Erfgoeddrager: Douwe

‘Voor bommen kun je niet vluchten’

Harry Sablerolle woonde tijdens de oorlog op de Meeuwenlaan in Amsterdam-Noord, samen met zijn drie broers en ouders. Zijn vader was kapper, maar moest voor de Duitsers werken aan de kustverdediging in Egmond aan Zee. Meneer Sablerolle zat in de Ritakerk aan het Hagedoornplein toen die in 1943 werd gebombardeerd. Het gierende geluid van vallende bommen zal hij nooit meer vergeten. Hij heeft mooie foto’s uit de oorlog meegenomen tijdens zijn bezoek aan basisschool Het Wespennest, waar hij wordt geïnterviewd door Emil, Douwe en Madée. Heel toevallig… zijn kinderen zaten vroeger ook op het Wespennest.

Wat was voor u het engste moment in de oorlog?
‘Op zaterdag 17 juli 1943 ging ik naar de Ritakerk, waar een feestelijke dienst was omdat de kerk 25 jaar bestond. Toen de heilige mis was afgelopen, mochten we de kerk niet uit vanwege luchtalarm. De Engelsen wilden de Fokkerfabriek op de Papaverweg bombarderen, waar vliegtuigen voor de moffen werden gemaakt. Maar het ging helemaal mis. Ik hoorde een verschrikkelijk gegier. Gebrandschilderde ramen vielen terwijl het kerkkoor zong. Ik bukte meteen en drukte mijn hoofd in een vakje. Het was opeens pikkedonker en iedereen krijste. Een bom ontplofte in de grond en liet een grote ravage achter. Er vielen 20 doden. In veel straten waren de huizen kapot geschoten. Mijn oudere broer zou misdienaar bij de dienst zijn, maar was toevallig net op pad gestuurd om suiker te gaan halen bij Jamin. Dat is zijn geluk geweest. Vrienden van hem die wel misdienaar waren, hebben het bombardement niet overleefd. Ik liep huilend naar huis. Sindsdien wist ik van angst niet waar ik kruipen moest bij luchtalarm en die angst is altijd gebleven. Ik weet nog dat op een dag in 1965 ik gegier en geplof hoorde omdat er een vliegtuig door de geluidsbarrière vloog. Ik rende naar de trap om te schuilen. Maar voor bommen kun je niet vluchten. Je weet immers niet waar de bom gaat vallen. Vluchtelingen hebben deze enorme angst ook. Daarom moet je ze ook helpen.’

Hoe kwamen jullie aan eten tijdens de Hongerwinter?
‘In 1944 was er een hele strenge winter. Mijn vader, die voor de oorlog tbc had gehad, werd ziek. Eind 1944 was er een staking bij de spoorwegen waardoor er geen eten meer werd aangevoerd. Gerard, een jongen uit Brabant die mijn vader kende omdat hij ook aan de kustverdediging werkte, kon niet meer naar huis en kwam bij ons wonen. Hij slachtte soms stiekem honden en katten voor mijn vader. Mensen reden met karren helemaal naar Lutjebroek, Bussum of Hilversum, met spullen in ruil voor eten. Eind 1944 werd ik door Gerard op de slee naar Lutjebroek gebracht. Duitsers hadden de polder onder water gezet…het was een grote ijsvlakte. Onderweg kwam ik mijn oom tegen met de fiets. De meeste fietsen hadden in die tijd geen banden meer, het waren echt zware ‘hongertochten’. Naar Lutjebroek was het zo’n 50 km, dat was wel 10 uur lopen. Soms pikten Duitsers het eten af dat je bij zo’n hongertocht had verzameld. Ze gingen bijvoorbeeld bij de pont staan die veel mensen moesten nemen om weer thuis te komen. Wij woonden gelukkig in Noord dus hoefden we niet met de pont. Het was die winter ‘ avonds koud in huis. Iedereen ging daarom maar bij elkaar in de keuken zitten en lezen bij kaarslicht. Soms pikten we houten blokjes die tussen de tramrails lagen, die brandden goed.


Wat ging er in u om tijdens de bevrijding?

‘Ik heb de bevrijding in Lutjebroek meegemaakt. Op het voetbalveld was feest, maar daar herinner ik me niet veel van. Ik zag wel twee groene auto’s met witte sterren langsrijden op de weg van Hoorn naar Enkhuizen, dat waren de bevrijders. In Lutjebroek zag ik een paard en wagen met een paar vrouwen die werden kaalgeschoren. Daarna ging een pot verf over ze heen. Dat waren meisjes die verkering hadden gehad met een Duitse soldaat.’

 

Erfgoeddrager: Douwe

‘Toen hebben we toch ijsjes bij Koco gehaald, voor een Duitse militair!’

Herbert Gunst (1931) liep tijdens het gesprek over de oorlog samen met Bhodi, Collin en Douwe van de Rosa Boekdrukkerschool langs zijn oude huis aan de Marco Polostraat. Ook liet de 87-jarige de plek zien waar vroeger de joodse ijssalon Koco zat, op een paar honderd meter van hun school. Herbert Gunst had bijzondere spullen meegenomen, zoals een granaatscherf en een kogel. Tijdens de oorlog ging hij regelmatig met vriendjes op zoek hiernaar.

Wat is het verhaal over de joodse ijssalon?
‘De eigenaar van de ijssalon heette Cohen, dat was een joodse meneer. Ik vermoed dat de zaak daarom Koco heette. Er hing een bordje op de winkel: ‘Für Wehrmacht verboten’, dus Duitse militairen mochten daar niet komen. Ze verkochten er heerlijk ijs. Verderop in de Marco Polostraat was een school waar Duitse militairen verbleven. Mijn buurjongetje en ik speelden vaak hier in de straat bij die school. Op een gegeven moment kwam er een soldaat naar ons toe, een jonge jongen van een jaar of 20, en hij vroeg in het Duits of wij ijs wilden halen voor hem. Wij kregen geld van hem mee. Waar nu Albert Heijn zit op de Jan Evertsenstraat, daar zat vroeger bakkerij Scholten. Daar verkochten ze ook ijs. Wij gingen naar Scholten om ijs te halen, want we konden natuurlijk niet met ijs van die joodse zaak aan komen. Daar stond namelijk op de deur dat het verboden was voor Duitse soldaten. Wij kwamen terug met de ijsjes van Scholten. De soldaat kwam even later weer terug en hij zei dat het ijs niet goed was. Het moest ijs van Koco zijn. Dus wij weer terug met extra geld en toen hebben we toch ijsjes gehaald van die joodse zaak, voor een Duitse militair. Hij wilde persé ijs van Koco. Daar heeft hij toch wel risico mee gelopen denk ik.’

Hoe zag de Marco Polostraat er uit tijdens de oorlog?
‘De straat is eigenlijk nog hetzelfde, alleen de bewoners zijn anders. Wel waren er vroeger heel veel winkels. Er woonden bij ons in de straat een paar huizen verderop joodse mensen, de familie Bremer. Op een gegeven moment waren ze weg, rond 1942-1943. Je wist niet waar ze waren en dat ging je ook niet vragen. Nu zouden mensen dat meteen vragen, maar toen vroegen de mensen daar niet naar. Je praatte er niet over. Vlak naast ons woonde een andere joodse man. Hij was getrouwd met een christelijke vrouw. Hij hoefde niet weg en heeft hier de hele oorlog gewoon gewoond. Ik denk dat hij gesteriliseerd was. Dan kon je geen kinderen meer krijgen. De Duitsers verlangden dat van joodse mannen die met christelijke vrouwen waren getrouwd, zodat er geen joodse kinderen meer zouden komen. Eigenlijk was het ook een actie om joodse mensen uit te roeien. Tegenover ons woonde een NSB-er. Nog voor de bevrijding vertrok hij. Zoals dat in die tijd ging, hing de hele buurt uit het raam. Dat was joelen geblazen: ‘verraders’! Na de bevrijding werden er meisjes kaalgeschoren die verkering hadden met een Duitse soldaat. Ik heb dat hier in de straat ook zien gebeuren. Dat gebeurde op de hoek met de Bartholomeus Diazstraat. Haar moeder hing uit het raam en gooide bloempotten naar beneden op de mensen die op straat stonden te kijken.’

Wat is er gebeurd tijdens de schietpartij op de Dam?
‘Ik heb nog steeds groot litteken op mijn been van die dag. Een paar dagen na de bevrijding was er een groot feest op de Dam. Op een gegeven moment werd er geschoten op de mensen. Dat was heel heftig. Er zijn veel doden bij gevallen. Er was zo’n paniek. Ik rende weg richting het Damrak. Daar was een winkel waar de ruiten stuk waren. Ik rende die winkel in en waarschijnlijk ben ik toen langs het glas geschaafd. Het was een aardige jaap, maar ik had het helemaal niet gemerkt op dat moment. Ik merkte het pas een hele tijd later. Ik rende de winkel door en kwam aan de andere kant van de winkel uit op de Nieuwendijk. Dat was helemaal niet handig want daar stond je eigenlijk recht in de schietlijn van die Duitsers. Er lag ook een vrouw op straat, waarschijnlijk dood, maar ik rende snel de Nieuwendijk af en keek er niet naar. Ik liep al helemaal in de Jordaan toen ik pas merkte dat mijn been en schoen onder het bloed zaten. Ik schrok daar natuurlijk wel van. Er was een lieve vrouw die mij geholpen heeft, waarvan ik helaas nooit haar naam of adres heb gevraagd. Ik had haar willen bedanken. Daar heb ik altijd spijt van gehad.’

                

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892