Oorlog in mijn Buurt
‘Pas na de oorlog ontdekten we dat in ons huis geweren lagen verborgen’
Djuun, Eduan, Noah, Samuel ontmoeten Herbert Rutgers
Boaz, Melody, Oscar en Philo van basisschool Omnio in Eindhoven worden door Yusuf Basci warm ontvangen. De kinderen krijgen Turkse thee en een snoepje. Yusuf laat hen zien hoe je kunt roeren in de mooie Turkse theeglaasjes zonder hard met het lepeltje tegen het glas te tikken. Daarna schenkt hij naar Turkse traditie een beetje eau de cologne in hun handen. Boaz en Oscar vinden de geur lekker ruiken.
Hoe leefde u als kind in Turkije?
‘Ik ben opgegroeid in de Turkse hoofdstad Ankara. We woonden met zijn zevenen in een buitenwijk van de stad, want de huizen in het centrum waren te duur voor onze ouders. Nu is onze wijk ook ‘centrum’ geworden, want Ankara is enorm gegroeid. Ik speelde met mijn vrienden de hele dag buiten, we klommen in abrikozenbomen om de rijpe vruchten te plukken. En watermeloenen groeiden gewoon in de wijk op de grond. Er was heel veel ruimte in onze wijk. Maar nu is het daar veranderd. Nu ben ik ‘vreemd’ daar en denk ik vaak wanneer ik in mijn oude wijk rondloop: waar ben ik?’
Waarom ging u weg uit Turkije?
‘Mijn jeugd verliep in een moeilijke tijd voor Turkije. Er waren veel politieke discussies. Wij, de linksen, wilden een beter leven voor de boeren en arbeiders. Daar protesteerden we voor. Dat protesteren was niet zonder gevaar. De politie sloeg op ons in. Mijn ouders maakten zich veel zorgen over mij. Ze waren bang dat ook ik dood zou gaan. Mijn ouders wilden dat ik wegging uit Turkije of me terugtrok uit de politieke discussies. Maar ik luisterde niet naar hen. Uiteindelijk had ik drie redenen om weg te gaan. Ik leerde een vrouw kennen, die in Nederland woonde en werd verliefd op haar. Ook vond er een maand voordat ik emigreerde een staatsgreep plaats. Het leger nam de macht over in Turkije. Voor linkse mensen werd het daarmee nog gevaarlijker. En ik had in Nederland meer kans om werk te vinden.’
Miste u uw familie toen u naar Nederland ging?
‘De komst naar Nederland was niet makkelijk voor mij. Ik groeide op in een gezin van vijf kinderen, met twee ouders. Ik was het middelste kind en had drie zussen en een broer. Mijn familie betekende alles voor mij en ik miste hen enorm toen ik naar Nederland vertrok. Ik was als een vis uit de zee.
In die tijd waren telefoons schaars en het was onmogelijk om regelmatig contact te hebben. Het voelde soms alsof ik 3000 kilometer verwijderd was van mijn wereld, van mijn ouders, broers en zussen. Maar één keer per week belde ik naar mijn ouders. Als ik hun stemmen hoorde, moest ik huilen. Ik heb veel gehuild.’
Hoe was het om in een land te wonen waar je de taal niet kent?
‘Er werden hier nog geen taalcursussen gegeven. De Nederlanders dachten dat de arbeidsmigranten na een aantal jaar terug zouden gaan naar hun thuisland. Daardoor heb ik geen goede basis van de Nederlandse taal geleerd
Ik moest erg wennen aan het rustige, stille Nederland. Het was aan het begin van de jaren tachtig moeilijk om aan werk te komen in Nederland. Waar ik in mijn oude thuisland vocht voor betere omstandigheden voor arbeiders, kwam ik in Nederland bij het Van der Valk hotel ‘zwart’ te werken. De omstandigheden daar waren niet goed. Ik heb hier als slaaf gewerkt. De diensten duurden van 10 uur in de ochtend tot 2-3 uur in de nacht. We mochten niet eten en geen pauzes nemen. In de ogen van de manager waren wij geen mensen. Gelukkig zijn de arbeidsomstandigheden bij het Van der Valk nu veel beter, heb ik gehoord.
Ik heb mijn moeilijke start om weten te zetten naar iets positiefs. Ik heb veel vrijwilligerswerk gedaan, en me ingezet voor mijn buurt en verschillende verenigingen opgericht. Mensen helpen heb ik van mijn ouders meegekregen. Mijn vader hielp mensen van het platteland werk te zoeken in de stad en mijn moeder verzorgde mensen die naar het ziekenhuis moesten. Er zijn honderden mensen naar ons huis gekomen voor hulp.’
Wat is het verschil tussen Turkije en Nederland?
‘In Turkije groeiden we op met uitgebreide familie en buren, en iedereen had veel contact met elkaar. Soms kwamen er veertig tot vijftig mensen bij elkaar in één huis, en dat zorgde voor een sterk gevoel van gemeenschap. In Nederland is het leven veel individueler. Mensen wonen apart, iedereen heeft zijn eigen leven. Het is anders, maar ook hier heb ik een hechte familie en vriendenkring opgebouwd.
Voor mij is het belangrijk om tijd door te brengen met familie en vrienden. Dat geeft kracht en steun. Als je geen mensen om je heen hebt, voel je je eenzaam en dat kan je geestelijk raken. Mijn advies is om altijd te investeren in je relaties, met familie, vrienden en buurtgenoten. Dat maakt je leven rijker en sterker, nu en in de toekomst.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.