‘Mijn vrienden hebben toen gezegd: ‘als hij niet mag, dan gaan wij ook niet naar binnen’
Lily, Lyse, Manuel en Najimi ontmoeten Waldy Neijhorst
Orelia Blinker ontmoet Patryk, C’naya en Sumaya van MK Oostzanerwerf op hun school in Amsterdam-Noord. De kinderen worden hartelijk ontvangen en hebben veel vragen voorbereid. Mevrouw Blinker is geboren in 1940 in het Marowijne District in Suriname, op een plantage die Vacomjetepousse heette. Ze waren thuis met 6 kinderen. Toen ze wat ouder werd, trok ze bij haar nicht in de stad in, om te gaan studeren. Ze was 24 jaar toen ze met haar zoontje naar Nederland kwam.
Hoe was uw jeugd in Suriname?
Toen ik een jaar of 2 -3 was verhuisden we naar een andere plantage Jedesire. Ik heb een leuke jeugd gehad. Als kind speelden we veel buiten. Mijn broers, zussen en ik vormden een hechte clan, en er waren altijd andere kinderen om mee te spelen. Dat was echt de leukste tijd van mijn leven op de plantage. Soms kwamen mijn neven en nichten op bezoek, want we waren een grote familie.Ik had geen huisdieren, maar er was wel een enorme vis in de rivier die altijd opdook als ik etensresten in het water gooide. We gingen ook vaak in de rivier zwemmen. En er was ‘Anans’, een gierige spin die altijd rijstkorrels at. Na het eten ging ik altijd naar de spin in huis toe, en als ik dan zei: ‘dit is voor jou’ dan nam hij het. Zei ik: ‘dit is voor je vrouw, dan nam hij dit niet.’
Wat verbouwden jullie op de plantage?
‘Mijn familie en ik leefden op een plantage, een rijstplantage om precies te zijn. Daar verbouwden we rijst, en als de oogsttijd aanbrak, was het zware arbeid. Dan kwamen er mensen helpen, vaak waren dit marrons. Zij werden niet met geld, maar met rijst betaald. Voor elke 3 zakken rijst die ze oogsten, mochten ze er een houden. Zo had iedereen genoeg eten voor het hele jaar.
Samen stampten we de rijst, terwijl we luidkeels zongen om het ritme te houden. De rijst werd in wannen gedaan, waarna we een speciale techniek gebruikten: we schudden de wannen op, zodat de wind het kaf wegblies. Zo bleef alleen de pure rijst over.’
Hoe was het om naar Nederland te verhuizen?
‘Ik ben naar Nederland verhuisd omdat mijn man hier al woonde. Hij had hier een studie tot bankwerker gevolgd, en daar was destijds veel vraag naar. Nederland was anders dan Suriname, maar we wisten al hoe het hier was, want in Suriname leerden we veel over Nederland. Daardoor schrok ik niet zo erg van de verandering. Ik houd heel erg van talen en wilde eigenlijk letterkundige worden. Bovendien spreek ik Pools.
Eerst woonde ik in Amsterdam-Oost, maar nu woon ik in Noord. Nederland was veel kouder dan Suriname en ook de schooltijden en andere dagelijkse dingen waren anders. Je hele leven was hier compleet anders, dus ik moest wel wat aanpassen.’

Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.