‘Jullie oorlog was niet zo erg, want jullie zaten lekker in het zonnetje.’


vertellen het verhaal van

Chike, Alisa, Melany gaan Inge Bruyn interviewen in de schoolbibliotheek. Vooraf hebben ze nog even de vragen met elkaar doorgenomen. Mevrouw Bruyn heeft een batik doek meegenomen die ze op tafel legt, samen met een hele boel foto’s en een houten beeld uit Bali. Ze is 1949 geboren in Soerabaja, een grote stad op Java  Ze woonde met haar ouders in een groot huis met een grote tuin en een hek om het huis. Dat hek was noodzakelijk.

Wat kunt u over Indonesië en uw familie vertellen?
‘Ik ben geboren in Surabaya, een stad op Java in Indonesië. Mijn vader heeft aan de Birma-spoorlijn gewerkt, en mijn moeder heeft in een Japans kamp gezeten. Dat was geen feest. Mijn moeder kon daar nog wel eens boos over zijn. Bij ons thuis hadden we vijf bedienden. We hadden ook een kokkie die altijd kookte. Totdat mijn moeder overleed, kon ze nog steeds niet koken. In Nederland heeft de buurvrouw ons later geleerd hoe we huishoudelijke dingen moesten doen. Zelf mijn bed opmaken, ik wist niet hoe dat moest…’

Wat droegen mensen in Indonesië?
‘De bedienden en Indonesiërs droegen sarong en kebaya. Een sarong is een doek die je om je middel slaat, en een kebaya is een soort blouse met punten en veel kant. Wij droegen westerse kleren, zoals jurkjes en korte broeken.  We hadden gewoon normale kleren aan, zoals wat ik hier ook draag. Jurkjes. Ja, broeken. Meestal korte broeken, want dan is het daar hartstikke heet.’

Hoe was uw eerste indruk van Nederland?
‘Ik kwam in 1965 aan, was acht jaar oud en vond het heel apart dat ik alleen maar witte mensen zag. Er waren toen nog niet zoveel zwarte mensen in Nederland. Ik dacht: ‘Waar is iedereen gebleven?’ Het was best wel een schok voor mij als kind.  We dachten dat we maar een jaar en tien maanden in Nederland zouden blijven, omdat mijn vader ziek werd. Ik voelde me onveilig. Kinderen vroegen of ik overal bruin was, terwijl zij overal wit waren. Ik miste de bossen en de natuur van Indonesië. Alles was anders: sneeuw, kou, stenen trottoirs. Ik droomde ervan om terug te gaan naar Indonesië.’

Werd u gepest en hoe ging u daarmee om?
‘Ja, als je als enige donkere bent in een witte school, word je gepest. Ze zeiden dingen als: ‘Je hebt je niet gewassen, hè?’ of ‘Ga terug naar je apeneiland.’ Ik ontdekte dat als ik als eerste terugsloeg, ik niet meer gepest werd. Ik werd behoorlijk vaak in elkaar geslagen vanwege mijn huiskleur. Ik leerde om mijn oren dicht te doen en te denken: ‘Jullie zijn niet goed wijs.’

Bent u getraumatiseerd?
‘Ik denk niet dat ik getraumatiseerd ben. Ik voelde wel dat de Indonesische mensen ons weg wilden hebben. Mijn overgrootvader trouwde met een Indonesische bediende en ze werden verstoten door hun families. Ik heb niet het gevoel dat ik een trauma heb, maar ik kan wel boos worden als mensen zeggen: ‘Jullie oorlog was niet zo erg, want jullie zaten lekker in het zonnetje.’ Dan denk ik: ‘Jullie snappen er helemaal niks van.’

Wat zou u willen veranderen als u terug kon kijken?
‘Ik had niet zoveel te vertellen over mijn leven. Mijn ouders moesten weg uit Indonesië en ik moest mee. Ik was acht, dus ik kon niet zeggen: ‘Blijf lekker in Indonesië, doei pa en ma.’ Uiteindelijk heb ik eigenlijk niks te klagen. Ik heb hele leuke kinderen, kleinkinderen, een leuke man en een mooi huis. Ik laat het verleden achter me. Ik heb een hartstikke goed leven.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892