Oorlog in mijn Buurt
‘Het maakte mij niets uit dat de pop stuk was’
Aysa, Baran, Bengisu, Ecrin ontmoeten Marian Schaap
Nazario, Jedaiah, Zeynep, Han en Murat gaan van OBS De Spiegel uit Zaandam gaan met juf Nurten mee het huis van Martha Fosch. Ze woont op de 4e etage met een prachtig uitzicht over Zaandam. Haar gezellige huis vol met foto’s aan de wand en veel boeken maken indruk op de kinderen. ‘Ik ben in Suriname geboren tijdens de oorlog. Ik was nog een baby toen mijn vader overleed, dus ik heb hem niet persoonlijk gekend. Hij heette Reinier. Mijn moeder is hertrouwd met mijn stiefvader en hij wordt dit jaar 103 jaar.’
Wat deden uw ouders tijdens de oorlog?
‘Mijn ouders woonden tijdens de oorlog in Suriname. Ik ben daar in 1942 geboren. Mijn moeder was thuis en mijn vader werkte als matroos op een vrachtschip van de KNSM, de Koninklijke Nederlandse Scheepvaart Maatschappij. Suriname was toen een kolonie van Nederland. Mijn vader voer naar Europa en Amerika voor zijn werk. Dat werd steeds gevaarlijker, omdat de Duitsers probeerden te voorkomen dat het bauxiet werd vervoerd. De matrozen moesten zelfs leren vechten, terwijl mijn vader daar nooit voor was opgeleid.’
Waarom was bauxiet belangrijk voor de Duitsers?
‘Bauxiet was belangrijk voor de Duitsers omdat van die grondstof aluminium wordt gemaakt, en aluminium was nodig om vliegtuigen te bouwen. Vooral de Amerikanen gebruikten die vliegtuigen om in Europa te vechten. Dankzij die vliegtuigen konden ze Duitsland bombarderen en zo hielpen ze de oorlog te winnen. De Duitsers wilden dat tegenhouden. Daarom stuurden ze duikboten vlakbij Suriname. Ze lagen daar te wachten tot de schepen met bauxiet vertrokken en vielen die dan aan met torpedo’s.’
Hoe is uw vader overleden?
‘De Duitsers lagen met duikboten voor de kust van Suriname. Als er schepen met spullen vertrokken, vielen ze aan en lieten ze zinken. Ook het schip van mijn vader werd getorpedeerd. Hij is daarbij omgekomen, hij was pas 23 jaar. Ze hebben zijn lichaam nooit gevonden, dus er is geen graf. Bijna niemand overleefde de aanslag. Er was toen nog geen marine om de schepen te beschermen. Die kwam pas later. Toen ontdekten de mariniers een geheime code van de Duitsers, de Enigma-code. Zo konden ze precies weten waar de duikboten waren en meer schepen beschermen.’
Wanneer bent u naar Nederland gekomen?
‘In 1967 ben ik naar Nederland gekomen om te werken. Ik werkte in Suriname in de verpleging. In Suriname kon je wel leren, maar niet ver doorgroeien. Er waren geen universiteiten. Ook kon je je niet specialiseren. Voor hogere opleidingen moest je naar Nederland. Dat gold voor veel beroepen. Je kon bijvoorbeeld wel in de zorg werken, maar geen arts worden. De leidinggevenden kwamen meestal uit Nederland. Alleen mensen met rijke ouders konden hun kinderen naar Nederland sturen, want studiefinanciering bestond toen niet. Dat had alles te maken met het koloniale verleden, waarin Nederland de baas was.’
Hadden ze in Suriname ook honger tijdens de oorlog?
‘Ja, ook in Suriname was er honger tijdens de oorlog. Omdat bijna alles uit Nederland moest komen, was er veel tekort aan eten en medicijnen. Rijke mensen konden nog wat kopen of ruilen, maar arme mensen hadden niets. Ze moesten creatief zijn en gebruiken wat het land zelf had, zoals peulvruchten. Vooral baby’s hadden het zwaar, want er was bijna geen melk. Daarom kookten mensen bijvoorbeeld bruine bonen heel lang en zeefden die. De vloeistof gaven ze aan baby’s als vervanging voor melk.’
Heeft u een geloof?
‘Ik geloof in één God. Die God zit in alle geloven. Daarom zeg ik vaak: ik geloof in alles. Ik ben geboren en gedoopt als rooms-katholiek. In Suriname waren veel verschillende geloven: Christelijk, Joods, Islamitisch en andere stromingen. Mijn moeder vond dat je voor iedereen moest zorgen, ongeacht het geloof. Op een dag hielp zij een buurman die volgens zijn geloof moest vasten. Dat mocht niet van de kerk. Mijn moeder werd daarvoor gestraft en mocht geen kinderen meer laten dopen. Zij vond dat niet eerlijk. Liefde voor je medemens was toch juist belangrijk? Daarom haalde ze ons van die school en bracht ons naar een school waar geen onderscheid werd gemaakt tussen mensen. Sindsdien geloof ik dat God er voor iedereen is, in elk geloof.’

Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.