‘Omdat mijn vader militair was, werd hij gevangengenomen door de Japanners’


Amanah, Erva en Rehana vertellen het verhaal van George Worthington
Amsterdam-Noord

De 73-jarige George Worthington heeft een zware tas mee met spullen uit zijn geboorteland. Stempels waarmee gebattikt wordt. Veel oude familiefoto’s en een lijst met daarin een oude kaart van Indonesie. Dat is handig, want zo kan hij Amanah, Erva en Rehana uit groep 7 van Basisschool Elif precies aanwijzen waar hij geboren is. In 1953 in Bandung.  Erva gaat deze zomer op vakantie naar Indonesië en vraagt hem om tips. Meneer Worthington is al in veel landen geweest, maar nooit in meer terug naar Indonesië. Wel mogen de meiden alledrie een prachtig gebatikte waaier uitzoeken na afloop van het interview.

Wat is uw familiegeschiedenis?
‘Die van mijn vader gaat heel ver terug. Tot in het jaar 1000. Onze familie kwam uit Engeland. In 1800 zijn er veel Engelsen naar Indonesië gegaan om te handelen. Een van mijn voorvaders is in Indonesië gebleven. Daarom heb ik een Engelse achternaam. Van mijn moeders kant zijn het in het verleden Nederlanders geweest die ook naar Indonesië zijn gegaan. Mijn oma had een Chinese moeder en een Franse vader, dus ik ben helemaal door elkaar geschud, zeg maar.’

Hoe was school voor uw ouders in Indonesie?
‘Zij gingen gewoon naar de Nederlandse school. Dus zij hadden Nederlands onderwijs. Ze spraken Nederlands en leerden over Nederland. Vroeger was het zo, hoewel we een kleurtje hebben, dat we we wel als Nederlanders werden beschouwd.
Zij kennen ook helemaal de Indonesische taal niet, dat hebben ze nooit geleerd. Bovendien mochten ze dat ook niet spreken. Wij hadden thuis drie bedienden. Eentje deed het huishouden en een jonge knul, die hield de tuin bij. En de baboe zorgde voor de kinderen.’

Hebben uw ouders ook erge dingen meegemaakt?
‘Ja, met name in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was in oorlog met Duitsland. En Japan wilde Indonesië veroveren. Omdat mijn vader militair was werd hij gevangen genomen door de Japanners. Hij moest als gevangene werken aan de Birma-spoorlijn ook wel bekend als de Dodenspoorlijn. Het was een 415 km lange spoorverbinding tussen Thailand en Birma (Myanmar), aangelegd door Japan tussen 1942 en 1944. Onder erbarmelijke omstandigheden stierven tienduizenden geallieerde krijgsgevangenen door honger, ziektes en mishandeling. Gelukkig heeft hij het overleefd. Anders was ik er niet geweest.’

Hoe was de reis?
‘We zaten op een heel groot stoomschip dat heette de Waterman. Er zaten heel veel mensen op dat schip. Mijn ouders moesten betalen voor de overtocht, omdat ze een hut hadden. Het was een hele lange reis. We kwamen in de winter hier aan. Het was koud en we hadden alleen maar hele dunne kleding want in Indonesië is het warm. We hebben warme kleding gekregen van het Leger des Heils. Vanuit Rotterdam zijn we geplaatst in een pension. We zaten in een kamer met een ander gezin. Dus het was best wel druk en vol. Later kregen we een huis in Papendrecht.’

Bent u wel eens gediscrimineerd?
‘Ja, in het begin als kind, maar ik kende het woord ‘discriminatie’ niet, wist niet dat dat zo heette. Ik werd wel eens uitgescholden, dan zeiden ze tegen mij; pinda-poepchinees.
Wij waren in Papendrecht de eerste mensen met een bruine huidskleur.’

Houdt u ook van koken?
‘Nou, mijn moeder kon niet koken. Toen ze hier kwam kon mijn moeder niet koken, omdat ze in Indonesië een kokkie hadden. Dus echt koken heeft ze hier pas geleerd in Nederland. Mijn vader kon wel koken. En ik heb nu een kookstudio hier in Amsterdam Noord. Delicious heet het. Daar leer ik mensen Indonesisch koken, ook kinderen.’

 

 

 

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892