Koloniale sporen in mijn buurt
‘Ze riepen “onder het bed!” als er schoten klonken’
Elisa, Floortje, Puck, Romy ontmoeten Randy de Bruijne
Ayan, Yigit, Belinay en Simge van OBS De Spiegel gaan met de auto op bezoek bij Sophie Timmer-Primowees. Zij is 90 jaar oud en woont in Zaandam aan de Westzijde. Ze worden hartelijk ontvangen met een kop thee en lekkere chocolaatjes. Mevrouw Timmer vertelt haar verhaal over de oorlog, die begon toen zij 5 jaar oud was. Ze woonden in de Eerste Helmersstraat in Amsterdam. In 1942 kwam zusje Hanneke erbij, die Joods en 3 jaar oud was toen ze bij Sophie en haar ouders kwam wonen.
Met hoeveel personen waren jullie vroeger thuis?
‘Ik was enig kind, samen met mijn vader en moeder, dus met z’n drieën. In 1942 kreeg ik een pleegzusje, Hanneke. Ze zou eigenlijk maar één nacht blijven als tussenadres, maar ze is uiteindelijk drie jaar bij ons gebleven. Hanneke was Joods en had al op twee andere adressen ondergedoken gezeten, waar het niet goed ging. Ik was blij dat ik niet meer alleen was en vertelde op school trots dat ik een zusje had gekregen. Niemand geloofde het, want ik was blond en Hanneke had donker haar, en ze liep al. Maar ik hield vol dat het mijn zusje was. Pas later kwam ik erachter dat iedereen wist dat Hanneke Joods was, maar dat niemand dat ooit had verteld.’
Wat gebeurde er tijdens het buitenspelen?
‘Hanneke en ik waren met vriendinnetjes aan het buitenspelen voor de deur, met een driewieler en een stepje. Toen kwam er een oudere dame en vroeg of Hanneke ook op het fietsje mocht. Ik vond dat zo vreemd, waarom vroeg die vrouw dit? Omdat ik bang was dat ze ons zou verraden, nam ik mijn zusje meteen mee naar boven en vertelde het aan mijn moeder. We hebben drie dagen in spanning gezeten. Pas later kwamen we erachter dat die vrouw Hannekes oma was, die maar één straat verder ondergedoken zat.’
Waar waren Hannekes ouders?
‘Tante Marie, een mevrouw van het verzet, ging ook langs bij Hanneke haar ouders die in Vijfhuizen zaten ondergedoken zo’n 20 kilometer van Amsterdam. Hanneke kon daar niet heen, omdat ze nog zo klein was en de rest misschien gevaar zou brengen. Hanneke’s ouders wisten dat het goed met haar ging in ons gezin en tante Marie bracht truitjes en vestjes mee die haar moeder voor haar had gemaakt. Hanneke wilde ‘papa’ en ‘mama’ zeggen tegen mijn ouders, maar dat mocht niet. Mijn moeder zei: ‘Je eigen ouders komen beslist terug’. Maar als ze niet terugkomen, dan zijn wij pas papa en mama voor jou.’
Waar was uw vader?
‘Mijn vader had vroeger een timmer- en houthandel in Amsterdam, maar die werd door de Duitsers in beslag genomen. Kort daarna werd hij naar Duitsland gestuurd om te werken. Mijn moeder stond er helemaal alleen voor, met Hanneke erbij.
Mijn vader moest in Duitsland in een fabriek werken. Uiteindelijk kwam mijn vader terug, maar hij was erg ziek. De Duitsers hadden hem in zijn pyjama teruggestuurd, denkend dat hij het niet zou overleven. Hij had tuberculose, een besmettelijke ziekte, dus wij mochten niet dichtbij komen. We stonden in de deuropening om met hem te praten. Af en toe kwam een zuster van het ziekenhuis langs, zuster Pannenkoek, om ons te controleren of we niet besmet waren door mijn vader. Uiteindelijk werd hij toch opgenomen in Hilversum om daar te herstellen, en langzaam knapte hij helemaal op.’
Hoe was het tijdens de Hongerwinter?
‘Tijdens de Hongerwinter was mijn vader gelukkig weer terug. Hij ging met tante Jo of met mijn moeder op de fiets naar Enkhuizen om eten te halen. Ze gingen op zogenaamde ‘hongertochten’ naar Enkhuizen. Daar haalden ze eten en bleven vaak een nachtje slapen. Op een dag moesten ze tijdens zo’n tocht in de berm gaan liggen omdat er vliegtuigen overvlogen en ze bang waren voor bombardementen. Op de terugweg gingen ze op de pont en mijn tante had zoveel honger dat ze een broodje at. Toen ze van de pont afgingen, merkten ze dat de tassen ineens leeg waren: al het eten was gestolen. Na een lange, zware tocht kwamen ze dus met niets terug.’
Hoe was voor jullie de Bevrijdingsdag?
‘Die dag vergeet ik nooit: 5 mei, prachtig weer. Mama zette Hanneke altijd op de stoel in de keuken,om haar dikke bos met haar te kammen. Toen werd er op de deur geklopt en stonden haar vader, moeder en tante Marie daar. Hanneke sprong meteen onder mijn moeder’s rok; ze wilde absoluut niet met hen mee, ze kende hen niet meer. Later gingen we naar haar huis, om langzaamaan te wennen, maar telkens ging ze weer terug naar ons. Zo ging het wekenlang, totdat mijn moeder uiteindelijk zei: ‘Lieve schat, ik heb je bed verkocht.’ We hebben altijd contact gehouden; ze is gewoon mijn zusje gebleven.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.