Koloniale sporen in mijn buurt
‘Familie stond al te zwaaien toen we bij IJmuiden aankwamen’
Leah, Mick, Mina, Naud, Rafan ontmoeten John Hoogwoud
Patrick, Pelin, Julie en Sarah van De Botteloef in Amsterdam-Noord interviewen Els Burger op school. Mevrouw Burger was vijf jaar toen de oorlog begon, had een zus en broertje. Ze woonden in de Spechtstraat, die werd gebombardeerd. Ze heeft allemaal spullen uitgestald. De kinderen zijn onder de indruk van de vele foto’s, voedselbonnen en zelfs een blikje smeerkaas van een voedseldropping. Een handgranaat omgebouwd tot kruik, ..ze mogen alles vasthouden en bekijken.
Wat kunt u over uw ouders vertellen?
‘Ik weet dat mijn vader en mijn oom naar een werkkamp in Duitsland gingen, naar een munitiefabriek. . Ze sabotteerden de onderdelen. Gingen allemaal deeltjes verkeerd erin zetten zodat ze het niet goed konden gebruiken. En mijn vader en mijn oom mochten ombeurten terug naar huis.|
Russische kinderen zaten ook gevangen in het kamp. Mijn moeder ging toen jasjes maken van paardendekens voor hun, omdat ze geen kleding hadden en het heel erg koud was.
Heeft u nog bombardementen meegemaakt?
‘Ja. Wij hebben meegemaakt dat er bommen vielen. Mijn moeder ging op een dag eten halen en mijn oma paste op ons. Ze ging naar Purmerend en toen werd onze Spechtstraat gebombardeerd. De halve straat was weg. Ons huis is ook flink beschadigd geraakt, de deur kon niet meer open en de ramen waren kapot. Ik moest me in de wc verstoppen, want mijn oma zei dat de kleinste plek, de beste plek was om je te verstoppen. We hoorden hard kloppen op de deur. Mijn oma dacht dat het de Duitse politie was. Maar het waren mensen om ons te helpen uit het huis te gaan. Mannen met overalls aan en touwen.
Kende u Joodse mensen?
Op school had ik een Joods vriendinnetje, Marleen. Ze woonde in de Kalkoenstraat in Amsterdam-Noord. Ik weet nog goed dat ik na school met haar naar huis ging. Bij hun moesten we dan een kale houten trap op. Beneden aan de trap riep zij al naar boven: ‘Mama, ik ben het, Marleen, ik kom er aan!’ Het huis was bijna helemaal leeg en heel kaal, alleen in de keuken stond een tafel met wat stoelen. En in de woonkamer een linnenkast. In de kamer riep Marleen weer: ‘Mama, ik ben thuis’. Dan kwam haar moeder uit die kast. Uit angst voor razzia’s had ze zich daar verstopt. Dat vergeet ik nooit meer.’
Heeft u nog herinneringen aan de oorlog?
‘Ja, in 1985 was er was een bevrijdingsdag. Ik was daar ook bij. Er kwamen vliegtuigen overvliegen en ik hoorde dat zoemende geluid. En toen kwamen die nare herinneringen weer terug. Ik hoorde later van mijn moeder dat ik niet ging praten. Ik kon wel praten, maar dat is vermoedelijk toch door de angst en stress gekomen.’
Hoe was het eind van de oorlog?
‘Ik ging naar Drenthe ging om sterker te worden. Een dorpje Blijham. Ik heb zeker honger gekend. Ik woog maar 18 pond na de oorlog, dus ik ging naar het platteland om aan te sterken. We gingen nog vele jaren daarheen tijdens vakanties mijn zus en ik. Daar zag ik mijn vader ook terug. Die was helemaal komen lopen uit Duitsland af en toe liftend. Mijn oom en hij zaten onder de luizen en mijn oom had blijvend gezondheidsklachten overgehouden uit die tijd.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.