‘Voor ons huis lagen twee slangen, en als er bezoek kwam gingen ze rechtop staan’


Jonas, Noah en Angelina vertellen het verhaal van Hedy Forbs
Indonesië

Jonas, Noah en Angelina vinden het best spannend om aan te bellen bij het huis van de 70-jarige Hedy Forbs. Maar de leerlingen van Het Karregat in Eindhoven worden warm ontvangen met gevulde speculaas en Lotusthee. Al snel starten ze het interview. Mevrouw Forbs vertelt honderduit. Ze werd in 1945 geboren in Bogor en groeide op in Jakarta. Ze maakte een lange reis op de ‘Oldenbarnevelt’ naar Nederland.

Hoe was uw leven in Indonesië?
‘Ik groeide op in Jakarta, waar mijn vader bij een persbureau werkte. Thuis hadden we een fijne jeugd: lieve ouders, een groot gezin, en een huis met een tuin en een mangoboom waar ik vaak in klom.

Ik ging naar een privéschool met nonnen. Ik vond het daar helemaal niks, vooral omdat ik elke dag melk moest drinken waar ik allergisch voor was. Gelukkig kwam mijn moeder voor me op en mocht ik ermee stoppen.

We hadden baboes die hielpen in huis, en een buurmeisje, Veronica, met wie ik graag speelde. Ik mocht eigenlijk nooit naar haar huis, dus klom ik stiekem over de muur via de mangoboom.

Voor ons huis lagen altijd twee zwarte slangen. Als er bezoek kwam gingen ze rechtop staan als iemand niet te vertrouwen was. Mijn moeder was dan extra op haar hoede. Ze waren onze ‘waakhonden’ ofwel ‘waakslangen’. Ze kwamen nooit van hun plaats af.

Ik maakte in Indonesië ook grote feesten mee, zoals de allereerste Pasar Malam (avondmarkt). Ik zag dansers, muziek, slangen, en overal kraampjes. Mijn jeugd in Indonesië was avontuurlijk en vrolijk. Ik kijk er nog steeds met heel veel liefde op terug.’

Hoe was het afscheid en de reis naar Nederland?
‘Toen ik tien jaar was, veranderde alles. Indonesië werd onafhankelijk en de nieuwe leider, Soekarno, vond dat Nederlanders moesten vertrekken. Mijn vader moest kiezen: Indonesisch staatsburger worden of weggaan. Hij koos ervoor om te vertrekken.

Op 4 november vertrokken we met de grote boot ‘Johan van Oldenbarnevelt’. We mochten bijna niks meenemen. De reis begon leuk. Er waren zwembaden en we speelden spelletjes. Maar later kregen we een enorme storm op de Golf van Biskaje. Alles schoof over het dek en vloog overboord, zelfs meubels en een piano. Ik kon niet zwemmen, dus ik was doodsbang. Ik en mijn vriendin klommen in de mast. Er zijn zelfs mensen overleden en op zee begraven. Dat vond ik heel heftig om te zien.

Na bijna vier weken kwamen we aan in Rotterdam. Het vroor 12 graden en alle bomen waren kaal. Ik had zoiets nog nooit gezien. Stichting Pelita gaf ons warme jassen, schoenen en kousen. Dat voelde heel veilig na zo’n spannende reis.’

Hoe was uw aankomst in Nederland?
‘Toen we van de boot kwamen, was alles anders dan in Indonesië. Het was koud, kaal en stil. We gingen eerst naar Elshout, een heel klein dorp. Daar woonden we drie maanden in een oud klooster samen met andere families. Voor ons als kinderen voelde het als één groot spookhuis, maar we speelden er heerlijk.

Daarna verhuisden we naar Eindhoven. Het nieuwe huis was nog niet klaar, dus woonden we eerst een paar maanden in de Bouterslaan. Uiteindelijk kregen we een huis in Valkenswaard. In Valkenswaard voelde ik me al snel thuis. Ik had meteen veel nieuwe vriendinnetjes, en bij ons thuis kwam altijd iedereen eten. Mijn moeder hielp iedereen die het nodig had.

Nederland was heel anders dan Indonesië, maar door alle lieve mensen om mij heen voelde het al snel als een nieuw begin.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892