Oorlog in mijn Buurt
‘Mijn moeder dacht: ik moet niet wegrennen want dat is verdacht’
Fabienne, Loes, Salize ontmoeten Debby Petter
Met een hoofd vol vragen fietsen Helin, Eva en Crystal van de Twiske school naar het huis van Marian Schaap. Ze zijn best zenuwachtig, maar aangekomen gaat het interviewen als vanzelf. Er hangen veel foto’s aan de wand en Marian laat ook rots haar map zien, waarin ze foto’s van eerdere interviews verzamelt. ‘Ik ben de tel kwijtgeraakt, maar heb het verhaal van mijn zus al tientallen keren vertelt’. De drie meiden zijn erg onder de indruk.
Hoe oud was u toen de oorlog begon?
‘Ik ben in maart 1944 geboren, dus tijdens de oorlog was ik nog een baby. Ik was net één jaar toen de oorlog eindigde. De oorlog in Nederland duurde vier jaar, maar voordat de Duitsers in Nederland kwamen was er natuurlijk al een hoop gaande. In Oostenrijk waren er bijvoorbeeld al Joden die moesten vluchten. Nederland heeft helaas geen mooie rol gespeeld, in de opvang van deze vluchtelingen. Om je kapot voor te schamen. De Nederlandse regering dacht ook dat het allemaal meeviel. Maar toen de Duitsers eenmaal Nederland binnenvielen, begon de ellende. Het ging heel geleidelijk. Joden mochten steeds minder. Zo moesten ze een Jodenster dragen.’
Wat kunt u ons vertellen over uw zus?
Op een dag kregen haar ouders het bericht dat ze met hun koffers klaar moesten staan, omdat ze door de Duitsers zouden worden opgehaald. Plotseling stond de overvalwagen voor de deur. Haar moeder bracht mijn zus van 10 maanden oud snel naar de buurvrouw. De Duitsers wisten niet dat er nog een baby in huis was, anders hadden ze zeker gezocht. Mijn zus is via de buren en het verzet bij mijn vader en moeder terechtgekomen.’
Hoe ging dat precies?
Haar moeder wikkelde mijn zus in een doek, het hun trouwboekje ertussen. De bovenbuurvouw kende wel iemand bij het verzet. Kan je je voorstellen hoe dat geweest is, voor haar als moeder? Die buren hebben ervoor gezorgd dat mijn pleegzus bij mijn ouders terecht kwam. Mijn zus was toen tien maanden oud. ’s Nachts lag mijn ze in een ledikant naast mijn moeder te slapen en hield mijn moeder haar kleine handje vast. Als ze haar handje losliet ging ze huilen…’
Hoe kwam u erachter dat uw zus niet uw echte zus was?
‘Per ongeluk las ik het van een papiertje dat op tafel lag. Ik was toen twaalf jaar oud. Ze had een andere achternaam, dit vond ik gek want op school hadden we dezelfde achternaam. Ik moest er zelf naar vragen, want onze moeder vertelde er niets over. Zo ontdekte ik steeds meer over mijn zus. Ik bleef vragen, want ik wilde alles weten! Tijdens een kinderruzie had een ander kind gezegd tegen mijn zus dat ze mijn echte zus niet is. In ons dorp wisten mensen dat blijkbaar. Onze moeder heeft toen geprobeerd het mijn zus goed uit te leggen. Dat was natuurlijk heel heftig voor haar.’

Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.