Oorlog in mijn Buurt
‘Als kind keek ik toch’
Eeva, Faber, Kjetil, Mette ontmoeten Henk Kasper
Dyjami, Elin, Anna en Milan van basisschool ’t Anker in Amersfoort fietsen naar het huis van Alet van ‘t Eind. Aan de muren hangen door haar oma gemaakte schilderijen en in een klein kamertje ook mooie foto’s waar zij op staat. Onderweg naar haar huis zijn we even gestopt bij een bord wat op de hoek van de Stationsweg staat. Daarop staat een foto van haar vader en haar oom die omgekomen zijn vanwege hun verzetswerk. Dat vertellen we haar en mevrouw van ‘t Eind is er zichtbaar trots op. Ook heeft ze de mooie stoel van haar oma nog in haar woonkamer staan.
Wat deden uw grootouders in het verzet?
‘Er zaten zes mensen zaten in die geheime verzetsgroep van mijn grootouders. Niets was bekend van wat ze deden. Bijna niemand wist ervan. Mijn moeder wist wel heel veel. Ze probeerden erachter te komen waar de Duitsers waren en wilden die informatie doorspelen. In het plafond van mijn moeders woonkamer zat een telefooncel verstopt. Die werd in de nacht naar beneden gehaald. Met haar zusje (mijn tante) hoorden ze dat door die telefoon en gaven nieuws door. Mijn opa had een kruidenierswinkel met voorraden. Hij had altijd eten dus, wat in de oorlog heel handig is. Het was een keuze die hij maakte. Oom Rinus ging als kind ook in de verzetsgroep. Hij schreef bijvoorbeeld in krantjes. Mijn opa leerde in 1943 mevrouw Loes Overeem kennen die bij het Rode kruis in kamp Amersfoort werkte. Zij heeft geprobeerd om betere omstandigheden te regelen. Zij was goed bevriend met opa en zij vroeg hem om voedselpakketten te maken, en zo kwam hij in het verzet terecht.
In het grote huis van de foto waar ik ook gewoond heb, zaten allemaal geheime plekken. Ik heb ooit de bouwtekening opgevraagd en ik zag toen dat mijn opa in 1938 al een verbouwing in zijn huis had gemaakt met extra geheime kelders. Waar later de onderduikers dus sliepen en zich verstopten. Dat waren jonge onderduikers die niet wilden werken in Duitsland. Mijn oma kende iedereen in Den Treek en zij hielp ook mensen om daar in het bos onder te duiken toen het niet meer veilig was bij hen.’
Op welke leeftijd en hoe zijn ze overleden?
‘Eigenlijk wist ik pas heel laat hoe het gebeurd is. Niemand kon er goed over praten. Een student heeft mijn opa geïnterviewd en zo weten we meer. Opa was 52, Rinus was 21 jaar toen ze zijn doodgeschoten. Op een dag kwamen er soldaten naar hun huis. Ze schoten in het plafond. Mijn vader en moeder en oom en nog meer mensen die aan het werk waren, moesten in een cirkel gaan staan. Mijn opa en oom werden afgevoerd. Ze moesten uit hun huis en toen ze terugkwamen was he hele huis leeggeroofd. Niemand kon vertellen waar ze waren. Later hoorden ze dat ze waren doodgeschoten op 23 april bij een grote villa waar het hoofdkantoor van de SS was. In de kelder van de villa zijn ze gemarteld. Doodgeschoten en in een kuil gegooid. Loes Overeem heeft die kuil open laten maken en heeft hen laten herbegraven in een kist. Met bloemen en een ceremonie. Ik denk dat mijn vader dit niet heeft geweten.’
Hoe was het voor uw oma en hoe is het voor u om hiermee te leven?
‘Mijn oma was een verwend meisje, ze kon schilderen en dansen en was heel mooi. In het hotel waar zij woonde kwamen heel veel rijke mensen. Er was altijd feest. Zij wilde daardoor ook een man die haar mooie jurken gaf. Ze trouwde met mijn opa en ze kregen 4 kinderen. Mijn opa bewonderde haar helemaal. Maar dat is allemaal veranderd nadat hij dood was. Toen kon ze alleen nog maar huilen en was ze in een oude vrouw veranderd, volkomen gesloopt. Ik ben zeven jaar nadat mijn opa en oom zijn doodgeschoten, geboren. Ik was als een soort van cadeautje voor mijn oma, maar ook ik kon dat verlies niet goedmaken. Ze heeft me veel geleerd, maar ook haar verdriet wel in mij geplant. Ik kreeg dat van haar mee. Daar heb ik dus dingen over uitgezocht, toen het een tijd niet zo goed met me ging. Ik heb een leuke man en lieve kinderen, alleen in de maand april werd ik een tijd depressief en dat ben ik gaan uitzoeken. Dat kwam dus omdat het bij mij thuis in april altijd erg was vanwege het rouwen. Ik ben informatie gaan zoeken en heb ook de mooie dingen ontdekt. Bijvoorbeeld dat mijn oma heel veel is gaan schilderen en daarvan genoot. Nu kan ik beter omgaan met alles. Er is een straat vernoemd naar mijn opa Gerrit en oom Rinus. ‘De van ’t Eindstraat.’ Dat vind ik heel fijn. ‘


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.