Oorlog in mijn Buurt
‘Mijn ouders moesten zich dus verbergen en stilhouden’
Anne en Pien, Lilian ontmoeten Ellen Elzas
Melle, Anna en Sep helpen mee om de stoelen klaar te zetten in het kleine werkkamertje van hun school ’t Anker in Amersfoort. Ze hebben een mooie vragenlijst gemaakt. Meneer Westerweel vertelt al jaren over zijn opa en oma op allerlei plekken, onder andere op de school in Amsterdam die naar hen vernoemd is. Hij is een man met een missie; vertellen wat voor moedige daden zijn grootouders hebben verricht. Hun verhaal klinkt als een spannende avonturenfilm en ze hangen dan ook aan zijn lippen!
Wat weet je van je opa en oma?
‘Ik heb mijn oma veel gesproken over haar leven. Ze was vroeger, toen de oorlog begon, net als mijn opa onderwijzer op de werkplaats in Bilthoven. Ze zag wat hij allemaal deed voor andere mensen en ze vond mijn opa zo’n geweldige man dat ze hem wilde helpen. Samen zijn ze toen in het verzet gegaan. In het geweldloze verzet; de Westerweelgroep. Mijn opa hielp een heleboel jonge mensen die toentertijd naar Palestina wilden gaan. Door hem zijn ze ternauwernood aan de dood ontsnapt doordat hij allemaal onderduikadressen voor hen regelde. Zo heeft hij vele jonge mensen gered. Het bijzondere was dat hij geen geweld gebruikte, dus hij moest op een andere manier slim zijn door zijn contacten aan te spreken. Er waren nog geen mobiele telefoons en internet. Dus hoe deed je dat. Mijn grootouders deden niet mee aan de regels die de Duitsers opstelden. Als Joden iets niet mochten, dan zei mijn opa: ‘Dan ga ik ook niet meer met de tram, of naar het park.’ Dat was stil verzet. Zo dapper waren ze dus ook.
Er is in Amsterdam de Joop en Willy Westerweelschool opgericht. Naar mijn grootouders vernoemd. Dat is een school die ook geweldloos is. Ik kom daar nog ieder jaar en dan ga ik met de kinderen naar kamp Vught. Om te praten over mijn grootouders en hoe we met elkaar om kunnen gaan. Ik vind dat heel fijn om te doen.’
Hoe wist je in de oorlog wie je wel en niet kon vertrouwen?
‘Nou ja, dat was ook echt heel lastig en soms ging het mis. Je dacht dat je iemand kende, en die had weer een vriend, en die weer een vriend of buurvrouw en zo ging dat. Gelukkig ging het ook vaak genoeg wel goed. Zo heeft hij op een heel slimme manier vele mensen laten meehelpen om aan de Atlantic Wall mee te bouwen. Ze konden via die plek over de bergen en zo met de boot naar Israël door. Maar stel jezelf maar eens de vraag: wat vind ik goed en wat ik niet goed? En wat zou ik doen in die tijd? Hoever zou ik gaan om iemand te helpen? Als je niets doet, gaan er vreselijke dingen mis. Maar zou je iets durven doen? Daarom praat ik er zo graag over, ook om jullie te inspireren goed na te denken over hoe je wilt leven.’
Wat is er uiteindelijk met je opa en oma gebeurd?
‘Mijn opa is opgepakt toen hij met een valse snor in de trein zat. Het nieuws ging rond dat er ‘een grote vis gevangen was’, dus dat geeft wel aan hoezeer hij gevaar liep en de Duitsers blij waren dat ze hem hadden. Hij is uiteindelijk in kamp Vught terecht gekomen. Daar heeft hij mijn oma nog één keer gezien. Zij hoorde dat ze hem via een klein raam in de ziekenboeg nog zou kunnen zien. Dat is gebeurd. Ze hebben naar elkaar kunnen zwaaien en dat was de laatste keer dat ze elkaar zagen. Mijn opa is doodgeschoten en mijn oma naar een vrouwenkamp gebracht, Ravensbrück. Ze werd na de oorlog naar Zweden gebracht en is daar langzaam weer sterk geworden. Na de oorlog zag mijn oma haar vier kinderen weer terug, wat natuurlijk heel gek was. Ze moesten weer enorm aan elkaar wennen. Tijdens de oorlog hadden mijn grootouders al hun kinderen namelijk laten onderduiken op vier verschillende adressen in Nederland. Ze hadden allemaal geen enkel idee van waarom, waar hun andere broers en zussen en ouders waren en hoelang dat zou duren. Het zou te gevaarlijk zijn als ze iets zouden weten.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.