‘Alles wat hier aan boerderijen en huizen stond, werd in de fik gestoken’


Itske, Wietze en Esme vertellen het verhaal van Piet Vessies
Friesland

Piet Vessies was nog niet geboren toen de oorlog begon, maar kan toch veel vertellen over deze tijd. Aan Itske, Wietze en Esme van ’t Fonnemint in Friesland vertelt hij over zijn familie en wat zij meemaakten in de oorlog.

Wat kunt u vertellen over uw opa?
‘Mijn opa was een hele aardige man. Hij was actief in het kerkwerk, in de katholieke kerk, en zat in het verzet. Hij hielp mensen onderduiken. Dat heeft hem zijn boerderij gekost. In oktober 1944 werd zijn huis afgebrand door de Duitsers. Hij was verraden.

Mijn moeder en haar zusje, mijn tante, kwamen terug van een wandeling toen ze een brandlucht roken. Ze gingen kijken en het bleek hun eigen huis te zijn. Het was totaal afgebrand, niks van over. Je hoort vast wel eens wat op Het Jeugdjournaal: waar brand is, is het niet fijn. Ze konden nergens meer wonen.

Gelukkig konden ze terecht bij mensen in de buurt die nog wel een huis hadden. Oude stenen die nog goed waren, hebben ze schoongemaakt en gebruikt om een deel van de kerk te repareren. Een ander deel werd gebruikt voor een nieuw huis voor mijn opa.’

Kunt u iets meer vertellen over de brand? 
‘Het verzet had de spoorlijn opgeblazen en daar moesten mensen voor boeten. Alles wat hier aan boerderijen en huizen stond, werd in de fik gestoken. En iedereen moest toekijken hoe alles afbrandde. Stel je voor: je komt thuis en moet toekijken hoe alles brandt, dat is niet leuk.

Sommige mensen hadden een auto maar konden die nergens kwijt. Mijn opa heeft toen, samen met anderen, die auto’s onder het hooi in een hooiberg gezet. Ze deden alles stiekem want als de Duitsers er lucht van kregen, werd je opgepakt.’

Doet u elk jaar iets met 4 of 5 mei?
Op 4 mei steek ik ‘s avonds om 18 uur de vlag erin. Officieel mag het niet eerder, je hebt wel mensen die dit doen, maar het vlagprotocol is van 18 uur tot zonsondergang. Dus dat doe ik sowieso, halfstok. En dan zijn we twee minuten stil om 20 uur. Als daarna het Wilhelmus klinkt, krijg ik het veel te kwaad. De volgende dag neem ik een glaasje Oranjebitter.

Jongens, laten we blij zijn dat we in Nederland wonen, ondanks alles wat hier voor rare dingen tegenwoordig gebeuren. Nederland is een goed land. Dus alsjeblieft, wees zuinig op Nederland.’