Oorlog in mijn Buurt
‘Pas na de oorlog ontdekten we dat in ons huis geweren lagen verborgen’
Djuun, Eduan, Noah, Samuel ontmoeten Herbert Rutgers
Eva, Mees en Nienke van basisschool de Talisman in Eindhoven zijn op bezoek bij Tony Liebregts. Hij is in 1954 geboren in Paramaribo, op 14-jarige leeftijd kwam hij naar Nederland. Ze mogen aan de eettafel gaan zitten, waarop meneer Liebregts allerlei Surinaamse lekkernijen heeft staan. Deze mogen ze meteen proeven en het meeste valt goed in de smaak.
Hoe hebben uw ouders een bestaan opgebouwd in Suriname?
‘Mijn opa en oma komen uit Libanon. Dit was in die tijd een kolonie van Frankrijk en in het Caribisch gebied waren ook Franse koloniën. Via Frans-Guyana zijn ze daarna in Suriname terechtgekomen. Ze waren handelsreizigers en verkochten textiel. De Libanese gemeenschap had meerdere winkels voor stoffen in Suriname. Mijn moeder is geboren in Suriname en mijn vader komt uit Nederland. Hij zat bij de Tris (troepenmacht in Suriname). Het leger van Nederland had een basis daar omdat Suriname een kolonie van Nederland was. Daar heeft mijn vader mijn moeder leren kennen en zijn ze getrouwd en hebben kinderen gekregen.
Ik heb veertien jaar in Suriname gewoond, daarna ben ik alleen naar Nederland gegaan om daar naar school te gaan. De gedachte in Suriname was veelal: alles in Nederland is beter. We kunnen het er nog over hebben of dat echt zo was.’
Merkte u iets van de verschillende culturen in Suriname?
‘Ik zal het jullie laten zien, hier is een foto van mij en mijn vriendjes. Dit was een Indiaanse jongen en dit was een Creoolse. Wij hadden het samen altijd goed met elkaar. Onze overbuurmeisjes waren hindoestaans en daar speelden wij ook mee. Maar omdat mijn vader bij het Nederlandse leger zat, stond ik ook wel eens verkleed in legertenue voor het standbeeld van koningin Wilhelmina te poseren. Het geeft de verschillende werelden weer in Suriname.
Ik merkte nooit veel verschil als ik bij andere kinderen ging spelen. Het rook wel anders bij mijn vriendjes thuis omdat ze anders kookten, maar dat vond ik niet gek. Ze deden dingen anders. Een hindoestaanse bruiloft had heel lang feest met veel goud en pracht en praal, daar was ik altijd van onder de indruk. Maar met spelen met mijn vriendjes merkte ik nooit een verschil. We hadden ook niet veel om te spelen. Als het regende, gingen we graag in onze onderbroek naar buiten om langs de weg te staan. Dan kwamen er auto’s voorbij en werden we helemaal nat, dat vonden we geweldig. We gingen ook op leguanenjacht bij de kreek.’
Vond u het niet lastig om alleen naar Nederland te gaan?
‘Natuurlijk is het lastig, je bent alleen. Ik had wel broers en zussen van mijn vader waar ik naartoe kon in het weekend, maar doordeweeks zat ik op een internaat. Wat ik leuk vond in Nederland was dat je hier zomaar een frietje kon kopen of een broodje kroket. En in de winter was er sneeuw en ijs, dat kende ik alleen van ijsklontjes uit de koelkast. Er waren veel nieuwe dingen, dat vond ik geweldig en dat maakte het leuk. Ik ben een nieuwsgierig iemand en kwam in een nieuwe wereld terecht, dat vond ik prachtig
Maar omdat ik uit Suriname kwam, dachten de kinderen met wie ik in Nederland op school zat dat ik niet kon schrijven, niet kon lezen, niet kon rekenen. Ze dachten dat ik uit de rimboe kwam en ik werd uitgescholden voor ‘rimboekikker’. Daar ben ik toen heel boos over geworden. Maar daarna was het prima, werden we vrienden en leerde ik bijvoorbeeld schaatsen van die kinderen. Ik zei altijd: je kent me niet, laat me het verhaal vertellen dan snappen jullie het.
Vier jaar later zijn mijn ouders en broertjes en zusjes ook naar Nederland gekomen. Dat was heel moeilijk voor mijn moeder die toen ongeveer 50 jaar was. Zij had haar hele leven in een tropisch land gewoond met warmte en ruimte, en ineens woonde ze met vijf kinderen op een flat in Nederland.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.