Koloniale sporen in mijn buurt
‘Ik kreeg onderwijs over Nederland, maar amper over mijn eigen land’
Leerlingen van Alasca ontmoeten Nelson Carrilho
Dik ingepakt tegen wind en kou stappen Rivka, Eline, Adam, Yassine op de fiets richting de Oba-Molenwijk. Mevrouw Budde wacht hun daar op in de bibliotheek met een kopje koffie. Ze is geboren in 1942 in Zaandam en in 1944 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Ze vertelt het indrukwekkende verhaal over wat haar vader is overkomen.
Wat gebeurde er op 7 mei?
‘Mijn verhaal begint op de Dam in Amsterdam, twee dagen na de officiële bevrijding op 5 mei 1945. Mensen waren ontzettend blij dat de oorlog voorbij was. Ze hingen vlaggen uit, dansten op straat en omhelsden elkaar. Om drie uur ’s middags stond de Dam helemaal vol met mensen die feest wilden vieren. Mijn vader en mijn broertje waren daar ook naartoe gegaan.
Bij de ingang van de Kalverstraat stond een groot gebouw met meerdere balkons. Ineens verschenen daar Duitse soldaten, zelfs op het dak. Vanaf daar begonnen ze te schieten. Ze waren waarschijnlijk dronken en jaloers. Er vielen 32 doden en veel mensen raakten gewond. Eén van de mensen die stierf, was mijn vader. Hij was 29 jaar. Mijn broertje was 6 jaar en stond naast hem. Alles gebeurde zo snel. Als je zes jaar bent en je vader wordt opeens doodgeschoten, snap je er niks van. Je wordt helemaal bang en verward. Mijn broer heeft nooit meer over de oorlog gesproken. Hij is twee jaar geleden overleden. Maar ieder jaar, op 7 mei, had hij altijd last van zijn maag. Zijn hele leven lang.’
Hoe ging het verder met uw moeder en jullie?
Door bombardementen waren veel mensen hun huis kwijt en kregen zij een vergoeding. Mijn moeder had haar man verloren en kreeg niets. Mijn vader werd twee dagen na de officiële bevrijding op de Dam doodgeschoten. Mijn moeder bleef achter met drie kleine kinderen, maar ze werd niet erkend als weduwe van een burger-oorlogsslachtoffer. Ze had nergens recht op. Mijn moeder schreef brieven en heeft geprocedeerd, overal naartoe. Pas na 45 jaar, dus eind jaren tachtig, werd mijn moeder erkend als weduwe van een burger-oorlogsslachtoffer. De oorlog duurde tot 5 mei 1945, maar zij moest zo lang wachten.
Mijn moeder trouwde later uit noodzaak met een weduwnaar. Het was geen leuke man. We werden groot samengesteld gezin van zeven kinderen en zij kregen ook nog twee kinderen.’
Moest uw vader onderduiken?
Twee jaar voordat hij werd doodgeschoten, moest mijn vader van de Duitsers in Duitsland in een fabriek werken. Voor de Duitsers dus. Mijn vader wilde net als zovelen ook niet in die fabriek werken.
Dus is hij samen met iemand anders gevlucht en liep terug naar Nederland. Maar de Duitsers waren goed georganiseerd en gingen naar hem op zoek. Toen moest mijn vader onderduiken. Hij verbleef waarschijnlijk ergens aan een gracht, dat adres was niet bekend. Hij vertoonde zich niet meer op straat. De Duitsers wilden hem pakken, en het verzet hielp hem om verborgen te blijven.’
Wat aten jullie in de oorlog?
In de eerste twee jaar van de oorlog merkten veel mensen nog niet dat er minder te eten was. Maar hoe langer de oorlog duurde, hoe moeilijker het werd. In Amsterdam gingen mensen daarom naar de boerderijen buiten de stad om melk, aardappels en groenten te halen. Soms gaven ze een gouden ring om iets te ruilen voor eten, bijvoorbeeld een bloemkooltje.
Het werd steeds erger. In de winter van 1944-1945, de Hongerwinter, stierven mensen zelfs op straat van de honger. Mijn grootvader vertelde dat iemand voor zijn deur was doodgegaan. Zelfs huisdieren, zoals katten, verdwenen soms omdat ze werden opgegeten. Het was een verschrikkelijke tijd.
Wanneer wist u dat uw vader nooit meer terug zou komen?
Ik was 13 jaar toen ik pas echt besefte wat er met mijn vader was gebeurd. Al die jaren had ik gedacht dat hij terug zou komen uit Duitsland, want er werd nooit over gepraat. Dat moest toen doodgezwegen worden. Toen werd er gevraagd of het graf van mijn vader op de Oosterbegraafplaats geruimd mocht worden. Pas toen besefte ik dat mijn vader echt niet terugkwam.
Op 7 mei ga ik naar de Dam. Ik neem een stoeltje en een boekje mee. Om drie uur ’s middags denk ik aan hoe het geweest moet zijn op 7 mei 1945. Dat doe ik om mijn vader te gedenken, want ik ben opgegroeid zonder vader.
Wat ik wil zeggen is dit: kinderen die nu in oorlog leven, zoals in Oekraïne en de Gazastrook, dragen dat hun hele leven mee. Als zij familie, vrienden of bekenden verliezen, vergeten ze dat nooit. Ook over 80 jaar niet. Het gaat pas weg als je er zelf niet meer bent. Oorlog is een van de ergste dingen die er bestaan. Wat er met de Joden is gebeurd, kan ik niet begrijpen. Het is moeilijk te bevatten dat mensen elkaar haten om geloof of afkomst. Echt onbegrijpelijk.’

Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.