‘Pas later werd duidelijk dat de treinen niet naar werk gingen, maar naar de dood’


Sundus, Elena, Hamza, Bera vertellen het verhaal van Pim Blank

Vandaag zijn Sundus, Elena, Hamza en Bera van OBS De Spiegel in Zaandam  aan de beurt om met juf Nurten op bezoek te gaan bij Pim Blank en zijn vrouw. Meneer Blank is in 1943 geboren tijdens Tweede Wereldoorlog. Hij vertelt de verhalen van zijn ouders en over zijn opa die werd opgepakt. Zijn vader en moeder hadden verkering. Tijdens de oorlog vervalsten ze hun trouwboekje om zijn moeder te redden.

Waarom gingen je ouders snel trouwen in de oorlog?
‘Mijn vader was 20 en werd gevraagd om in het verzet te gaan. Mijn moeder was 21. Ze waren toen nog niet getrouwd; dat gebeurde pas in 1942. Ze vervalsten hun trouwboekje en zetten er 1941 in, zodat het leek alsof ze vóór die tijd al getrouwd waren. Dat was belangrijk, want er was een Duitse regel: Joodse vrouwen die met een niet-Joodse man getrouwd waren vóór een bepaalde datum, werden niet direct opgepakt. Dankzij dat vervalste boekje bleef mijn moeder veilig. En wat de Duitsers niet wisten: ze hielp ondertussen mee in het verzet.’

Wat is er met uw opa gebeurd?
‘Mijn opa is opgepakt en naar Kamp Westerbork gebracht. Vanuit daar schreef hij veel brieven aan mijn vader en moeder. Hij wist niet dat hij vermoord zou worden. Hij dacht dat hij in Duitsland moest gaan werken. Mijn opa was Joods, maar niet Joods opgevoed en wist weinig van het Joodse geloof. Mijn oma was toen al overleden. De laatste brief schreef hij op 7 februari 1943. Daarin vroeg hij of mijn ouders een broek voor hem wilden brengen, omdat zijn broek kapot was. Op 26 februari 1943 is hij vermoord in Auschwitz. Pas later werd duidelijk dat de treinen niet naar werk gingen, maar naar de dood.’

Moest uw familie zich verstoppen voor de Duitsers?
Mijn vader moest oppassen omdat hij in het verzet zat. Maar wij hadden zelf onderduikers. Geen Joden, maar verzetsmensen van 22 jaar uit Rotterdam en een piloot. Ze liepen gevaar en moesten ondergebracht worden. Wij woonden in een heel klein huisje in Wormerveer, dus het was behoorlijk krap met z’n allen. Die jongens werden gek van het opgesloten zitten, dus ze wilden er even uit. Mijn vader zou eigenlijk meegaan, maar hij had hoofdpijn en bleef in bed. Die dag zijn de jongens door de Duitsers opgepakt en neergeschoten. Mijn vader heeft daar veel verdriet van gehad. Hij zei altijd: ‘Als ik was meegegaan, was ik ook dood geweest.’  En dan zei hij: ‘Ik ben voor het geluk geboren.’

Moest je moeder een Jodenster dragen?
‘Ja. In het begin hoefde mijn moeder geen ster te dragen, omdat ze getrouwd was met een christelijke man. Later moest dat wel. Doordat ze een ster droeg maar niet werd opgepakt, kon ze veel doen voor het verzet. Ze vervoerde wapens in de kinderwagen waarin ik lag. Onder het matras lagen illegale kranten. Ik lag dus bovenop wapens. Juist omdat ze de ster droeg, werd ze niet verdacht van verzetswerk.’

Hoe was het na de oorlog?
‘Voor mij was de tijd na de oorlog eigenlijk heel goed. We waren eerst arm, maar het leven werd langzaam beter. Omdat mijn vader in het verzet had gezeten, werkte hij na de oorlog bij de politie. Ik had een fijne jeugd.
Voor mijn moeder was het anders. Zij is altijd bang gebleven. Op hun slaapkamer stond een koffer klaar, voor het geval er weer oorlog zou komen en we moesten vluchten. Die angst heeft ze haar hele leven meegenomen en ze is ook jong overleden. Zo was de oorlog na de oorlog nog steeds aanwezig. De herinneringen en het trauma bleven. Jarenlang durfden mijn ouders niet over de oorlog te praten. Het woord ‘Joods’ werd niet uitgesproken. Als we er toch over spraken, zeiden we ‘Mexicanen’. Zo groot was de angst. We vertellen deze verhalen, zodat jullie later kunnen zorgen dat er geen oorlog meer komt. Dat is heel belangrijk. We hopen dat jullie kunnen opgroeien in een tijd zonder oorlog. Dat begint met lief zijn voor elkaar, waar je ook bent en wie je ook bent. Iedereen is evenveel waard. Het is belangrijk dat we elkaar accepteren en respecteren. Als we dat samendoen, kunnen we zorgen dat er geen oorlog komt.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892