Oorlog in mijn Buurt
‘Trouwen in de oorlog’
Hicham, Naoual, Rouan ontmoeten Mevrouw van Dusseldorp 17 jaar toen de oorlog begon
Coby Groot woont nu in Heemstede, maar in de oorlog woonde ze achter de drogisterij van haar ouders midden in de Amsterdamse buurt, aan de Teding van Berkhoutstraat. Ze was drie jaar toen de oorlog begon. Bodille, Anna, Tijs en James van de Hannie Schaftschool fietsen naar Heemstede om de oorlogsherinneringen van Coby Groot te horen. Ze hebben lekkere chocolaatjes meegebracht en vragen haar de oren van het hoofd.
Waren er Joodse mensen en NSB’ers in uw buurt?
‘Ik wist toen niet wat Joods zijn was. Maar ik kan me goed herinneren dat er mensen door de buurt liepen met zo’n gele ster op hun jas. En ik speelde met Joodse kinderen. Totdat ze opeens weg waren. En dan hoorde ik van m’n moeder dat ze opgehaald waren door de Duitsers. Ik snapte daar niets van.
Er woonden veel NSB’ers om ons heen. Met hun kinderen mochten wij niet spelen. Ik denk dat mijn vader en moeder bang waren dat wij dingen van thuis zouden verklappen. Mijn vader verstopte zich bijvoorbeeld tijdens razzia’s, omdat hij niet in Duitsland wilde werken. Ik zie die Duitse soldaten nog de straat in marcheren, met van die rechte benen. Ze liepen dwars door de winkel naar ons huis om m’n vader te zoeken. Mijn moeder riep dat hij niet thuis was, terwijl wij wisten dat-ie gewoon in het kolenhok zat. Maar wij hielden onze mond stijf dicht, we snapten wel dat dat moest. Het was erg eng, vooral omdat mijn moeder dan heel nerveus was.’
Wat herinnert u zich van bombardementen?
‘Het bombardement op de Amsterdamse buurt weet ik nog goed. Mijn zussen en ik werden altijd tegelijk gewassen in een teil water voor de kachel in de achterkamer. Die avond was het mooi weer en daarom zette mijn vader de teil in de zonnige voorkamer. Dat is ons geluk geweest. We hoorden de vliegtuigen brommen en toen sloeg er vlak naast ons huis een bom in. De hele achterkant was kapot. Als wij in de achterkamer waren gebleven, dan had ik hier nu niet gezeten!
Op straat was het een grote puinhoop: alle ramen stuk, de hele Van Zeggelenschool was weg, en ook de bakkerij. De bakker en zijn hele gezin waren dood. Mijn vader hielp de gewonden op straat met verbandmiddelen uit de winkel. We zijn die avond op de fiets naar Heemstede gegaan, naar mijn oom en tante. Zij waren geëvacueerd uit Zandvoort en woonden in een mooi groot huis met tuin, dat vond ik als kind prachtig. Later heb ik pas bedacht dat dat huis waarschijnlijk van Joodse mensen was die waren weggehaald. Terug thuis, waren er lege plekken in de straat. Van sommige huizen stond alleen nog een halve trap in het zand. Het klinkt misschien gek, maar als kind heb ik heerlijk gespeeld in het puin.’
Heeft u familieleden verloren in de oorlog?
‘Ja, een neef van mij is doodgeschoten door de Duitsers. Hij was pas 21 jaar. Hij zat in een dorp op de Veluwe bij een groep verzetsmensen. Zij verstopten Joodse mensen, regelden eten voor hen en deden nog allerlei dingen die de Duitsers niet leuk vonden. Een van hen is toen door de Duitsers betrapt op een verzetsdaad, ik geloof een aanslag. Hij wilde niet vertellen wie er allemaal nog meer meededen met het verzet. En toen hebben de Duitsers zomaar bijna twintig mannen opgepakt in het dorp, ook mijn neef, en die hebben ze voor straf allemaal doodgeschoten. Die mannen werden dus allemaal gestraft omdat een iemand iets gedaan had. Zo maakten de Duitsers mensen bang.
We konden mijn neef niet begraven want al die mannen zijn gewoon in een groot gat gegooid. Maar na de oorlog is hij opnieuw begraven. Dat kan ik me nog goed herinneren. Het is te hopen dat jullie oorlog nooit mee hoeven maken!’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.