Oorlog in mijn Buurt
‘We stonden vooraan bij de slagboom toen de Philipsfabrieken gebombardeerd werden’
Brandon, Evabritt, Jasmijn ontmoeten Peter Buddemeijer
Noah, Sanne, Yana en Asiyah zijn op pad om Peter Buddemeijer te interviewen. Hij is nu nog 89 jaar, maar wordt de dag erop 90! De leerlingen van De Klimop in Eindhoven worden hartelijk ontvangen en mogen even zijn huis bekijken. Even later schuiven ze aan tafel en krijgen ze een glaasje fris. Ze vullen een naamkaartjes in, een trucje van meneer Buddemeijer om hun namen te kunnen onthouden.
Hoe kwam uw vader aan eten tijdens de oorlog?
‘Mijn vader was van beroep slager in Eersel, maar in de oorlog viel er met de slagerij niks te verdienen. Maar toen kwamen we in Eindhoven te wonen, want mijn vader moest opkomen bij de mobilisatie. Sommige mensen hadden een kip, konijnen of een varken thuis, maar zelf slachten mocht van de Duitsers niet. En de mensen die zo’n beest hadden, durfden of konden het niet slachten. Mijn vader wel, dus als hij dat deed, heel stiekem… Hij vroeg er nooit geld voor. Want, zei hij, een briefje van 25 gulden kun je niet tussen je boterham leggen. Dus vroeg hij om een stukje vlees van het geslachte dier.
Mijn vader durfde met zo’n stuk vlees niet over straat te lopen. De dag na het slachten moest mijn moeder met de kinderwagen naar het adres waar hij had geslacht. Onder de bodem legde ze het stukje vlees en dan m’n zusje erbovenop, en zo liep ze naar huis.’
Hoe was het om Joodse onderduikers te hebben op zolder bij u thuis?
‘Daar wisten wij natuurlijk niks van. Je moet kinderen geen geheimen vertellen want die verklappen dat. Ik schat dat de onderduikers in 1943 kwamen, zoiets hebben ze later verteld. Mijn broer en ik speelden vaak samen op zolder, maar op een dag mocht dat niet meer. Mijn moeder vertelde ons dat drie Pieten boven hun intrek hadden genomen. Wij sliepen net onder de zolder en hoorden weleens lawaai. Dan dachten we dat dat die Pieten waren en doken we onder onze dekens. Naderhand hadden we gehoord dat er een Joods echtpaar zat, Godschalk heetten ze, een echte Joodse naam.’
Kunt u wat vertellen over het Sinterklaasbombardement op 6 december 1942?
‘We hadden die zondagochtend een toverlamp als kado gekregen. Om een uur of 12 zei mijn vader: die cyclanen daar, daar staat een briefje voor oma bij. Dus wij pakten de fiets, ik met de cyclaan achterop en mijn broertje voorop. We kwamen bij een overweg, maar mijn vader – met twee kinderen en die twee cyclanen – kon niet over die brug heen, dat was te zwaar. Dus wachtten wij voor de spoorbomen.
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.