‘In een paar maanden tijd verloor mijn oma twee kinderen’


Dana, Aaliyah, Novaley en Lamya vertellen het verhaal van Elly de Nijs
Amsterdam-Noord

Langs besneeuwde bomen fietsen ze naar de Ritakerk. Nu gerenoveerd tot een prachtig hotel. Dana, Aaliyah, Novaley en Lamya van de Twiskeschool kijken hun ogen uit zodra ze de lobby binnenkomen. De 68-jarige Elly de Nijs wacht hun op. Ze mogen plaatsnemen in het atrium. Op deze plek raakte de kerk tijdens een bombardement in 1943 zwaar beschadigd. Bij de aanval kwamen tien kinderen om het leven. Ook de oom van mevrouw de Nijs, Theo de Nijs, overleefde de aanval samen met zijn vriend Hans niet.

Kunt u iets over het gezin van uw oom vertellen?
Toen de oorlog begon in 1940, was Theo 11 jaar oud. Hij was namelijk geboren in 1929.
Zijn vader heette Jan en zijn moeder Ali. Ze woonden vlakbij de Ritakerk, in de Recedastraat in Noord. Ze hadden tien kinderen. Het was een katholiek gezin, en ze leefden met z’n allen in een huis met kleine kamertjes, waardoor meerdere kinderen een kamer deelden.

Wat gebeurde er in de Ritakerk?
Mijn oom was misdienaar. Tegenwoordig heb je nog steeds misdienaars in de katholieke kerk, en dat was vroeger ook. Op de dag van het bombardement waren Theo en zijn vriend Hans Molens ook misdienaar.
De kerk bestond 25 jaar en er was een speciale kinder-mis op zaterdag, dus er waren ontzettend veel kinderen aanwezig. Toen de mis bijna voorbij was, ging plotseling het luchtalarm. Het maakte een hard geluid, zoals dat op de eerste maandag van de maand om 12 uur klinkt, en waarschuwde dat er gevaar dreigde. De jongens stonden vooraan op het altaar en wilden door de zijdeur naar buiten om te kijken wat er aan de hand was, want het was natuurlijk spannend.

De pastoor zag dat en riep: ‘nee jongens, kom maar hier midden in de kerk staan, daar is het veilig’. Maar precies daar viel een bom. Ze stonden dus op de verkeerde plek. Op foto’s is de inslag te zien. Achterin de kerk was een soort balkon met een groot orgel, dat was ook volledig vernield. Mensen sprongen in paniek van het balkon af. Het was een enorme bom die een grote krater in de grond sloeg; overal was stof en paniek. De bom kwam door het dak heen, maar de buitenmuren van de kerk bleven grotendeels staan, dus de kerk was niet helemaal verwoest.’

Waarom bombardeerden ze de kerk eigenlijk?
‘De vliegtuigen van de Engelsen wilden de Fokkerfabriek in Amsterdam-Noord raken, waar vliegtuigen voor de Duitsers werden gemaakt. Die werd nooit nooit geraakt. In plaats daarvan vielen de bommen op de stad en daardoor kwamen onschuldige mensen om het leven, zoals Theo.
De piloten waren jonge jongens van 18 of 19 jaar en hadden weinig ervaring. Ze hadden geen moderne apparaten om precies te zien waar ze moesten gooien, dus ze moesten uit het raam kijken. Het weer was slecht en er ging van alles mis, waardoor de bommen overal vielen behalve op de fabriek.

Waar waren de ouders van Theo op het moment van de bomaanslag?
Zijn ouders waren thuis, want het was een speciale kinder-mis. Eén van Theo’s jongere broertjes, Hans, was wel in de kerk en zag wat er gebeurde. Hij rende meteen in paniek naar huis om zijn ouders te waarschuwen.
Mijn opa en oma gingen direct kijken, maar al snel bleek dat Theo bij de slachtoffers hoorde. Later moesten ze hem officieel identificeren. Volgens mijn vader konden ze Theo alleen nog aan zijn schoenen herkennen, want door de bom was hij zo zwaar geraakt dat hij bijna niet meer te herkennen was. Mijn oma heeft daarna nooit meer echt plezier in het leven gehad. In een paar maanden tijd verloor ze twee kinderen, wat natuurlijk verschrikkelijk was.’

Vonden de ouders van Theo het lastig om erover te praten?
‘Ja, ze spraken er niet veel over, waarschijnlijk omdat het zo heftig was voor het gezin van mijn vader. Kort voordat het bombardement plaatsvond, overleed een jong zusje van Theo en mijn vader, mijn tante. Ze was 11 jaar en had tyfus. Dat gebeurde in het voorjaar van 1943, rond april of mei. En enkele maanden later, in juli, vond het bombardement plaats en overleed ook Theo, die toen 13 was. In een korte tijd verloor mijn oma dus twee kinderen. Ze waren nauwelijks bekomen van het overlijden van hun dochter, en toen kwam er nog een groot verdriet overheen.’

Kunt u iets over uw vader vertellen?
‘Mijn vader heette Henk en werd in 1922 geboren, zeven jaar ouder dan Theo. Toen de oorlog begon, was hij ongeveer 18 of 19 jaar en kon hij in het begin gewoon naar zijn werk. Het gewone leven ging een beetje door.
Later moesten veel jonge mannen naar Duitsland om in fabrieken te werken, omdat de Duitse jongens naar het leger gingen. Ook mijn vader had daar naartoe gemoeten, maar hij dook onder in Friesland. Hij werkte daar op een boerderij, wat veel veiliger was dan in Amsterdam, waar je zomaar opgepakt kon worden en naar Duitsland gestuurd. Nederlanders werkten daar niet in het leger, maar moesten wel in de fabrieken werken, vaak onder slechte omstandigheden.’

 

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892