Aankomst in mijn buurt
‘De geur van zoveel pubers in een warm klaslokaal in Mexico is me bijgebleven’
Antonia, Emilie, Floris ontmoeten Angelica Goyenechea-Jaramillo
Wat gespannen maar vrolijk zit Carmen Schaken al te wachten op haar interviewers Raf, Adam, Abi en Nina van basisschool Philipsdorp in Eindhoven. Ze stelt voor om er ‘een gezellig gesprek’ van te maken. Mevrouw Schaken is geboren in 1950 in Paramaribo en kwam in 1968, toen ze 18 was, naar Nederland. Ze heeft foto’s en spullen meegenomen om haar verhaal tastbaar te maken en ze trakteert de kinderen op zelfgebakken Surinaamse koekjes.
Waarom bent u naar Nederland gekomen?
‘Ik ben geboren in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname, en ik groeide op in een houten huis tussen veel groen. Bij ons stonden de deur en de ramen open: mensen konden zo binnenlopen. Als je uit school kwam, ging je buiten spelen, dat was het leven. Ik bleef in Suriname tot mijn achttiende, toen heeft mijn vader mij naar Nederland gestuurd. Dat voelde dubbel.
Ik verlangde er als kind ook naar, omdat we op school veel over Nederland leerden en Nederland ver weg en bijzonder leek. Maar ik moest ook alles achterlaten: mijn vrienden, mijn vertrouwde huis en de geur van thuis. Toch zat er ook iets krachtigs in: mijn vader wilde dat ik zou studeren en iets zou worden. Later is dat een soort leidraad geworden in mijn leven.’
Hoe zag uw huis eruit?
‘In Suriname woon je vaak niet met alleen vader, moeder en kinderen. In mijn familie woonden oma’s, tantes, neefjes en nichtjes samen in één huis. En meestal heeft de oma het laatste woord, dat was gewoon zo. Als kind speelde ik het liefst buiten. We speelden tikkertje (wij zeiden soms ‘elle) en we speelden Moeder, mag ik reizen?’ Dan vroeg je: ‘Moeder mag ik reizen?’ en zei je een plek, soms zelfs ‘Amsterdam’, omdat je als kind al droomde van Nederland. Dan mocht je stapjes zetten met de letters van het woord.
We hadden niet veel gekocht speelgoed; we maakten het zelf buiten. Tegelijk was het thuis ook streng: je had schoolkleren, huiskleren en uitgangskleren. Met schoolkleren mocht je niet ravotten. En je moest op tijd thuis zijn, want rond vijf uur werd het donker. Als je te laat was, kreeg je straf, maar spelen was zó leuk dat je soms toch weer te ver wegging.’
Wat nam u mee en hoe was de reis naar Nederland?
‘Ik was 18, dus ik had niet veel spullen. Natuurlijk nam ik kleren mee, maar wat ik echt koesterde was een oude Surinaamse vlag. Die vlag hoorde bij Suriname van toen en die zat als het ware in mij. De reis vond ik eng. Ik had nog nooit gevlogen of met de trein gereisd, en ineens zat ik uren in een vliegtuig. Ik kreeg eten en iedereen at met mes en vork, dat kende ik niet, dus ik at niet.
Toen ik aankwam op Schiphol schrok ik van deuren die vanzelf opengingen. Ook in de trein schrok ik van het lawaai van een voorbijrazende trein. En het was herfst: bomen zonder bladeren, dat vond ik zó vreemd, want bij ons is alles groen. Later fietste ik door de sneeuw en voelde ik van alles om me heen: ik dacht echt, wat is dit? Alles was nieuw en ik moest snel wennen.’
Hoe was het om hier te wonen?
‘Toen ik hier was, wilde ik mijn weg vinden. Ik ben de verpleging ingegaan om mijn diploma te halen en verder te studeren. Dat is bijzonder, want in Suriname was ik eigenlijk bang voor psychiatrische patiënten. En ineens werkte ik in een omgeving waar veel mensen psychisch ziek waren. Niemand had me een handleiding gegeven; ik heb het moeten leren door te kijken, door ervaring en door studie.
Dat studeren heeft me ook geholpen in Nederland, want ik heb racisme en discriminatie meegemaakt. Er zijn mensen geweest die nare dingen zeiden, zoals dat ik ‘terug moest naar de rimboe’. Ik leerde dat je niet alles kunt veranderen, maar wel hoe je ermee omgaat. Voor mij werd het heel duidelijk: kennis is macht. Kennis is een sleutel om deuren open te maken. Nu heb ik kinderen en kleinkinderen en voel ik me hier thuis, maar ik mis Suriname ook. Daarom ben ik soms een half jaar daar en een half jaar hier. En om af te sluiten heb ik voor jullie Surinaamse koekjes gebakken, zodat jullie ook iets van die sfeer proeven.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.