‘Ik zou niet terug willen naar de koloniale tijd, we moeten het zelf gaan doen’


Jaylen, Trisha, Abhai, Patricia, Jezreël en Azahra vertellen het verhaal van Wangsakrama Légimin
Suriname

Jaylen, Trisha, Abhai, Patricia, Jezreël en Azahra van de O.S. Mariënburg in Commewijne, Paramaribo interviewen Wangsakrama Légimin. Hij wordt ook wel ‘meneer Bimbo’ genoemd en dat vindt hij niet erg. Hij weet veel van de geschiedenis van Mariënburg omdat hij ook gids is.

Wie waren uw voorouders?
‘Mijn voorouders komen uit Indonesië en werden hiernaartoe gebracht als contractarbeiders. Mijn opa van mijn vaders kant werd te werk gesteld op de plantage Jaglust, dat was een koffieplantage. Mijn andere opa werd te werk gesteld op plantage Visserszorg, een citrusplantage. Beide opa’s heb ik niet gekend, maar ik heb wel hun cultuur geërfd. We hadden bijvoorbeeld de Ludro-voorstelling vroeger en Djaran Kepang, dat is een dans met paarden en dan gaan mensen in trance. De dans vond ik erg mooi, maar het wordt niet meer gedaan.’

Wat vond u leuk toen u klein was?
‘Toen ik jong was, werden elke 1 juli activiteiten ontplooid door de Nederlandse Handelsmaatschappij. De treinen en de fabriek werden versierd, de kinderen deden kinderspelen, zoals mastklimmen, hardrennen, zaklopen en dat vond ik echt leuk. De ouders kregen bonnetjes van de maatschappij en ze konden ook frisdrank gaan halen en bolletjes. In die tijd kon je ook voetballen na schooltijd, maar om vijf uur moest je wel naar binnen gaan om je lessen te leren.’

Wat voor werk deed u?
‘Ik werkte hier bij de Suikeronderneming Mariënburg, eerst als magazijnmeester en later op de afdeling personeelszaken. Ik had mijn mulodiploma behaald en zou verder gaan studeren. Ik ging naar een internaat maar mijn ouders konden het niet permitteren, zodoende kwam ik terug en ging hier werken. Vroeger was Mariënburg schoon, maar na de koloniale tijd is het vergane glorie geworden. We produceren niks meer. Nu ben ik gids en geef rondleidingen op het terrein van de vervallen fabriek.’

Wat denkt u dat er in de toekomst gaat gebeuren?
‘Wat ik denk is dat wij als de nazaten van de contractanten en de slaven meer als Surinamers moeten gaan denken, want we zijn in Suriname geboren. Wat ik echt moeilijk vind hier in Suriname is de politiek. De politieke partijen zijn opgericht per bevolkingsgroep, dus de Javanen hebben hun eigen partij, de Hindoestanen hebben hun eigen partij… en dat vind ik niet goed. We zijn Surinamers, we moeten samen het land opbouwen. Maar dan moeten wij een goede leider hebben. Tot nu toe ken ik geen echte leiders in Suriname. Suriname is een groen land, alles groeit in Suriname. Toch moeten we alles importeren voor de lokale markt. Dat is toch erg.

Maar ik zou niet terug willen naar de koloniale tijd, we moeten het zelf gaan doen. De Nederlanders zijn rijk geworden van de slaven en de contractanten. De slaven werden het ergste onderdrukt, want die kregen geen betaling, de contracten wel, maar niet zoveel. En als je niet wilde werken, dan werd de politie ingeschakeld. Ik vind het eng hoe het vroeger was in Suriname, wij werden door de Nederlanders onderdrukt. De rijkdom ging naar Nederland, niet naar Suriname.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892