam ik op een Hindoe school terecht.’

Als ik dan kijk naar het christendom en de islam, dan zie ik dat ze heel erg op elkaar lijken. Als kind heb je weinig aandacht voor je eigen geloof, maar als je ouder wordt dan begin je daar meer over na te denken. Over het algemeen praatten we niet over geloof met elkaar, maar het speelde wel een grote rol, net als hier in Nederland.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892