‘We mogen zijn wie we zijn. We zijn geen tweederangsburgers’


zzah, Sienna en Sem vertellen het verhaal van Hilly Soe
Amsterdam-Noord

Izzah, Sienna en Sem van MK Oostzanerwerf uit Amsterdam-Noord gaan Hilly Soe interviewen. In de bibliotheek helpen ze met het klaarzetten van de stoelen, de koekjes en thee. Het is een beetje spannend, maar mevrouw Soe komt met een warme, open sfeer de Maakplaats binnen. Het blijkt een ontroerend gesprek te worden over heimwee, discriminatie en het gevoel van thuis! Hilly Soe Agnie is geboren in 1954 in Paramaribo, Suriname.  Haar vader was daar minister van sociale zaken.

Hoe was uw kindertijd in Suriname?

‘Ik ben in Suriname geboren en ben tot mijn negende daar op school geweest. Ik vond het leuk op school. We waren met negen kinderen thuis, Ik had zes broers en twee zusjes, we werden beschermd opgevoed door onze ouders. Mijn vader was minister van sociale zaken. We werden met een chauffeur naar school gebracht. We mochten niet met andere kinderen spelen, alleen met elkaar thuis. Dat vond ik jammer. Op school speelde ik wel met andere kinderen.’

Werd u gepest omdat u een rijk kindje was?
‘Dat is een hele goede vraag. Ja, de buren vonden ons niet zo leuk. En dat was terecht. Ik ben namelijk later in mijn leven naar Aruba verhuisd en heb daar mijn oude buren leren kennen. En die wisten wie ik was, maar ik wist niet wie zij waren. En die zeiden tegen me: ‘Jij woont tegenover ons. Maar mocht niet met ons spelen.’ Ook vonden ze ons ‘hoogmoedig’. Mijn eerste indruk in Nederland? Ja. Ik kwam in Nederland met een boot aan. Dat was een boot. En als kind van negen vond ik het heel apart dat ik alleen maar witte mensen zag. En in die tijd waren er niet zoveel zwarte mensen in Nederland. Want ik kwam in 1965 aan. Dus ik dacht: ‘Ach goh, waar is iedereen gebleven?’ Het was best wel een schok voor mij als kind. Zo heb ik het ervaren. Het was allemaal anders.

Hoe voelde u zich in Nederland?
We dachten dat we maar een jaar en tien maanden in Nederland zouden blijven, omdat mijn vader ziek werd. Ik voelde me onveilig. Mensen waren het niet gewend, dat ik van kleur was. Er waren kinderen die mij vroegen of ik overal bruin was, terwijl zij overal wit waren. Ik miste de bossen en de natuur van Suriname. Alles was anders: sneeuw, kou, stenen trottoirs. Het kwam allemaal op mijn af. Ik droomde ervan om terug te gaan.

Toen ik ouder werd, ongeveer vijftien, werd me gevraagd of ik model wilde worden. Op straat werd ik benaderd. Mijn moeder werd gevraagd of ik model mocht worden, maar ik geloofde niet in mezelf. Ik dacht: Ik ben niet mooi, ik ben donker, waarom zou ik model zijn? Fotografen zeiden wel dat ik het kon, maar ik geloofde ze niet. Toch ben ik twee jaar model geweest. Ik wilde eigenlijk naar Amerika, geïnspireerd door de modellenboeken die ik las, maar mijn moeder liet me niet alleen gaan. In Nederland waren er toen niet veel bruine modellen, dus ik had niemand om naar op te kijken. Niemand zei tegen me: Je kunt het wel worden. Tijdens een fotoshoot moest ik een pruik dragen, terwijl ik mijn eigen haar mooi vind. De visagisten wisten niet hoe ze met mijn krullige haar moesten omgaan. Er was weinig kennis over make-up voor donkere mensen. Uiteindelijk stopte ik. Ik voelde me niet begrepen en niet mooi gemaakt. Het was jammer, want ik hield van kleding en de wereld van modellen, maar ik paste er niet in..nog niet.’

Hoe ging u om met heimwee?
‘Ik had last van heimwee; ik droomde veel over de jungle en de bossen. We woonden dichtbij een park en het Amsterdamse Bos. Ik rende altijd naar de bossen. En dan ging ik om die bomen heen en hield ik die  vast. Als ik begon te rennen, dan kon ik mijn energie kwijt. En had ik  heimwee naar Suriname, tussen de bomen had ik het gevoel dat ik in Suriname was. Toen ik in Suriname woonde, mochten we de Surinaamse taal niet spreken en moesten we ons aanpassen aan de Hollanders. Nu denk ik: ‘we mogen zijn wie we zijn. We zijn geen tweederangsburgers.’  Ik wil dat doorgeven: iedereen is gelijk, en we mogen trots zijn op wie we zijn.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892