Koloniale sporen in mijn buurt
‘Ik ben nog steeds op ontdekkingsreis’
Ivan, Reem, Sjef ontmoeten Martha Sabajo
Yousif, Alessia, Juul en Milou hebben mooie vragen voorbereid voor Winston Gibbs, die hen vrolijk begroet. Achter in de klas hebben de leerlingen van de Troubadour in Eindhoven een gezellig hoekje ingericht, waar ze hem gaan interviewen over zijn herinneringen aan het leven op Curaçao. Eerst praten ze samen nog even over de middelbare scholen waar de kinderen na dit schooljaar naartoe gaan, daarna kan het interview echt van start.
Winston Gibbs werd in 1951 geboren in Willemstad op Curaçao en kwam op zijn 21ste naar Nederland.
Hoe bent u opgegroeid op Curaçao?
‘Ik ben opgegroeid op Curaçao in een warm en hecht gezin. Wij waren met acht kinderen: zes broers en twee zussen. Mijn vader was streng, maar rechtvaardig. Hij hield ons een beetje vrij, maar gaf ook duidelijke grenzen mee. Hij zei bijvoorbeeld: als anderen verkeerde dingen doen, dan moeten jullie daar niet in meegaan.
We woonden in de wijk ‘Steenrijk’, op een heuvel. Beneden lag Nieuw-Nederland en niet ver daarvandaan was de zee. Het leven daar was rustig en vertrouwd. Het was altijd warm, met veel zon en een vaste oostenwind.
Op school was alles in het Nederlands, want dat was toen verplicht. Ook in de pauze moesten we Nederlands spreken, anders kregen we straf. Maar in de praktijk deden we dat niet altijd, we bleven gewoon Papiaments praten. Alleen in de klas was het Nederlands.’
Wat herinnert u zich van school en regels vroeger?
‘Op school op Curaçao kwamen veel leraren uit Nederland. Dat voelde anders omdat zij andere gewoontes hadden. Als een leraar iets vroeg, reageerden wij niet altijd meteen. Ze moesten het netjes vragen, anders deden we het niet. Pas als ze het vriendelijk vroegen, deden we het. Soms zeiden wij ook dingen terug. Als ze dan vroegen ‘doe je het raam even dicht’ dan zeiden wij ‘nee, de tijd van slavernij is voorbij’. Dat kwam omdat we een sterke eigen houding hadden. Alles op school was heel gestructureerd en Nederlands georiënteerd. Dat was normaal in die tijd, maar het voelde wel streng.’
Was het moeilijk om naar Nederland te komen?
‘Voor mij was het niet moeilijk om naar Nederland te komen. Ik was voorbereid door verhalen van anderen. Mensen uit de buurt en studenten die al eerder gingen, vertelden hoe het hier was. Je moest wennen aan het weer, want in Curaçao is het altijd warm, maar in Nederland regent het veel en gaat alles gewoon door. Ook moest je hier op tijd zijn en rekening houden met regels die strenger waren dan op het eiland. Toch hielpen andere Antilliaanse studenten elkaar goed.
Wat mij opviel was dat mensen mij in het begin vaak als ‘anders’ zagen. Je moest jezelf steeds bewijzen, ook met diploma’s. Soms geloofden mensen niet dat je opleiding echt was. Dat was soms lastig en doet nog steeds pijn als ik eraan terugdenk.’
Voelt u nog verschil of discriminatie in Nederland?
‘Ja, dat voel je soms nog steeds. Niet altijd direct, maar het zit in kleine dingen. Zoals dat je soms anders wordt behandeld of dat mensen je niet meteen vertrouwen. Ik probeer daar anders naar te kijken. Als iemand niet groet, denk ik niet meteen dat het iets negatiefs is. Misschien heeft die persoon gewoon een slechte dag.
Ik heb geleerd om rustig te blijven en door te gaan. Niet alles persoonlijk te nemen, maar ook te kijken naar de situatie van de ander. Toch blijft het soms wel pijnlijk, vooral als het gaat om hoe mensen naar je kijken of je moeten bewijzen wie je bent.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.