‘Niet alle Duitsers waren fout’


Dylan, Jaycelinn en Dex vertellen het verhaal van Marian Rozendaal
SneeuwbalstraatAmsterdam-Noord

Dylan, Jaycelinn en Dex uit groep 7 van de Twiskeschool fietsen een aardig stukje door Noord op een koude, zonnige dag naar het huis van Marian Rozendaal.(1945)  Met een glaasje sap en wat lekkers verwent ze de kinderen en zo komt het gesprek al snel op gang. Marian vertelt dat ze tot voor kort samen met haar vijf jaar oudere broer Walter hun verhaal vertelde, maar helaas is hij kort geleden overleden. Haar broer Walter was vlak voor het begin van de oorlog geboren en Marian Rozendaal aan het eind van de oorlog. Zij is Joods en ze laat de twee persoonsbewijzen zien van haar moeder; de echte met een grote ‘J’ erop. En het vervalst persoonsbewijs met een andere naam. Daarmee kon ze zonder Jodenster over straat.

Werd er thuis over de oorlog gepraat?
‘In de oorlog zullen mijn ouders er vast over gepraat hebben. Na de oorlog, toen ik wat ouder werd, werd er niet echt over gepraat. Tot op een dag mijn kinderen een werkstuk moesten maken over de Tweede Wereldoorlog en aan mijn moeder vroegen: ‘Jij bent toch Joods?’ Mijn moeder vertelde toen dat haar ouders in de Sijsjestraat in de Vogelbuurt woonden en dat ze tijdens een razzia waren opgepakt. Ze zijn met hun kinderen Felix en Jansje naar de Hollandse Schouwburg gebracht. Hun middelste kind is mijn moeder Doortje. Zij was vlak voor de oorlog getrouwd met een niet-Joodse man. In de Schouwburg werden Joodse mensen verzameld en daarna met de tram naar Westerbork gestuurd, een kamp in Drenthe. Ze dachten dat ze in Duitsland moesten gaan werken en namen daarvoor spullen mee, niet wetende wat hen te wachten stond.

Wat is er met de familie van uw moeder gebeurd?
‘De broer van mijn moeder, Felix, toen achttien jaar, zat dus met zijn zusje van 16 en zijn ouders gevangen in de Schouwburg. Mijn vader heeft hem daar uit de rij gehaald. Hij heeft hem laten onderduiken bij ons thuis. Zo heeft Felix de oorlog overleefd, net als mijn moeder. Haar ouders, zusje, tantes en ooms zijn allemaal via kamp Westerbork naar Polen getransporteerd. Daar zijn ze vergast in het vernietigingskamp Sobibor. Mijn broer Walter begreep nooit waar oom Felix was. Hij was overdag altijd bij hen, maar ’s avonds ineens weg en dan ’s ochtends weer terug. Mijn ouders zeiden wel dat ze oom Felix weleens ‘achter het behang plakten’…wat ik nooit snapte als kind. In het huis in de Sneeuwbalstraat was een loze ruimte, een soort kast. Er zat behang over het luik, waar Felix zich in verstopte.
Wij hadden haar verhaal nog nooit gehoord en luisterden ademloos.  Mijn moeder vertelde dit heel rustig aan haar kleinkinderen, in kleine stukjes. Toen haalde ze een zwart tasje tevoorschijn. Dit tasje kenden we wel, maar wij mochten het nooit openen. Daarin zat haar Jodenster. En foto’s van haar overleden ouders en zusje Jansje.’

Hoe kwamen ze aan eten?
Mijn vader werkte bij de NDSM, in de scheepsbouw. Mannen die daar werkten, hoefden niet naar Duitsland voor dwangarbeid, omdat de scheepswerven belangrijk waren voor de Duitsers. Het werk werd expres zo langzaam mogelijk gedaan. Samen met collega’s maakte hij kleine ijzeren kacheltjes waarop je hout kon stoken, omdat er geen kolen meer waren. In de Hongerwinter fietste hij met zo’n kacheltje achterop naar het platteland, zelfs tot aan Den Helder, om het te ruilen voor eten. Zo kwamen ze aan voedsel, zoals een grote zak gedroogde bruine bonen. Daardoor had mijn moeder toch genoeg voeding voor het gezin.’

Hoe ging de Bevrijding?
‘Over de Bevrijding weet ik vooral wat ik uit boekjes heb gelezen. De Canadese soldaten kwamen Amsterdam binnen via de Berlagebrug bij het Amstelstation. Dat was het moment waarop de stad officieel werd bevrijd. Maar in Amsterdam ging het niet alleen feestelijk. Op 7 mei gingen veel mensen naar de Dam om de Bevrijding te vieren. Mijn moeder was daar heengegaan met mij in de wandelwagen samen met een vriendin. Maar er zat nog een groep Duitse soldaten in een gebouw met hun wapens en zij schoten op de menigte. Er zijn toen nog veel mensen omgekomen, terwijl ze juist een feest van Bevrijding kwamen vieren. Mijn moeder kon gelukkig net op tijd wegkomen. Daarom werd de Bevrijding in Amsterdam een feest met een zwart randje: veel blijdschap, maar ook veel verdriet.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892