‘Later kreeg mijn zus een hele grote pop namens de koningin’


Juul, Nina, Fief en Jalena vertellen het verhaal van Riet de Groot
Amsterdam-Noord

Juul, Nina, Fief en Jalena uit groep 7 van de Twiskeschool ontmoeten de 92-jarige Riet de Groot op school. Het is een gezellige ontmoeting. Er wordt veel gepraat over de tweede Wereldoorlog maar ook over huisdieren en poes Snoepie. Er zijn koekjes en paaseitjes; de sfeer zit er goed in.

Heeft u het luchtalarm gehoord?
‘In het begin van de oorlog als het luchtalarm afging renden we allemaal naar het Florapark, dat heet nu het Noorderpark. Dan ging iedereen aan de dijk liggen want als er een bom zou vallen, dan zat je niet in je huis. Na een poos besloot mijn moeder daar niet meer heen te gaan. We bleven vanaf toen gewoon binnen als het luchtalarm afging en gingen onder de trap zitten. Als er een huis gebombardeerd was, dan bleef de trap meestal staan dacht men. Dat is natuurlijk onzin. Ik weet ook nog wel een keer dat we aan het zwemmen waren en dat ineens het luchtalarm af  ging. We gingen er mooi niet uit, hoor.  Maar ze sloegen ons zo met een touw het water uit. We moesten dan de schuilkelder in. Die zat diep onder de grond dus je moest in je badpakje een trappetje af en dan zat je helemaal nat koud op het beton. Moet je nagaan hoe koud, dat was geen pretje.’

Had u een lievelingsknuffel?
‘Ik had geen knuffel. Ik had helemaal niks. Wij hadden het arm. Mijn vader had voor de oorlog een stukadoorsbedrijf. Maar door crisistijd voor de oorlog is dat failliet gegaan. Hij heeft een brief geschreven naar de koningin. Hij schreef dat mijn zus zeven jaar werd. Maar dat ze haar geen pop een cadeautje konden geven. Later kreeg mijn zus een hele grote pop namens de koningin. Ik was toen twee jaar en ik kreeg toen ook een klein poppetje.’

Moest u vader ook onderduiken?
‘Nee hoewel hij half Joods was hoefde hij niet onder te duiken, maar we hadden wel een Joodse onderduiker in huis. We woonden op het Duindoornplein nummer 10 en op nummer acht woonde een buurman, dat was een NSB’er. Blijkbaar heeft die ‘m een keer gezien of gehoord, want hij is verraden. Midden in de nacht bonsden toen de Duitsers hard op de deur om hem op te halen. Hij kon hij nog maar net op tijd vluchten. Hij is via zijn slaapkamer op een platje gesprongen. Mijn vadre werd wel drie dagen meegenomen. Ze hadden geen bewijs. Ik weet niet wat ze daar precies met hem gedaan hebben maar hij was erg aangeslagen en heeft er nooit over willen praten.’

Hoe was de Hongerwinter?
‘In 1944 hadden we nog maar zo weinig te eten, dat mijn broertje en ik een tijdje naar Enkhuizen moesten. Ik was heel erg mager en mijn haar zat bovendien ook nog eens onder de luizen. In Enkhuizen was wel genoeg eten. We vertrokken met veel kinderen ‘s nachts met een boot, een dekschuit. We moesten slapen op stro. Mijn broertje die 3 jaar jonger was plaste nog in zijn bed. Ik was doodsbang dat mijn broertje zou gaan plassen in zijn kleren. Dus ik was iedere keer mijn ogen aan het nathouden, zodat ik niet in slaap viel. Het was vreselijk. Toen we aankwamen moesten we ieder naar een ander gezin. Mijn broertje ging zo hard huilen, zodat we bij elkaar konden blijven. We kregen bij aankomst gelijk bruine bonen met vet spek te eten. Maar dat kon onze maag helemaal niet verdragen dus we belandden in het ziekenhuis. Daar werd ook gelijk mijn luizenprobleem aangepakt. Gelukkig was er een aardige zuster die mijn haar behandeld heeft en toen hoefde het er niet af. Na een maand Enkhuizen, kwam mijn moeder ons halen op de fiets. We zijn de hele weg terug gelopen naar Noord.’

Wat gebeurde er na de Bevrijding?
‘De Canadezen zouden de stad binnenkomen en we zouden de bevrijding vieren. Ik was toen twaalf jaar en wilde met een vriendin naar de stad om een vlaggetje te kopen om naar die Canadezen te zwaaien. We liepen door de Kalverstraat richting de Dam. Ineens hoorden we schieten, we wisten natuurlijk helemaal niet wat er aan de hand was. Alle mensen renden vanaf de Dam de Kalverstraat in. We werden helemaal onder de voet gelopen. Ik lag op de grond en mensen liepen over me heen. Ik kon mijn vriendin niet meer vinden. Er was heel veel paniek. Huilend liep ik een steeg in, wist niet waar ik heen moest en hoe ik naar huis moest.  Gelukkig was er een meneer die me naar de pont gebracht en daar wist ik de weg weer.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892