Koloniale sporen in mijn buurt
‘In Suriname was ik veel buiten’
Dennnis, Dingeman, Just, Lakeisha, Merijn ontmoeten Iedri Juthan
Mieke, Jaylinn, Iris en Jayce zitten gezellig aan de grote ronde tafel bij mevrouw Van de Vrie-Rottier. Het interview is in een zorgcentrum, waar veel aanloop is, dus soms kunnen de leerlingen van ’t Honk in Kapelle en mevrouw Van de Vrie elkaar niet zo makkelijk verstaan. Toch is de sfeer goed, en als kers op de taart mogen ze nog even op het balkon bij het hele schattige duivenkuiken kijken. Mevrouw Van de Vrie was negen jaar toen de oorlog uitbrak. Ze vertelt dat ze verschillende malen contact heeft gehad met Duitse soldaten. Die kwamen langs of waren ingekwartierd op de boerderij waar ze woonden. Het kon tot spannende situaties leiden.
Kende u mensen die in het verzet zaten?
‘Mijn ouders waren onderdeel van het verzet. We hadden onderduikers in huis, en ze probeerden ook zoveel mogelijk verzet te bieden tegen de Duitsers. Als het graan gedorst werd, dan mocht je maar een bepaalde hoeveelheid zelf houden, de rest moest je afstaan aan de Duitsers. Als ze dan kwamen controleren, lokte mijn moeder de Duitsers weg met een kop koffie en konden we weer een zak met graan verstoppen. Het was niet alleen voor ons maar ook voor de andere bewoners.
We hadden ook een ingekwartierde Duitser in huis, die ons heel af en toe ook hielp. Op een dag waren we vergeten onze fiets te verstoppen, en toen ze kwamen controleren wilden ze onze fiets innemen. Daarop zei de ingekwartierde Duitser dat het zijn fiets was, zodat we toch onze fiets konden houden.’
We hadden veel dieren thuis, meer dieren dan eigenlijk toegestaan was. Op een gegeven moment kwamen er twee NSB’ers langs, die kwamen zeggen dat we dieren moesten inleveren. Ze namen ook twee konijnen mee. Mijn vader werd toen zo boos en wilde met een schop achter ze aan gaan. Gelukkig hield mijn broer hem tegen. Als mijn vader achter hen aan was gegaan, dan had hij zelf naar de gevangenis gemoeten.’
Had u nog meer ontmoetingen met Duitsers?
‘We woonden op een grote boerderij, dus daar was veel plaats. Hij werd daarom wel eens gebruikt als standplaats voor Duitse auto’s. De Duitsers kwamen ook nadat ze de Van Nelle Fabriek in Rotterdam leeg hadden geroofd. Mijn broer en ik wisten dat ze snoepjes bij zich hadden, maar die mochten we van onze ouders niet aanpakken. Mijn broer was een jaar ouder dan ik en trok zich er niets van aan en pakte toch een snoepje aan. Het waren maar zuurtjes, maar toen was dat echt geweldig, want we hadden verder niet veel. Het was een echte traktatie voor ons!’
Wat gebeurde er met uw broer in de oorlog?
‘Mijn broer moest het leger in. Hij zat in een konvooi met heel veel paarden op de Remmerberg. Af en toe kwam hij bij ons thuis, maar hij kon vaak maar een nacht blijven, dan moest hij alweer verder. Ze zijn zelfs met de boot naar Engeland gegaan, totdat die boot werd gebombardeerd. Toen hebben wij een maand niets van mijn broer gehoord. We wisten niet of hij het had overleefd.
Na een maand kwamen we erachter dat hij gelukkig nog leefde, maar dat hij ook nog moest proberen om weer thuis te komen vanuit Engeland. Uiteindelijk is dit allemaal gelukt, maar wat hebben wij toch in spanning gezeten thuis…’