‘Ik kon een gat in de lucht springen wanneer ik hoorde: Mini, Moksa lesi!’


Javen, Maeghan, Tanisia en Eroesha vertellen het verhaal van Magda Muriel Bijnaar
Paramaribo

Javen, Maeghan, Tanisia en Eroesha van de Wellesschool interviewen Magda Muriel Bijnaar. Mevrouw Bijnaar gaat zitten en wacht vol verwachting de eerste vraag af. In het begin moet iedereen op gang komen, maar mevrouw Bijnaar heeft er plezier in en vertelt over de leuke en de minder leuke dingen die ze heeft meegemaakt in haar leven.

Wat at u vroeger?
‘Ik at rijst, soep, bananen, cassave, heel anders dan nu. Ik woonde met mijn grootmoeder en de broer en zus van mijn vader. Dat zusje had een geestelijke beperking, dus ze moest bij haar moeder blijven en zo waren we met z’n vieren. Ik was het enige kind bij mijn grootmoeder. Elk weekend aten we moksa lesi, wat ik erg lekker vind. Ik kon een gat in de lucht springen wanneer ik hoorde ‘Mini!’, dat was m’n roepnaam, ‘Mini!’ – ‘Ja oma!’ –‘Moksa lesi!’ Dan danste ik.’

Welk feest van vroeger vond u het leukst?
‘Ik hield van erffeestjes. Op het erf woonden we samen met een Javaanse familie, een boeroe-oma en de eigenaresse was een Joodse dame, we leefden daar als één familie. Wanneer iemand jarig was, dan werd je uitgenodigd. We maakten plezier, we dansten en we aten. Je kreeg bruine bonen met groente en vlerken en zoutvlees en een stukje pom. Als je ouder was dan 15, dan kreeg je ook een stukje pastei. En we kregen gommakoek, van echte gomma gemaakt. Het brokkelde hetzelfde als die maizenakoekjes, maar het was veel lekkerder. Puur gommakoekjes, grootmoeders recept, het was heerlijk. Maar het is er niet meer. Maizena is makkelijker.’

Van waar komen uw voorouders?
‘De familie van mijn moeders kant, komt van het gebied van de Cottica in Suriname. Mijn moeder heeft een beetje Indiaan in zich. En de moeder van mijn vader komt uit Barbados, dat is een eiland. Mijn grootmoeder was een baby toen ze daarvandaan wegvluchtte, ze is samen met haar moeder gevlucht voor de slavernij. In die tijd was dat daar op Barados erger dan in Suriname. Als je iets verkeerd deed werd gewoon je hoofd afgehakt. Mijn grootmoeder was nog klein toen ze heeft gezien hoe haar vaders hoofd werd afgehakt. Dus ze konden daar niet blijven en zijn gevlucht. Ze zijn zwemmend aangekomen in Guyana. Er waren ook haaien, maar gelukkig zijn ze niet gepakt. Ik ben blij dat ik dit kan navertellen, want er is zoveel gebeurd. In Guyana hebben ze assistentie gekregen om naar Suriname te gaan.’

Heeft u een advies voor ons?
‘Jullie zijn jong, ik ben 72, ik heb heel veel van de wereld gezien, ik ben naar Guyana geweest, ik ben naar Frans Guyana geweest en ik ben 2x naar Nederland geweest. Maar weet je wat het belangrijkste is: eerbied en respect. Als je respectvol bent tegenover anderen, dan krijg je respect terug. Wees behulpzaam tegenover elkaar en tegenover anderen. Als iemand ruzie zoekt, doe dan niet mee, want je weet hoe de ruzie ontstaat, maar je weet niet hoe het eindigt. Vroeger op school vochten we wel, met klappen enzo. Ik was ook een vechtersbaas, want je moet me niet lastig vallen! Ik kom op voor mijn recht, maar ik zie dat het niet iets goeds is, je komt niet verder daarmee. Je moet je best doen en als je iets niet begrijpt, vraag het. Wees nooit te groot om te vragen ‘juf, ik heb dat niet verstaan, kunt u me een beetje meer uitleggen’. En je moet eerbiedig zijn tegenover ouderen, vooral je vader en je moeder. Hoeft niet speciaal je biologische vader of moeder te zijn, het kan een oudere persoon zijn die je wat leert.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892