‘Bij de bombardementen op de scheepswerf van Harlingen was ik heel bang’


Ronald, Lauren en Floris vertellen het verhaal van Nely Haringa
Harlingen

Ronald van de Vossersschool op Terschelling is nog aan het jeu-de-boulen op het plein van het zorgcentrum de Stilen als zijn klasgenoten Lauren en Floris aan komen lopen. Met zijn drieën gaan ze eerst nog vragen voorbereiden in de koffieruimte van de Stilen voor hun interview met Nely Haringa (91). Met een lekker koekje gaat dat prima. Mevrouw Haringa woonde in Harlingen tijdens de oorlog.

Met hoeveel mensen woonde u in huis?
‘Ik groeide op in Harlingen en woonde samen met vader en moeder en zes broers en zussen in een klein huisje. Ik was zeven jaar toen de oorlog uitbrak en twaalf toen hij over was.’

Had u honger tijdens de oorlog?
‘We hadden geen honger. Wij kregen tegenover ons een Duits ziekenhuis en daar was wel eens wat eten over. Als kind moest ik wel een heel eind lopen om melk te halen bij de boer. Dan liep ik helemaal alleen want als ik met een broertje of zusje ging, kregen we samen maar één liter. Gingen we alleen, dan kregen we drie keer een liter melk.’

Kende u mensen die voor de Duitsers moesten werken?
‘Mijn zuster werkte in het hotel waar de Duitsers verbleven en daar luisterde ze stiekem naar de Engelse zender. De vrouw van de notaris kwam dan bij ons thuis zodat mijn zus alles kon vertellen wat ze had gehoord. Die notarisvrouw deed net alsof ze kleren voor ons bracht. Mijn vader werkte als havenarbeider en mocht zijn fiets houden om naar zijn werk te gaan. Ook hij moest voor de Duitsers werken.’

Wat was het ergste wat u heeft meegemaakt?
‘Tijdens de bombardementen op de scheepswerf van Harlingen was ik heel bang. We woonden daar dichtbij en op een nacht lagen de dakpannen in mijn bed. Dat was heel erg. Het beschieten, de bombardementen… Twee gezinnen zijn omgekomen, ze woonden dichtbij ons.’

Hoe was het na de bevrijding?
‘We gingen gewoon door. Het was wel heel vreemd want de ene dag hoorde je Duits praten en de andere dag hoorde je Engels. We vierden groot feest. Mijn vader had een Canadees op zijn nek die op een doedelzak speelde.

Ik hoop dat jullie zo’n oorlog nooit meer hoeven mee te maken. Want dat gaat je hele leven mee.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892