Oorlog in mijn Buurt
‘Als de oorlog een paar dagen langer had geduurd, dan waren we opgepakt’
Andrea, Boris, Liset ontmoeten Ineke Sprenger
Viggo, Jesse en Saar, leerlingen van OBS Twiske, gaan op bezoek bij Ton Baardwijk. Meneer Baardwijk is geboren in 1945 en heeft de oorlog zelf niet bewust meegemaakt, maar hij kan wel veel vertellen over wat zijn familie heeft meegemaakt en heeft een prachtige postzegelverzameling, waarvan de leerlingen ieder één kregen met een afbeelding van Hitler erop. ‘Een boosaardige man met een poppensnorretje’ aldus meneer Baardwijk. Ook neemt hij hun mee naar de Museumwoning, een klein museum in Amsterdam-Noord, waar ze heel mooi kunnen zien hoe mensen vroeger leefden.
Welke spullen zijn er in het museum die direct met de oorlog te maken hebben?
‘In het museum staat een verduisteringsluik. In de oorlog moesten de ramen verduisterd worden, want er mocht geen licht van binnen naar buiten komen. Het is papier, zwart papier dat je in een hor deed. Die moest voor de ramen komen. De Duitsers reden dan op de motor langs en als ze dan ergens licht zagen, schoten ze zo op het raam, of er nou mensen achter waren of niet. Dus je zorgde wel dat je de zaak goed verduisterde. En ook een heel uniek, we hebben ‘kakies’ uit de oorlog. In een blik dat helemaal dicht gesoldeerd is, en uit Zweden kwam aan het einde van de oorlog.’
Heeft u de Hongerwinter meegemaakt?
‘Ik ben geboren in maart 1945. En de eerste melk die ik kreeg was in mei. Dat was melkpoeder die we kregen uit Zweden. Mijn moeder had geen borst met voeding, dat was allemaal blauw water. Met een theelepeltje suikerwater, bietenwater, hebben ze me grootgebracht.’
Hoe kwam uw familie aan eten tijdens de Hongerwinter?
‘Het voedsel was op, en mensen moesten naar de boeren om voedsel te krijgen. En ik weet nog dat mijn vader een keer van mijn oom een half varken heeft gekregen. Maar dat moest hij wel ophalen, want mijn oom durfde niet. Als je terugkwam van het boerenland werd je gecontroleerd door Nederlandse politiemensen. En het voedsel werd altijd in beslag genomen. Dat werd dan afgepikt. Maar mijn vader heeft gedacht, ik moet met dat varken er doorheen zien te komen. Hij heeft het op zijn rug gebonden, zijn jas er overheen en liep gebogen alsof hij een bochel had. Het lukte: hij mocht zo doorlopen. Hij heeft geluk gehad, want als hij aangehouden was, had hij misschien de kogel gelegen. Het voedsel moest je inleveren. Dus dat waren wel spannende dagen.
Hij ging ook vaak naar de boer toe. Hij heeft een keer een kruiwagen vol met aardappels gekocht. Hij heeft er misschien wel 80 gulden voor betaald. En wat gebeurt er nou, daar ziet hij ineens in de verte Duitse wagens. Er kwam een patrouille aan. Toen is hij gauw van de dijk afgegaan, maar toen rolde die kar om. Hij heeft toen de hele nacht op zijn knieën alle aardappels lopen zoeken. Die lagen allemaal over de dijk verspreid. En zo is hij thuis gekomen. Hij was bekaf en mijn vader is met de handkar zo de deur in gereden. Voordeur open, hup, zo naar binnen, en in de gang omgekiept. En toen hadden wij weer een tijdje aardappels.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.