‘De 12-jarige Isaac Lipschits schrok dat hij op een boerderij terechtkwam’


Saar, Elisa en Winston vertellen het verhaal van Geertje Knol-Balt
Friesland

Geertje Knol-Balt weet Saar, Elisa en Winston direct op hun gemak te stellen. De leerlingen van ’t Fonnemint in Friesland hebben zich goed voorbereid op het interview en mevrouw Knol-Balt heeft foto’s mee om haar verhaal te verduidelijken. Het gesprek draait om de Joodse Isaac Lipschits die onderdook bij haar familie in Friesland. De kinderen zijn gefascineerd door het familieverhaal.

Hoe kwam Isaac Lipschits bij uw familie terecht?
‘Isaac Lipschits was een klein, mager jongetje van 12 jaar. Hij schrok dat hij op een boerderij terechtkwam. Tegen mijn pake Koen zei hij: ‘Meneer, ik ben een boerderij niet gewend, ik kom uit de grote stad Rotterdam en ik zou niet weten hoe ik op het land moet werken, maar ik zal mijn best doen!’ ‘Nou’, zei mijn pake toen, ‘ten eerste: jij zegt geen meneer en mevrouw meer tegen ons. Ik ben oom Koen dat is tante Aaltje en jij gaat gewoon naar school net als alle andere kinderen en je hoeft niet op het land te werken. Voortaan heet je Cor de Boer. Jij bent een logé, jij bent familie en jij logeert hier nu. Ook mag je nooit meer je eigen naam gebruiken. Nooit meer. Alleen Cor de Boer.’

Stel je voor, dat je je eigen naam nooit meer mag zeggen en je moet een andere naam aannemen. Dat valt niet mee, hè? Zo ging Isaac dus naar de lagere school in de Oosthoek. Hij kwam bij meester Wielinga in de klas en toen bleek al heel snel dat Isaac een heel pienter jongetje was. Dus hij kreeg al snel extra leerstof mee en extra leesboeken. Isaac, of Cor de Boer, had het eigenlijk best wel naast de zin. Maar wat gebeurde er? Af en toe zei hij heel stiekem zijn eigen naam.

Jan, mijn vader, die bij hem in de klas zat, hoorde dat en zei: ‘Oh, dat moet je niet doen. Je weet nooit wie het hoort en wie je kan vertrouwen.’ Waarom zou hij dat stiekem hebben gezegd? Was hij bang zijn eigen naam te vergeten of was het een soort van protest? Geen idee wat er in zijn hoofd om ging, maar mijn vader vond dat best beangstigend.’

Hoe overleefden uw familie en Isaac de razzia’s en de oorlog?
‘In 1943 was er een razzia. Dat is een overrompelende, onverwachte overval. De Duitsers zochten op het erf en in de schuur en het woonhuis naar Joden, onderduikers of dwangarbeiders. Op de eerste verdieping sliepen Jan, Thys en Cor (Isaac) in de bedstee. Naast de bedstee stonden de twee bedden van Jippe en Kees. Toen Kees het gestommel beneden hoorde, vluchtte hij snel het kajuit in, een luik vlakbij de bedstee. Het luik wilde niet klemmen, dus moest hij het zelf vasthouden. Hij was zo zenuwachtig, zijn hart bonsde bijna uit zijn lichaam. Kees was ervan overtuigd dat de Duitse soldaat zijn hart wel moest horen bonzen. De soldaat keek in de bedstee. Naar kleine Jan, Thys en Cor. En weet je wat hij deed? Hij gaf de kinderen een knipoog. En hij verdween weer.

Mijn vader Jan heeft zich altijd afgevraagd of hij nou echt niks in de gaten had? Of heeft hij ons gematst? Want je moet goed begrijpen, er waren ook heel veel Duitse soldaten die deze oorlog ook niet wilden maar verplicht het leger in moesten. Anders werden ze zelf gestraft.

Zo verstreken de oorlogsjaren en Isaac ging van naar de lagere school naar de ulo in Sint Annaparochie. Hij had eigenlijk wel naar Leeuwarden gekund, naar een veel hogere school, maar dat vertrouwden mijn pake Koen en beppe Aaltsy niet, dat was veel te gevaarlijk. Isaac ging gewoon naar de ulo. Mensen die onderduikers herbergen, kregen via het verzet een vergoeding. Pake Koen en Beppe Aalsy die hebben dat geld nooit voor hen zelfgewild. Zij hebben alles opzij gezet en een spaarrekening geopend voor Isaac, zodat hij na de oorlog een kapitaaltje had om mee voor te kunnen.’

Wat gebeurde er na de bevrijding?
‘Mei 1945, de bevrijding was een feit. Toen gebeurde er een grote ramp voor de familie Balt. Vier dagen na de bevrijding is mijn oom Jippe, toen 19 jaar, met paard en wagen verongelukt. Het paard is waarschijnlijk ergens van geschrokken, waardoor de wagen op de brug bij de Koude weg kantelde en Jippe met zijn hoofd tegen de betonnen brug viel. Hij heeft nog een paar dagen geleefd, maar toen is hij overleden in het ziekenhuis in Leeuwarden. Pake Koen en beppe Aaltsy waren zo verdrietig. Iedereen was blij dat de oorlog over was, maar de familie Balt was erg verdrietig.

Hoe moest het nu verder met Isaac? Mijn pake heeft toen contact gehad met oom Piet uit Rotterdam en samen bedachten ze dat het toch het beste was dat Isaac weer naar Rotterdam ging. Zo kwam hij bij oom Piet terecht, terug bij zijn wortels, en kon hij van daaruit verder kijken. In Rotterdam deed Isaac een schokkende ontdekking. Zijn hele familie bleek te zijn uitgeroeid… Vader, moeder, zus, broers, allemaal omgekomen in concentratiekampen. Behalve zijn broertje Alex, die was in Zeeland ondergedoken.

Tot grote schrik zag hij dat Alex christelijk werd opgevoed en niet joods. Na de oorlog was Isaac op zoek gegaan naar zijn identiteit en het joodse geloof. Hij heeft Alex toen ontvoerd en samen zijn ze naar Israël gegaan, waar hij Alex bij een Nederlands, joods gezin achterliet.

In 1949 keerde Isaac terug naar Nederland en ging hij studeren, politicologie en geschiedkunde. Ook zocht hij naar documenten om zo kunst die geroofd was van de Joden, op te sporen. Maar Isaac kreeg wel beroering van wat hij gedaan had bij het gezin van Alex in Zeeland. Dus hij is na heel veel jaren toch weer naar die mensen in Zeeland gegaan en heeft zijn excuses aangeboden en zijn beweegredenen uitgelegd. Uiteindelijk hebben ze zich weer met elkaar verzoend. Isaac Lipschitz is 78 jaar geworden. Hij is in 2008 overleden. Het is duidelijk dat de oorlog een hele grote wissel op vele, vele families heeft gelegd.’