‘De portier zei tegen mij: ‘jij mag niet naar binnen’


Taha, Ouays en Junayd vertellen het verhaal van Waldy Neijhorst
Amsterdam-Noord

Taha, Ouays en Junayd van de Elifschool in Amsterdam-Noord gaan op bezoek bij Waldy Neijhorst die op zijn vierentwintigste van Suriname naar Nederland verhuisde. In het kantoortje bij de OBA, de bibliotheek tegenover hun school, interviewen ze hem over zijn jeugd in Suriname, de reis naar Nederland en de ontvangst hier.

Hoe was het leven in Suriname? Was het heel anders dan in Nederland?
‘Ik ben in 1950 op Curaçao geboren en toen ik dertien was zijn we naar Suriname verhuisd. Soms mis ik de ‘sferen’ van Suriname die ik in mijn hoofd heb, dat het lekker zonnig is daar, dat er veel familie is en ons huis met een geweldige grote tuin. We woonden in een heel mooi, ouderwets, houten huis met mijn ouders en drie zussen. ’s Ochtends gingen we lopend of fietsend naar school en ’s middags basketbalde ik veel. We mochten alleen Nederlands praten van mijn ouders. Zij hadden toen het idee dat als ik Surinaams zou praten, ik slecht Nederlands zou spreken en schrijven. Tegen mijn ouders sprak ik ook geen Surinaams. Het koloniale verleden en het slavernijverleden heeft natuurlijk alles te maken met die keus voor de Nederlandse taal. De eigen taal werd door veel mensen als ‘minder’ beschouwd.

Waarom bent u naar Nederland gekomen?
‘Op mijn 24e kwam ik naar Nederland om sport te komen studeren. Toen ik in Suriname werkte was ik nog jong, dus het maakte me niet zoveel uit wat ik deed zolang ik geld kon verdienen om zaterdagavond te gaan stappen en leuke dingen te doen. Toen ik twintig werd zat ik tegenover mijn leidinggevende, en keek ik hem aan en ik bedacht me dat dit niet was wat ik wou doen voor de rest van m’n leven. Ik wilde kunnen doen wat ik wilde, doen waar ik goed en sterk in was. Toen heb ik besloten te gaan studeren. Ik heb een beurs gekregen en zo geregeld dat ik naar Nederland kon komen. Ik wilde uit de situatie waarin ik zat, ik wilde weg. En dat kon alleen door te studeren. Dan zorg je ervoor dat je je eigen mogelijkheden kan creëren.’

Hoe heeft u die eerste tijd beleefd?
‘Ik vond het ingewikkeld om naar Nederland te verhuizen. Met oudjaar en kerst heb ik het altijd moeilijk. Want mijn eerste jaar in Nederland had ik geen ouders, geen familie om me heen. Ik woonde toen op een kamer in mijn eentje. Het hospitaal had geen verwarming op de kamer dus ik sliep met twee trainingspakken aan. En wanneer je naar Nederland komt, kom je alleen. Dan moet je alles zelf doen. In Suriname ben je iemand. Men bemoeit zich met je, je voelt je daar lekker. Dus toen ik naar Nederland kwam voelde ik me op het begin erg alleen. Je denkt het niet alleen, je bent het ook. Men praat niet met je, je kent geen mensen en als je in de trein zit, denk je; ‘wat doe ik hier?’

Heeft u last gehad van discriminatie in Nederland?
‘Ik kan me één moment goed herinneren. Ik woonde in Haarlem en mijn vrienden kregen me zo gek om mee te gaan stappen op een zaterdagavond. Het waren witte vrienden, medestudenten, ik was de enige zwarte jongen. Zij mochten van de portier met z’n allen naar binnen maar de portier zei tegen mij: ‘jij mag niet naar binnen’. Hij probeerde een excuus te bedenken, maar het had gewoon te maken met mijn huidskleur. Mijn witte vrienden hebben toen tegen de portier gezegd dat ik bij hen hoorde. Toen de portier mij nog steeds niet naar binnen liet, zijn we met z’n allen weggegaan. Ook naast discriminatie merkte ik dat ik anders was. Ik was de enige zwarte man in de klas. En er waren heel veel witte Nederlanders die voor het eerst dichtbij een zwarte jongen kwamen. Nu zijn er heel veel buitenlanders in Nederland, maar toen ik er pas was, waren er weinig. Dus in de klas wilden veel mensen zich met mij bemoeien.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892