Oorlog in mijn Buurt
‘ Ik schrik nog altijd als ik harde knallen hoor. ’
Dounia, Ismail ontmoeten Jos Poels was 5 jaar toen de oorlog begon
Jarred, Abel, Lois en Zoë van Basisschool ’t Anker in Amersfoort, fietsen naar het tehuis waar Joke Pot woont. De kinderen zijn goed op het interview voorbereid en vinden het ook een beetje spannend. In de gezellige woonkamer zien ze een hoekje met allemaal foto’s en er staat drinken en een schaal koekjes. Mevrouw Pot geeft aan hoe belangrijk het is dat kinderen en ouderen elkaar ontmoeten en dat deze verhalen doorverteld worden.
Welke dingen uit de oorlog herinnert u zich?
‘Ik ben nu 91 dus reken maar uit. Ik was 7-8 jaar denk ik. We moesten aan het begin van de oorlog evacueren naar Noord Scharwoude, bij Alkmaar, omdat Amersfoort onder water zou komen te staan. Dat was de eerste herinnering. Iedereen en ook wij moesten de stad uit. We kwamen enkele dagen in een gezin terecht, waar we nu nog steeds contact mee hebben.
Het allerergste vond ik dit: Ik lag met drie meisjes in het ziekenhuis. Er lag ook nog een jongetje Nikki. Hij had een waterhoofd en hij was Joods. De nonnen in het ziekenhuis zeiden elke dag: ‘Waar gaat Nikki niet naartoe?’ Hij antwoordde dan: ‘Nikki gaat niet naar Polen.’ Maar op een morgen kwam er een Duitse soldaat binnen en die rukte hem uit bed, trok de slangen uit zijn hoofd en nam hem mee. Ik heb hem nooit meer gezien. Dat was heel erg en ben ik nooit vergeten. ‘
Hoe was het om in de oorlog te leven? En heeft u Joodse mensen gekend?
‘Ik woonde aan de Weverssingel in de binnenstad. Mijn oma was de baas in huis. Ze was van niemand bang. Er zaten drie onderduikers op zolder, onder andere de broer van mijn moeder. Er woonden heel veel buren om ons heen die bij de NSB zaten. We mochten ’s avonds de straat niet meer uit, hadden geen elektriciteit, hadden weinig water. Mijn man had hongeroedeem. Wijzelf hadden nooit honger, omdat we veel mensen kenden die ons eten brachten en we hadden genoeg geld. Oma liet een keer een varken brengen en daar hebben we toen met een groot deel van de straat van geleefd. De NSB’ers die om ons heen woonden in de straat pakten alles af op straat als mensen eten hadden. Ik heb nooit begrepen waarom iedereen tegen de Joodse mensen was. Ik zag dat ze sterren op moesten, maar ik begreep nooit waarom. Ik kende een paar Joodse kinderen in de stad. Die zijn dus allemaal verdwenen. De onderduikers zijn gelukkig door niemand ooit ontdekt. Ik ben een jaar niet naar school geweest. De Duitsers moesten daarin. Tijdens een avondmaaltijd was er een razzia in het centrum. Toen is mijn schoonvader met zijn bord en al van de eettafel opgestaan, rende naar zijn verstopkamertje en toen kwamen de soldaten net te laat. De soldaten telden de borden en hebben niet ontdekt dat hij daar ook woonde.
Net voor de Bevrijding kwam er een soldaat in hun huis ingekwartierd. Hij sliep dan een nacht bij hen op de bank in huis, terwijl ze boven onderduikers hadden. Hij liet foto’s zien van zijn vrouw en kinderen. Hij gaf hun brood en boter. Hij was mijn oma heel dankbaar.’
Hoe was de Bevrijding?
‘Ik heb gezien hoe vrouwen werden kaalgeschoren als ze met Duitsers waren omgegaan. Ze werden op karren gezet en door de stad gereden. Ik weet nog hoe ze binnenreden op 7 mei en dat er weer geschoten was. Er waren nog Duitsers die dat deden. Ik verstopte me achter de toonbank van een kaaswinkel. Wat goed dat jullie in kamp Amersfoort zijn geweest. Ik ben altijd op 4 mei naar dat kamp toegegaan om te herdenken. Alleen overleed mijn man op 4 mei en vanaf dat moment kon ik dat niet meer. Als kind wist ik helemaal niet dat daar een kamp zat en wat daar gebeurde. Op een dag wilde mijn moeder de pastoor uit Hooglanderveen daar gaan bezoeken. Die heeft ze dus opgezocht. Gewoon het kamp in en er weer uit. Ze had geen idee wat er allemaal gebeurde toen ze hem bezocht. Van het wegvoeren en zo wisten ze niets. Ze hebben toevallig geluk gehad dat die bewakers niet al te streng waren. Ik zou zo graag willen dat iedereen aardig en lief is voor elkaar. Ik vind dat de wereld best een nare plek is. Voor jullie toekomst vind ik dat niet fijn. Daarom is het zo belangrijk dat kinderen en ouderen elkaar ontmoeten en dat deze verhalen doorverteld worden.’


’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.