‘Mijn vader zou moeten vechten tegen de Indonesiërs en dat wilde hij niet’


Max, Oscar, Fedde en Sare vertellen het verhaal van Carmen Rosendaal
Eindhoven

Max, Oscar, Fedde en Sare van de Troubadour in Eindhoven spreken met Carmen Rosendaal (1946) over haar leven in Indonesië. Zij werd geboren in Palembang. Haar vader kwam uit Suriname. In 1929 reisde hij naar Nederland om een militaire opleiding te volgen, en ging als beroepsmilitair naar Indonesië. In Nederland had hij Carmens moeder ontmoet en na de Tweede Wereldoorlog werd Carmen geboren. Het gezin woonde nog een aantal jaren in Suriname en verhuisde uiteindelijk naar Eindhoven. Carmen Rosendaal was toen 13 jaar.

Kunt u iets vertellen over uw vader?
‘Mijn vader kwam uit Suriname en ging in 1929 naar Nederland voor de militaire opleiding. In Nederland was het zo koud dat hij besloot om als militair te werken in Indonesië. Mijn moeder en vader leerden elkaar kennen in Nederland. Later kwam mijn moeder naar Indonesië, waar mijn vader was.

Mijn ouders waren in Indonesië toen de Japanse oorlog begon. Mijn moeder moest met haar kinderen in een van de kampen. Dit was heel zwaar voor haar. In die tijd werd mijn vader als vermist opgegeven. Hij moest werken aan de spoorlijn en werd mishandeld omdat hij een Nederlandse militair was. Mijn vader schreef mijn moeder stiekem een bericht. Hij vluchtte samen met een andere jongen met een bootje. Ze waren bijna een maand op zee toen ze aankwamen in een dorp. De Indonesische bewoners hielpen ze te herstellen na de lange reis. Later bleek die andere jongen een prins te zijn.’

Hoe kwam u in Suriname terecht?
‘Na de oorlog kwam er eindelijk wat rust en negen maanden later werd ik geboren. Toen begon de Bersiap-periode: de Indonesische mensen kwamen in opstand tegen de Nederlanders. Mijn vader zou als Nederlandse militair moeten vechten tegen de Indonesiërs en dat wilde hij niet. Zij waren vrienden en hadden hem in de oorlog gered, hij wilde niet tegen ze vechten. Zo vertrokken wij naar Nederland. Vanuit daar zijn wij weer verhuisd naar Suriname, waar heb ik van mijn derde tot mijn dertiende heb gewoond. Dit was een van de beste tijden van mijn leven.’

Wat weet u over het koloniale verleden?
‘Wat ik heb meegekregen van de koloniale geschiedenis is eigenlijk wel heel pijnlijk. Mijn overgrootvader was een tot slaaf gemaakt persoon. Mijn vader was een donkere man, hij was een echte heer en een goed mens, maar hij werd slecht behandeld en dat deed mij pijn. Het zat er blijkbaar toch nog in dat mensen die donker waren, als minderwaardig werden behandeld. Ik strijd daarom voor gelijkheid, eigenlijk heb ik namelijk ook Afrikaanse roots. De discriminatie deed pijn, maar ik ben sterk.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892