‘Op mijn onderduikplek kreeg ik veel slaag’


Jack, Loretta, Sare en Rodolfo vertellen het verhaal van Jack Eljon
Roompotstraat 10Amsterdam-Zuid

Jack, Loretta, Sare en Rodolfo lopen naar Jack Eljon. Nadat de leerlingen van de Dongeschool in Amsterdam-Zuid allemaal chips en drinken hebben gekregen, laat hij een kaart van Nederland zien, met daarop alle dorpen en steden waar hij ondergedoken heeft gezeten. De kinderen kijken er vol verbazing naar, want dat is een hele reis door Nederland.

Hoe merkte u dat de oorlog begon?
‘Ik was nog geen drie jaar oud. Ik weet dat ik vliegtuigen over hoorde komen. Het was ongeveer dit weer, alleen het was niet zo koud, het was warmer en de vliegtuigen kwamen over. Nederland was niet voorbereid, nee, we waren in tien dagen tijd overrompeld en toen was Duitsland plotseling de baas. Mijn vader zei onmiddellijk tegen mijn moeder: ‘Lies, nu is het menens. De Duitsers hebben Nederland aangevallen, we gaan onderduiken.’ Ik ben toen naar Haarlem gegaan bij een tante van mijn vader.’

Was het veilig voor u in Haarlem?
‘Het was bij een zus van mijn vader, dus zij was Joods, maar ze was gemengd gehuwd. Een Joodse vrouw met een niet-Joods Nederlandse man, dan was je wat veiliger. Maar hun buren waren NSB’ers en die wisten dat ik er zat. Zij zagen mij natuurlijk lopen en spelen en zeiden tegen mijn tante: ‘Dat jongetje moet weg, want er komt een huiszoeking’. Maar ze wisten niet waar ik heen moest. En toen zeiden die buren dat ik wel bij hen mocht komen. In de nacht van 24 op 25 augustus 1942 ben ik over de schutting getild. Andere buren mocht het niet zien. ‘Heb je hem?’ ‘Ja’, en ze gaven me een zetje en ik was bij de buren. Ik heb twee weken bij hen in huis gezeten. Omdat zij NSB’ers waren was ik daar veilig want de Duitsers gingen niet bij hen zoeken. Na de oorlog zijn dat veel NSB‘ers opgepakt, maar zij niet omdat ze mij in huis hebben gehad. Maar ze konden me ook niet houden, dus ik ben weer naar anderen gebracht.’

Heeft uw tante het overleefd?
‘Margaretha, zo heette ze, was dan wel gemengd gehuwd, ze moest zich wel aan allerlei regels houden. Ze moest een ster dragen, ze mocht niet naar de bioscoop, mocht niet naar banken en niet naar parken. Ze mocht een heleboel dingen niet. En een keer ging mijn tante naar de bioscoop zonder ster en bij controle is ze gepakt en uiteindelijk ook vermoord. Dus ja, m’n vader had vier zusters en die zijn alle vier vermoord.’

Hoe ging het met u?
‘Ik ben naar Zeist gebracht, via het verzet. Ik kwam in huis bij een moeder van rond de zestig jaar met twee dochters en die waren vreselijk slecht. Er was heel weinig eten en ik lustte niks. Ook kreeg ik veel slaag. Ik heb zelfs slaag gehad met kleerhangers op mijn rug. Altijd moest ik voor straf zonder eten naar bed. Dus ik had een hekel aan die stiefmoeder. Ik miste mijn ouders. Iedere avond voor ik ging slapen huilde ik, maar ja, mijn echte moeder kwam natuurlijk niet. Ze wist niet eens waar ik was.’

Hoe lang bent u daar gebleven?
‘Ik zat 1,5 jaar in Zeist. Maar op een dag ben ik verraden. Er werd aangebeld door de Grüne Polizei. Ik zat die dag op het schooltje. Bij de overburen van het schooltje stond op dat moment een bakkersknecht met een kar voor de deur. Dat is mijn redding geweest. Iemand zei tegen die bakker: ‘Je moet naar het schooltje, dat Joodse jongetje moet daar weg’. Toen werd er gezegd: ‘Henkie Mulder moet zich melden bij het hoofd van de school’. Henkie Mulder was mijn onderduiknaam, een naam die helemaal niet bij me past. En toen moest ik gelijk in de bakkerskar, klep dicht, dan zat ik in t donker. Maar het grappige was, dat er maar één straat was die van huis naar het schooltje ging. Dus als je een film zou zien, dan zou je mij op m’n knieën zien zitten in de kar terwijl de Grune Polizei erlangs fietste. Ze kwamen bij de juf en zeiden: ‘Waar is ie?’ De juf antwoordde dat ze dat niet wist. Daarop pakten ze een pistool en zette dat tegen haar hoofd en zeiden: ‘Als jij niet kan praten, dan kan dit ding wel praten’. Maar de juf wist niet waar ik was. Toen zijn ze teruggegaan naar die vreselijke stiefmoeder van mij, en daar vonden ze wel wat spullen van mij. Ze namen haar mee naar een politiepost in Utrecht en toen heeft zij onder dwang een adres genoemd van de illegaliteit, ‘mevrouw Wasch’. Ze zijn vervolgens naar mevrouw Wasch gegaan en, dat is het allerergste, die mevrouw had een Joods meisje in huis van elf jaar! En mevrouw Wasch en dat meisje zijn allebei vermoord. Dat doet me nog steeds pijn. Maar ik kon daar niks aan doen.’

Hebben uw ouders het overleefd?
‘Ja, aan het einde van de oorlog zaten we alle drie in het noorden van Nederland, mijn vader in Groningen, mijn moeder in Westerbork en ik in Friesland bij een boer. En we hebben elkaar weer gevonden. Eindelijk had ik weer mijn moeder terug. Maar ze was niet meer hetzelfde. Ik zeg altijd: ik heb twee vaders en twee moeders, de eerste tot 1941 en de tweede na 1945. Mijn vader was één en al frustratie en trauma’s en mijn moeder had het ook niet leuk gehad, maar ik had ze terug.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892