‘De tweede pleegouder was een soort moeder voor mij’


Bodhi, Filip en Jay-Linn vertellen het verhaal van Leo van Zadel
Amsterdam-Noord

Bodhi, Filip en Jay-Linn, leerlingen van de Twiskeschool, gaan op bezoek bij Leo van Zadel. Ze hebben allemaal superveel zin om hem te ontmoeten en zijn verhaal te horen. Meneer van Zadel is nu bijna 94, maar nog fit. Hij was bijna 7 jaar toen de oorlog begon. Hij woonde met zijn ouders en jongere broertje in de John Franklinstraat in Amsterdam West.

Hoe merkte u dat de oorlog begon?
We woonden bij het Mercatorplein in een benedenwoning en wij hadden een radio. Niet iedereen had een radio in die tijd. Mijn vader zette die radio in de vensterbank en liet zo iedereen weten dat de oorlog was uitgebroken. Maar ja, wat dat dan ging betekenen dat wist je toen nog helemaal niet, daar heb je geen idee van.’

Wat waren uw hobby’s, toen de oorlog uitbrak?
‘Gewoon op straat spelen en pinkelen. Pinkelen dat is een rond houtje zo lang en aan de zijkanten is het een punt. Dus je kon met z’n drieën, vieren, vijven, kon je pinkelen op straat. En voetbalden veel. En knikkeren. In de straat stonden geen auto’s, dus we hadden alle ruimte. en ik ging naar school natuurlijk! Hoe voelt echte honger? Alles werd langzaamaan minder, ook het eten. Al heel gauw ging al het eten op de bon. Ieder gezin kreeg bonnetjes en daar moest je het mee doen. Mijn moeder zei; ‘gaan jullie maar brood halen’. Ik kreeg dan een bon van mijn moeder en dan gingen mijn broertje en ik naar Bakker Stork in de Jan Evertsenstraat. Als het druk was, dan letten ze minder op en dan probeerde we stiekem de bon niet uit te geven, dan hadden we een brood extra. We kregen een sneetje brood, soms twee. Dat deelden we in kleine blokjes, want je had maar één eetmoment. Je hoopt dat je ’s avonds weer iets krijgt. De Hongerwinter ging niet alleen over eten. De kachel moest branden, de konijnen moesten verzorgd worden. We gingen naar lege tarwevelden en zochten halmen met korrels. Die verzamelden we in een pot en brachten we naar de molen. Het werd gemalen en mijn moeder bakte er brood van. Wij hadden wel geluk want mijn vader ging ook vaak op de fiets naar Noord- Holland, naar Wervershoof of Hoorn, naar boeren om eten te krijgen.’

Hoe haalde uw vader dan eten?
‘Hij had dan een karretje achter zijn fiets hangen met eten erin. Dat heeft hij zo heel veel keren gedaan, samen met mijn oom. Ze sliepen dan bij boeren op de hooizolder. De allerlaatste keer toen hij terugreed moest hij in Amsterdam Noord de pont over en toen was er een controle van Duitsers en ook Nederlandse politie. Daar pakte ze alles af. Gelukkig zag mijn vader het op tijd en klopte ergens in Noord bij een huis aan om te vragen of hij daar zijn kar met eten veilig achter kon laten. De volgende dag ging hij terug om de kar te halen maar hij wist niet meer waar precies hij de kar had gebracht, dus die was ‘ie kwijt.’

Waarom ging u naar Friesland toe?
‘Mijn zusje is geboren midden in de Hongerwinter eind januari 1945. Ze is met een slechte gezondheid geboren, doordat mijn moeder door hongergebrek heel zwak was in de Hongerwinter. Mijn zusje kreeg niet de goede voedingsstoffen binnen en leed aan kalkgebrek, waardoor haar botten heel snel braken. Ze bleven lang in het ziekenhuis. Mijn broer en ik zijn toen met een autootje naar Friesland gebracht. Hier werden wij ondergebracht bij andere moeders of vrouwen die een kindje wilden hebben.
Mijn broer en ik kwamen uiteindelijk terecht in Moddergat. Toen zijn we bij twee verschillende pleegfamilies geweest. We hebben er 9 maanden gewoond. De tweede pleegouder was een soort moeder voor mij. Elke dag gingen wij naar meneer de Jong de postbode, om te vragen of er post voor ons was, dat was helaas nooit het geval.’

Had u heel veel nachtmerries, toen de oorlog voorbij was?
‘Gelukkig niet. Ik heb er wel over gedacht. Maar niet dat ik daardoor ziek werd of trauma had. Nee. Nee, we waren vrij nuchter. We werden ook goed verzorgd daar in Friesland, er was daar tenminste eten en wij waren de hele dag met z’n tweeën samen en dan gingen we op pad!’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892