‘Het was natuurlijk heel fijn dat de Duitsers weg waren’


Pippa, Elisa en Marit vertellen het verhaal van Betty van Galen
Eindhoven

Ze hebben op school net allemaal lessen gehad over de Tweede Wereldoorlog en nu mogen Pippa, Elisa en Marit Betty van Galen interviewen. Mevrouw Van Galen was 5 jaar oud toen de oorlog begon. Ze woonde met haar vader, moeder en vier broertjes en zusjes in Lemmer in Friesland aan het IJsselmeer. De leerlingen van de Klimboom in Eindhoven bezoeken haar in haar appartement. Ze krijgen een glaasje cola en stellen ondertussen de eerste vragen.

Hoe heeft u de oorlog beleefd?
‘Nou, zoals ik op de foto liet zien, waren alle huizen in beslag genomen door de Duitsers behalve het onze. Dat was omdat mijn vader de brandstoffen verdeelde, waar mensen hun kachels mee stookten. Wij mochten dus in ons huis blijven wonen. Maar uit alle andere huizen moesten de inwoners vertrekken, daar kwamen Duitsers te wonen. Dat waren natuurlijk Duitsers die helemaal geen oorlog wilden voeren. Maar zij moesten van Hitler het leger in. Het waren hele aardige mensen, dus wat dat betreft heb ik dat nooit eng gevonden. Maar wij moesten wel onze school uit. Al die gebouwen werden allemaal in beslag genomen door de Duitsers, dus we hadden heel weinig onderwijs. We mochten weliswaar om de beurt in het parochiezaaltje wat lessen volgen, maar we kwamen wel veel tekort.’

Heeft u ooit naar de radio geluisterd?
‘Iedereen moest zijn radio inleveren bij de Duitsers. Er stond een grote vrachtauto en alle radio’s moesten daarin. Ik kwam thuis en zei tegen mijn vader: ‘Ik heb onze radio zien staan’. ‘Dat is mooi’, zei mijn vader. Maar het was niet zo. Mijn vader ging elke avond als wij in bed lagen om acht uur naar zijn slaapkamer, waar hij in een kast zijn radio had verstopt. Dan luisterde hij naar Radio Oranje. Dat was de zender vanuit Engeland waar ze het nieuws brachten over hoe het ging.

Ik was eens ziek geweest en een tante had me beloofd dat als ik beter, ik in Zwolle een grote pop bij haar mocht komen halen. Dat deed ik ook. Mijn moeder was zuinig dus ik mocht niet altijd met die pop spelen. Op een dag wilde ik mijn vriendinnetjes in de slaapkamer van mijn ouders de pop laten zien en toen zag ik de radio in de kast. Ik kwam beneden en zei: ‘Goh, onze radio staat in jullie kast’. Toen zei mijn vader: ‘Nou dat kan niet, ik zal eens gaan kijken’. Mijn vader ging naar boven en kwam terug. Hij zei: ‘Die staat er helemaal niet’, maar hij had hem natuurlijk snel weggezet.’

Hoe was de bevrijding voor u?
‘Aan de bevrijding ging een hele enge nacht vooraf. Wij zaten in onze kelder te schuilen. De Duitsers hadden bij ons in het dorp Lemmer op een plek in de haven allerlei boten neergelegd zodat ze konden vluchten als het verkeerd af zou lopen. Later die nacht nam mijn vader ons mee en liet ons uit het raam kijken. Achter ons huis was een dijk waaraan het IJsselmeer lag, en daar zag je al die Duitsers en paarden over het dijkje naar de boten lopen. Dat was best spannend.

Het was natuurlijk heel fijn dat de Duitsers weg waren. Overal in het dorp zag je de Nederlandse vlaggen. Het was feest! We kregen lolly’s. In de oorlog hadden we bijna niks en dus ook geen snoep gehad. En toen ineens lolly’s… ja dat was erg feestelijk. Er was ook een optocht. Ik weet nog wel dat mijn broer die matroos was, daar liep met slingers en ik en mijn zus liepen erachter. Het duurde wel heel lang tot dat je alles weer kon kopen, zoals lekkere boterhammen.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892