Oorlog in mijn Buurt
‘De ‘moffenfamilie’ in de straat’
Hind, Yasminde, Yasmine ontmoeten Maria Bauer (niet de echte naam), 7 jaar toen de oorlog begon
Linus, Mett en Nino ontmoeten Monica Kattenburg op de Twiskeschool. Haar vader was 25 jaar toen de oorlog uitbrak. Hij was de directeur van de Hollandia Kattenburg fabriek, die was vroeger vlakbij het IJplein. De verhalen die ze kent heeft ze van haar moeder gehoord en vertelt ze nu door. Ze heeft een tas bij zich met allerlei foto’s en documenten.
Wat gebeurde er in de fabriek tijdens de oorlog?
‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte mijn Joodse vader in de Hollandia Kattenburg fabriek in Amsterdam-Noord, bij het IJ-plein. Deze fabriek was opgericht door mijn familie en maakte onder andere regenjassen. In het begin van de oorlog veranderde er veel: Duitse opzichters hielden alles in de gaten en er kwamen steeds meer beperkingen voor Joodse werknemers. Mijn vader woonde vlakbij de Kattenburg fabriek. Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen.
Duitse opzichters hielden alles in de gaten. Er kwam een verbod voor Joden in trams, bioscopen en openbare ruimtes. Joden moesten een gele ster dragen. De mensen in de fabriek dachten eerst dat ze veiliger waren omdat ze speciale werkstempels kregen.’
Wat gebeurde er met de Joodse werknemers van de fabriek?
‘Op 11 november 1942 vond er een grote razzia plaats. De Duitse politie kwam het fabrieksterrein op en arresteerde alle aanwezigen: Joden en niet-Joden, mannen en vrouwen. In totaal werden 826 mensen meegenomen. Mijn vader zat toen verstopt in een stoffenkelder, bibberend, bang en zonder eten of drinken.
De fabriek was een belangrijke plek voor veel Joodse families uit Amsterdam-Noord. Tijdens de razzia’s werden mensen gedwongen in treinen te stappen, vaak met als bestemming kamp Westerbork. Sommigen probeerden te ontsnappen, zelfs door uit de rijdende treinen te springen.
Hoe heeft uw vader Hans het overleefd?
‘Mijn vader heeft het overleefd, mede dankzij een vals persoonsbewijs. Hij moest onderduiken in ‘t Gooi. Maar omdat het ook daar steeds gevaarlijker werd voor Joden heeft hij samen met Bob van den Berg, die hij kende van de Hollandia Kattenburg fabriek weten te ontsnappen aan de razzia. Hij heeft zich onder een valse naam en als niet-Jood aangemeld om in Duitsland te gaan werken. Hij heette toen Hans Kuilman. Dat was heel erg spannend natuurlijk, want als ze gesnapt zouden worden dan konden ze alsnog opgepakt worden. Maar de omstandigheden in de machinefabriek waar ze werkten waren goed en ze woonden met een klein groepje Nederlanders samen in één huis. In het najaar van 1943 zijn ze naar Baden Baden gegaan, daar heeft hij toen nog als portier in een hotel gewerkt.’
Hoe weet u dit allemaal?
‘Mijn vader was in die tijd al verloofd met mijn moeder Greetje en hij schreef heel veel brieven aan haar over hoe het was om in Duitsland te werken. Wel 98 brieven schreef hij in die tijd en die zijn er allemaal nog. De brieven die mijn moeder schreef aan mijn vader, zijn verloren gegaan.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.